Tabari
Terug naar surah 9, ayah 48

Tafseer van Het Berouw · At-Tawba · 9:48

لَقَدِ ٱبْتَغَوُا۟ ٱلْفِتْنَةَ مِن قَبْلُ وَقَلَّبُوا۟ لَكَ ٱلْأُمُورَ حَتَّىٰ جَآءَ ٱلْحَقُّ وَظَهَرَ أَمْرُ ٱللَّهِ وَهُمْ كَٰرِهُونَ

Voorzeker, voorheen probeerden zij reeds twee dracht te zaaien en zij verzonnen listen tegen jou, tot de Waarheid kwam en de verordening van Allah zegevierde, terwijl zij er een afkeer van hadden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg over de uitspraak van de Allerhoogste: لَقَدِ ابْتَغَوُا الْفِتْنَةَ مِنْ قَبْلُ وَقَلَّبُوا لَكَ الأُمُورَ حَتَّى جَاءَ الْحَقُّ وَظَهَرَ أَمْرُ اللَّهِ وَهُمْ كَارِهُونَ (48) ("Zij hebben reeds tevoren beproeving (fitnah) gezocht en zij hebben de zaken voor jou omgekeerd, totdat de waarheid kwam en de zaak van Allah zegevierde, terwijl zij het verafschuwden") (48).

    Abū Jaʿfar zei: De Allerhoogste, wiens lof verheven is, zegt: Deze hypocrieten (munāfiqūn) hebben reeds beproeving (fitnah) gezocht voor jouw metgezellen, o Mohammed; zij trachtten hen van hun religie af te keren en zij waren begerig om hen terug te brengen naar het ongeloof (kufr) door hen daarvan af te schrikken en te ontmoedigen — zoals het optreden van ʿAbd Allāh ibn Ubayy tegenover jou en jouw metgezellen op de dag van Uḥud, toen hij zich van jou afkeerde met degenen van zijn volk die hem volgden. Dat was hun zoeken naar wat zij eerder hadden gezocht voor de metgezellen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, aan beproeving van tevoren. Met Zijn woord "van tevoren" (min qablu) bedoelt Hij: vóór dit. وَقَلَّبُوا لَكَ الأُمُورَ ("en zij hebben de zaken voor jou omgekeerd"), Hij zegt: en zij wendden tegen jou en tegen het tenietdoen van de religie waarmee Allah jou heeft gezonden hun overwegingen aan, door anderen tegen jou op te zetten en te ontmoedigen, en door hetgeen jij hun bracht te ontkennen en het tegen jou te keren. حَتَّى جَاءَ الْحَقُّ ("totdat de waarheid kwam"), Hij zegt: totdat de hulp van Allah kwam. وَظَهَرَ أَمْرُ اللَّهِ ("en de zaak van Allah zegevierde"), Hij zegt: en de religie van Allah die Hij heeft bevolen en aan Zijn schepselen heeft opgelegd, namelijk de islam, zegevierde. وَهُمْ كَارِهُونَ ("terwijl zij het verafschuwden"), Hij zegt: en de hypocrieten verafschuwden het zegevieren van de zaak van Allah en Zijn hulp aan jou. En zo ook nu: Allah laat jou zegevieren en laat Zijn religie zegevieren over degenen die ongelovig zijn onder de Romeinen en anderen onder hen die ongelovig aan Hem zijn, terwijl zij het verafschuwen.

    * * *

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) gesproken.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    16782 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: وَقَلَّبُوا لَكَ الأُمُورَ ("en zij hebben de zaken voor jou omgekeerd"), dat wil zeggen: opdat zij jouw metgezellen tegen jou zouden ontmoedigen en jouw zaak tegen jou zouden keren. حَتَّى جَاءَ الْحَقُّ وَظَهَرَ أَمْرُ اللَّهِ ("totdat de waarheid kwam en de zaak van Allah zegevierde").

    * * *

    En men heeft vermeld dat dit vers werd geopenbaard met betrekking tot een aantal personen die bij name genoemd zijn.

