Tabari
Terug naar surah 9, ayah 75

Tafseer van Het Berouw · At-Tawba · 9:75

۞ وَمِنْهُم مَّنْ عَٰهَدَ ٱللَّهَ لَئِنْ ءَاتَىٰنَا مِن فَضْلِهِۦ لَنَصَّدَّقَنَّ وَلَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلصَّٰلِحِينَ

En onder hen zijn er die aan Allah beloofden: "Als Hij ons van Zijn gunst schenkt, dan zullen wij bijdragen geven en dan zullen wij zeker tot de rechtschapenen behoren."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: وَمِنْهُمْ مَنْ عَاهَدَ اللَّهَ لَئِنْ آتَانَا مِنْ فَضْلِهِ لَنَصَّدَّقَنَّ وَلَنَكُونَنَّ مِنَ الصَّالِحِينَ (9:75) (En onder hen is er die met Allah een verbond is aangegaan: "Als Hij ons van Zijn overvloed schenkt, zullen wij zeker aalmoezen geven en zullen wij zeker tot de rechtschapenen behoren.")

    Abū Jaʿfar [al-Ṭabarī] zei: De Verhevene, wiens lof wordt vermeld, zegt: En onder deze hypocrieten (munāfiqīn) wier hoedanigheid Ik aan jou heb beschreven, o Mohammed ﷺ, is er = مَنْ عَاهَدَ اللَّهَ ("die met Allah een verbond is aangegaan"), dat wil zeggen: hij gaf Allah een belofte = لَئِنْ آتَانَا مِنْ فَضْلِهِ ("als Hij ons van Zijn overvloed schenkt"), dat wil zeggen: als Allah ons van Zijn overvloed geeft en ons rijkdom toebedeelt en het ruim voor ons maakt van Zijnentwege = لَنَصَّدَّقَنَّ ("zullen wij zeker aalmoezen geven"), dat wil zeggen: dan zullen wij zeker de aalmoes (ṣadaqa) afdragen uit dat vermogen dat onze Heer ons heeft toebedeeld = وَلَنَكُونَنَّ مِنَ الصَّالِحِينَ ("en zullen wij zeker tot de rechtschapenen behoren"), dat wil zeggen: en dan zullen wij daarmee zeker handelen naar het handelen van de mensen van rechtschapenheid met hun vermogens: door daarmee de familiebanden te onderhouden en het te besteden op de weg van Allah.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَمِنْهُمْ مَنْ عَاهَدَ اللَّهَ لَئِنْ آتَانَا مِنْ فَضْلِهِ لَنَصَّدَّقَنَّ وَلَنَكُونَنَّ مِنَ الصَّالِحِينَ (75) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: ومن هؤلاء المنافقين الذين وصفت لك، يا محمد، صفتهم = " مَنْ عَاهَدَ اللَّهَ" ، يقول: أعطى الله عهدًا (28) = " لَئِنْ آتَانَا مِنْ فَضْلِهِ" ، يقول: لئن أعطانا الله من فضله, ورزقنا مالا ووسَّع علينا من عنده (29) = " لَنَصَّدَّقَنَّ" ، يقول: لنخرجن الصدقة من ذلك المال الذي رزقنا ربُّنا (30) = " وَلَنَكُونَنَّ مِنَ الصَّالِحِينَ" ، يقول: ولنعملنّ فيها بعَمَل أهل الصلاح بأموالهم، من صلة الرحم به، وإنفاقه في سبيل الله. -------------------------- الهوامش : (28) انظر تفسير "عاهد" فيما سلف : ص 141 ، تعليق : 1 ، والمراجع هناك. (29) انظر تفسير "آتى" ، و "الفضل" فيما سلف من فهارس اللغة (أتى) و (فضل). (30) انظر تفسير " التصدق " فيما سلف 9 : 31 ، 37 ، 38.