Tabari
Terug naar surah 9, ayah 59

Tafseer van Het Berouw · At-Tawba · 9:59

وَلَوْ أَنَّهُمْ رَضُوا۟ مَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥ وَقَالُوا۟ حَسْبُنَا ٱللَّهُ سَيُؤْتِينَا ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ وَرَسُولُهُۥٓ إِنَّآ إِلَى ٱللَّهِ رَٰغِبُونَ

En als zij tevreden zouden zijn met wat Allah en zijn Boodschapper hun hebben gegeven en zij zeiden: "Allah is voor ons voldoende, Allah zal ons van zijn grote gunst geven, en (ook) zijn Boodschapper, voorwaar, op Allah vestigen wij onze hoop." (Dan zou dat beter voor hen zijn.)

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg over de woorden van de Verhevene: En als zij tevreden waren geweest met wat Allah en Zijn Boodschapper hun gaven, en hadden gezegd: "Allah is ons genoeg, Allah zal ons van Zijn gunst schenken, en Zijn Boodschapper ook; voorwaar, tot Allah richten wij ons verlangen" (9:59).

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En als deze lieden die jou, o Mohammed, bekritiseren omtrent de aalmoezen (ṣadaqāt), tevreden waren geweest met wat Allah en Zijn Boodschapper hun aan gave hadden geschonken, en met het aandeel dat Hij hun had toebedeeld — en hadden gezegd: "Allah is ons genoeg" — Hij zegt: en zij hadden gezegd: "Allah is voor ons toereikend" — Allah zal ons van Zijn gunst schenken, en Zijn Boodschapper ook — Hij zegt: Allah zal ons schenken uit de gunst van Zijn schatkamers, en Zijn Boodschapper zal ons schenken uit de aalmoezen en anderszins — voorwaar, tot Allah richten wij ons verlangen — Hij zegt: en zij hadden gezegd: voorwaar, tot Allah richten wij ons verlangen, dat Hij Zijn gunst ruim over ons uitstort, en ons aldus onafhankelijk maakt van de aalmoes en van de overige giften van de mensen en de behoefte aan hen.

    [De voetnoten van de gedrukte uitgave: (22) Zie de uitleg van "ḥasb" zoals reeds eerder gegeven, blz. 49, aantekening 1, en de verwijzingen aldaar. (23) Zie de uitleg van "ātā" en "faḍl" in de taalkundige registers.]

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَلَوْ أَنَّهُمْ رَضُوا مَا آتَاهُمُ اللَّهُ وَرَسُولُهُ وَقَالُوا حَسْبُنَا اللَّهُ سَيُؤْتِينَا اللَّهُ مِنْ فَضْلِهِ وَرَسُولُهُ إِنَّا إِلَى اللَّهِ رَاغِبُونَ (59) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: ولو أنّ هؤلاء الذين يلمزونك، يا محمد، في الصدقات، رضَوا ما أعطاهم الله ورسوله من عطاء، وقسم لهم من قسم =(وقالوا حسبنا الله)، يقول: وقالوا: كافينا الله, (22) =(سيؤتينا الله من فضله ورسوله)، يقول: سيعطينا الله من فضل خزائنه، ورسوله من الصدقة وغيرها (23) =(إنا إلى الله راغبون)، يقول: وقالوا: إنا إلى الله نرغب في أن يوسع علينا من فضله, فيغنينا عن الصدقة وغيرها من صلات الناس والحاجة إليهم. * * * ------------------- الهوامش : (22) انظر تفسير " حسب " فيما سلف ص : 49 ، تعليق : 1 ، والمراجع هناك. (23) انظر تفسير "آتى" و "فضل" في فهارس اللغة (آتى) ، (فضل).