    16783 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, op gezag van ʿAmr, op gezag van al-Ḥasan, betreffende Zijn woord: وَقَلَّبُوا لَكَ الأُمُورَ ("en zij hebben de zaken voor jou omgekeerd"), hij zei: Onder hen waren ʿAbd Allāh ibn Ubayy ibn Salūl, ʿAbd Allāh ibn Nabtal, broeder van de Banū ʿAmr ibn ʿAwf, Rifāʿa ibn Rāfiʿ, en Zayd ibn al-Tābūt al-Qaynuqāʿī.

    * * *

    En het ontmoedigen door ʿAbd Allāh ibn Ubayy van zijn metgezellen tegenover de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in deze veldtocht, was zoals het volgende:

    16784 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, op gezag van al-Zuhrī, en Yazīd ibn Rūmān, en ʿAbd Allāh ibn Abī Bakr, en ʿĀṣim ibn ʿUmar ibn Qatāda, en anderen — ieder van hen heeft over de veldtocht van Tabūk verteld wat hem daarover had bereikt, waarbij sommigen van het volk iets vertellen wat anderen niet vertellen, en al hun overleveringen zijn in deze overlevering samengebracht: dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zijn metgezellen beval zich voor te bereiden op de strijd tegen de Romeinen, en dat was in een tijd van ontbering onder de mensen, hevige hitte, droogte in het land, en op het moment dat de vruchten goed waren en de schaduwen geliefd waren; de mensen hielden ervan te verblijven bij hun vruchten en hun schaduwen, en zij verafschuwden het daarvandaan te vertrekken, gezien de toestand van het jaargetijde waarin zij zich bevonden. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, trok zelden ten strijde in een veldtocht zonder die te verhullen en te kennen te geven dat hij iets anders beoogde dan datgene waarop hij zich richtte — behalve in het geval van de veldtocht van Tabūk, want die maakte hij duidelijk aan de mensen, vanwege de verre afstand, de zwaarte van het jaargetijde en de grote omvang van de vijand waarop hij zich richtte, opdat de mensen zich daarvoor naar behoren konden toerusten. Zo beval hij de mensen de jihād en deelde hun mee dat hij de Romeinen beoogde. De mensen rustten zich toe, ondanks de tegenzin die in hun zielen was voor die onderneming, vanwege wat eraan verbonden was, naast de grootheid die zij toekenden aan het noemen van de Romeinen en het bestrijden van hen.

    = Vervolgens spande de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zich in voor zijn reis, en hij beval de mensen tot toerusting en voortvarendheid, en hij spoorde de welgestelden aan tot uitgaven en het verschaffen van rijdieren op de weg van Allah.

    = Toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, uittrok, sloeg hij zijn legerkamp op bij Thaniyyat al-Wadāʿ, terwijl ʿAbd Allāh ibn Ubayy ibn Salūl zijn legerkamp afzonderlijk opsloeg, lager dan hem, tegenover "Dhubāb" — een berg in de begraafplaats lager dan Thaniyyat al-Wadāʿ — en het was, naar men beweert, niet het kleinste van de twee legerkampen. Toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, op weg ging, bleef ʿAbd Allāh ibn Ubayy achter, samen met degenen die achterbleven van de hypocrieten en de twijfelaars. ʿAbd Allāh ibn Ubayy was de broeder van de Banū ʿAwf ibn al-Khazraj, en ʿAbd Allāh ibn Nabtal de broeder van de Banū ʿAmr ibn ʿAwf, en Rifāʿa ibn Zayd ibn al-Tābūt de broeder van de Banū Qaynuqāʿ, en zij behoorden tot de leiders van de hypocrieten, en zij behoorden tot degenen die listen smeedden tegen de islam en haar aanhangers.

    = Hij zei: En over hen — volgens wat Ibn Ḥumayd ons heeft verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Muḥammad ibn Isḥāq, op gezag van ʿAmr ibn ʿUbayd, op gezag van al-Ḥasan al-Baṣrī — openbaarde Allah: لقد ابتغوا الفتنة من قبل ("Zij hebben reeds tevoren beproeving gezocht"), het vers.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : لَقَدِ ابْتَغَوُا الْفِتْنَةَ مِنْ قَبْلُ وَقَلَّبُوا لَكَ الأُمُورَ حَتَّى جَاءَ الْحَقُّ وَظَهَرَ أَمْرُ اللَّهِ وَهُمْ كَارِهُونَ (48) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: لقد التمس هؤلاء المنافقون الفتنة لأصحابك، يا محمد, التمسوا صدَّهم عن دينهم (1) وحرصوا على ردّهم إلى الكفرِ بالتخذيل عنه، (2) كفعل عبد الله بن أبيّ بك وبأصحابك يوم أحدٍ، حين انصرف عنك بمن تبعه من قومه. وذلك كان ابتغاءهم ما كانوا ابتغوا لأصحاب رسول الله صلى الله عليه وسلم من الفتنة من قبل. ويعني بقوله: (من قبل)، من قبل هذا =(وقلبوا لك الأمور)، يقول: وأجالوا فيك وفي إبطال الدين الذي بعثك به الله الرأيَ بالتخذيل عنك, (3) وإنكار ما تأتيهم به, وردّه عليك =(حتى جاء الحق)، يقول: حتى جاء نصر الله =(وظهر أمر الله)، يقول: وظهر دين الله الذي أمرَ به وافترضه على خلقه، وهو الإسلام (4) =(وهم كارهون)، يقول: والمنافقون بظهور أمر الله ونصره إياك كارهون. (5) وكذلك الآن، يظهرك الله ويظهر دينه على الذين كفروا من الروم وغيرهم من أهل الكفر به، وهم كارهون. * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: 16782- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة, عن ابن إسحاق: (وقلبوا لك الأمور)، أي: ليخذِّلوا عنك أصحابك, ويردُّوا عليك أمرك =(حتى جاء الحق وظهر أمر الله). (6) * * * وذكر أن هذه الآية نـزلت في نفرٍ مسمَّين بأعيانهم. 16783- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة, عن ابن إسحاق, عن عمرو, عن الحسن قوله: (وقلبوا لك الأمور)، قال: منهم عبد الله بن أبيّ ابن سلول, وعبد الله بن نبتل أخو بني عمرو بن عوف, ورفاعة بن رافع, وزيد بن التابوت القينقاعي. (7) * * * وكان تخذيل عبد الله بن أبيٍّ أصحابَه عن رسول الله صلى الله عليه وسلم في هذه الغزاة, كالذي: 16784- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة, عن ابن إسحاق, عن الزهري, ويزيد بن رومان, وعبد الله بن أبي بكر, وعاصم بن عمر بن قتادة، وغيرهم, كلُّ قد حدَّث في غزوة تبوك ما بلغَه عنها, وبعض القوم يحدِّث ما لم يحدِّث بعضٌ, وكلٌّ قد اجتمع حديثه في هذا الحديث: أن رسول الله صلى الله عليه وسلم أمر أصحابه بالتهيؤ لغزو الروم, وذلك في زمان عُسْرةٍ من الناس، (8) وشدة من الحرّ، وجَدْبٍ من البلاد, وحين طاب الثمار، وأحِبَّتِ الظلال, (9) فالناس يحبون المقام في ثمارهم وظلالهم, ويكرهون الشخوص عنها، على الحال من الزمان الذي هم عليه. وكان رسول الله صلى الله عليه وسلم قلَّما يخرج في غزوةٍ إلا كَنَى عنها، وأخبر أنه يريد غير الذي يَصْمِدُ له, (10) إلا ما كان من غزوة تبوك, فإنه بيَّنها للناس، لبعد الشُّقَّة، وشدة الزمان وكثرة العدوّ الذي صَمَد له، ليتأهَّب الناس لذلك أُهْبَتَه. فأمر الناس بالجهاد, وأخبرهم أنه يريد الروم. فتجهز الناسُ على ما في أنفسهم من الكره لذلك الوجه، لما فيه, مع ما عظَّموا من ذكر الروم وغزوهم. (11) = ثم إن رسول الله صلى الله عليه وسلم جَدَّ في سفره, فأمر الناس بالجهازِ والانكماش, (12) وحضَّ أهل الغنى على النفقة والحُمْلان في سبيل الله. (13) = فلما خرج رسول الله صلى الله عليه وسلم ضرب عسكره على ثنية الوداع, (14) وضرب عبد الله بن أبي ابن سلول عسكره على حِدَةٍ أسفلَ منه بحذاء " ذباب " (15) = جبل بالجبانة أسفل من ثنية الوداع = وكان فيما يزعمون، ليس بأقل العسكرين. فلما سار رَسول الله صلى الله عليه وسلم، تخلف عنه عبد الله بن أبي فيمن تخلَّف من المنافقين وأهل الريب. وكان عبد الله بن أبي، أخا بني عوف بن الخزرج, وعبد الله بن نبتل، أخا بني عمرو بن عوف, ورفاعة بن زيد بن التابوت، (16) أخا بني قينقاع, وكانوا من عظماء المنافقين, وكانوا ممن يكيد للإسلام وأهله. = قال: وفيهم، فيما حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة, عن محمد بن إسحاق, عن عمرو بن عبيد, عن الحسن البصري، أنـزل الله: (لقد ابتغوا الفتنة من قبل)، الآية. (17) ---------------------- الهوامش : (1) انظر تفسير "ابتغى" فيما سلف قريبا ص: 279 ، تعليق : 4 ، والمراجع هناك. (2) انظر تفسير " الفتنة " فيما سلف ص : ، 279 تعليق : 2 ، والمراجع هناك. (3) انظر تفسير "التقليب" فيما سلف 12 : 44 ، 45 ، ومادة (قلب) في فهارس اللغة. (4) انظر تفسير "الظهور" فيما سلف ص : 214 ، 215. (5) انظر تفسير " الكره " فيما سلف ص : 276 ، تعليق : 3 ، والمراجع هناك . (6) الأثر : 16782 - سيرة ابن هشام 4 : 194، وهو تابع الأثر السالف رقم : 16781. (7) الأثر : 16782 - لم أجده في سيرة ابن هشام . ولكنه في تاريخ الطبري 3 : 143 ، بمثله . (8) في السيرة: "في زمان من عسرة الناس". (9) "وأحبت الظلال" ليس في سيرة ابن هشام، وهو ثابت في رواية أبي جعفر في التاريخ 3 : 142 . وكذلك في المطبوعة: "والناس يحبون" وأثبت ما في المخطوطة ، فهو مطلب السياق. (10) "صمد للأمر يصمد"، قصده قصدًا. (11) هذه الجملة الأخيرة من أول قوله: "فتجهز الناس"، لم أجدها في هذا الموضع من سيرة ابن هشام 4 : 159 ، وسأذكر موضع ما يليه في التخريج ، فإنه قد أسقط ما بعد ذلك ، حتى بلغ ما بعده . (12) "الانكماش" الإسراع والجد في العمل والطلب. (13) "الحملان" (بضم فسكون) مصدر مثل "الحمل"، يريد: حمل من لا دابة له على دابة يركبها في وجهه هذا. وهذه الجملة من أول قوله: "ثم إن رسول الله"، إلى هذا الموضع ، في سيرة ابن هشام 4 : 161 ، والذي يليه من موضع آخر سأبينه . (14) وهذه الجملة مفردة في سيرة ابن هشام 4 : 162، بعدها كلام حذفه أبو جعفر، ووصله بما بعده. (15) في المطبوعة والمخطوطة: "على ذي حدة" ، وكان في المخطوطة كتب قبل "ذي" "دين" ثم ضرب عليها. ولم أجدهم قالوا: "على ذي حدة"، يؤيد صواب ذلك أن ابن هشام قال: "على حدة"، وذكر أبو جعفر هذا الخبر في تاريخه 3 : 143، فيه أيضًا "على حدة" ، فمن أجل ذلك أغفلت ما كان في المطبوعة والمخطوطة = وكان في المطبوعة ، وفي سيرة ابن هشام " نحو ذباب " ، وفي المخطوطة : " نحوا " ، والألف مطموسة قصيرة ، والذي في التاريخ ما أثبته " بحذاء " ، وهو الصواب الذي لا شك فيه. وبيان موضع الجبل ، ليس مذكورًا في السيرة ، وهو مذكور في التاريخ. (16) في المطبوعة: "رفاعة بن يزيد"، وهو خطأ، صوابه من المخطوطة، والتاريخ. (17) الأثر : 16784 - هذا خبر مفرق، ذكرت مواضعه فيما سلف ، وهو في سيرة ابن هشام 4 : 159 ثم 4 : 161 ثم 4 : 162 ، وهو بتمامه في تاريخ الطبري 3 : 142 ، 143 . والجزء الأخير من هذا الخبر ، مضى برقم : 16873.