Tafseer van Het Berouw · At-Tawba · 9:122
En het past de gelovigen niet dat zij allen (ten strijde) uitrukken. Waarom rukt niet van elke groep een aantal uit, opdat zij (de achtergeblevenen) belzrip verkrijgen over de godsdienst, zodat zij hun volk zullen waarschuwen wanneer het tot hen is teruggekeerd. Hopelijk zullen zij zichzelf behoeden.
De uitleg van Zijn woord: وَمَا كَانَ الْمُؤْمِنُونَ لِيَنْفِرُوا كَافَّةً فَلَوْلا نَفَرَ مِنْ كُلِّ فِرْقَةٍ مِنْهُمْ طَائِفَةٌ لِيَتَفَقَّهُوا فِي الدِّينِ وَلِيُنْذِرُوا قَوْمَهُمْ إِذَا رَجَعُوا إِلَيْهِمْ لَعَلَّهُمْ يَحْذَرُونَ (122) (En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken. Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, opdat zij begrip in de godsdienst verwerven en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren, opdat zij op hun hoede zullen zijn.) (122)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens roem wordt vermeld, zegt: De gelovigen behoorden niet allen gezamenlijk uit te trekken.
* * *
Wij hebben de betekenis van "al-kāffa" (allen tezamen) reeds met de bewijsplaatsen ervoor uiteengezet, alsmede de uitspraken van de mensen van uitleg (ahl al-taʾwīl) daaromtrent, zodat het overbodig is dat hier te herhalen.
* * *
Vervolgens verschilden de mensen van uitleg van mening over de betekenis die Allah met dit vers bedoelde, en over wat het "uittrekken" (al-nafr) was dat Hij voor alle gelovigen afkeurde.
Sommigen van hen zeiden: Het was een uittrekken dat afkomstig was van een volk dat in de woestijn (al-bādiya) verbleef. De Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, had hen uitgezonden om de mensen de islam te onderwijzen. Toen Zijn woord werd geopenbaard: مَا كَانَ لأَهْلِ الْمَدِينَةِ وَمَنْ حَوْلَهُمْ مِنَ الأَعْرَابِ أَنْ يَتَخَلَّفُوا عَنْ رَسُولِ اللَّهِ (Het past de bewoners van Medina en de bedoeïenen om hen heen niet om achter te blijven bij de Boodschapper van Allah), keerden zij zich van de woestijn naar de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, uit vrees dat zij zouden behoren tot hen die bij hem achterbleven, en tot hen die met het vers werden bedoeld. Toen openbaarde Allah daaromtrent hun verontschuldiging met Zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, en Hij keurde het terugkeren van hen allen vanuit de woestijn naar Medina af.
* Vermelding van wie dat zei:
17466 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken; waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, hij zei: Het waren mensen van de metgezellen van Muḥammad, Allah's zegen en vrede zij met hem, die naar de woestijnstreken trokken. Zij verkregen van de mensen weldadigheid en van de vruchtbaarheid datgene waarvan zij profiteerden, en zij riepen wie zij van de mensen aantroffen op tot de leiding. De mensen zeiden tot hen: "Wij zien jullie als niets anders dan dat jullie je metgezellen hebben verlaten en naar ons zijn gekomen!" Toen voelden zij daarover een beklemming in zichzelf, en zij keerden allen terug uit de woestijn totdat zij bij de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, binnentraden. Toen zei Allah: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, dat het goede zoekt = opdat zij begrip verwerven (li-yatafaqqahū), en opdat zij horen wat er onder de mensen is en wat Allah na hen heeft geopenbaard = en opdat zij hun volk waarschuwen, alle mensen = wanneer zij naar hen terugkeren, opdat zij op hun hoede zullen zijn.
17467 - Al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Abū Ḥudhayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, het soortgelijke = behalve dat hij in zijn overlevering zei: Toen zei Allah: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, een deel trok uit en een deel bleef zitten, het goede zoekend.
17468 - ...... hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbdullāh heeft ons verteld, op gezag van Warqāʾ, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, ongeveer zoals zijn overlevering op gezag van Abū Ḥudhayfa.
17469 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid, ongeveer zoals de overlevering van al-Muthannā op gezag van Abū Ḥudhayfa = behalve dat hij in zijn overlevering zei: "Wij zien jullie als niets anders dan dat jullie je metgezel hebben verlaten!" En hij zei: opdat zij begrip verwerven, opdat zij horen wat er onder de mensen is.
* * *
En anderen zeiden: De betekenis daarvan is: De gelovigen behoorden niet allen gezamenlijk naar hun vijand uit te trekken en hun Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, alleen achter te laten, zoals:-
17470 - Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, hij zei: opdat zij niet allen gaan = waarom trekt dan niet uit elke stam en geslacht een deel uit, terwijl een deel achterblijft = opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, opdat zij die achterblijven bij de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, begrip in de godsdienst verwerven = en opdat zij die achterblijven, hen die uittrokken waarschuwen wanneer dezen naar hen terugkeren, opdat zij op hun hoede zullen zijn.
* * *
* Vermelding van wie dat zei:
17471 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdullāh heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, hij zegt: De gelovigen behoorden niet allen gezamenlijk uit te trekken en de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, alleen achter te laten = waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, daarmee wordt een schare bedoeld, namelijk de strijdtroepen (al-sarāyā), en zij trokken er niet op uit dan met zijn toestemming. Wanneer dan de strijdtroepen terugkeerden en er na hen Koran was neergedaald, leerden de achtergeblevenen die van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zij zeiden: "Allah heeft na jullie aan jullie Profeet Koran geopenbaard, en wij hebben die geleerd." Dan bleven de strijdtroepen om te leren wat Allah na hen aan hun Profeet had geopenbaard, [en Hij zond andere strijdtroepen uit; dat is Zijn woord: opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, hij zegt: zij leren wat Allah aan Zijn Profeet heeft geopenbaard], en zij onderwijzen de strijdtroepen wanneer dezen naar hen terugkeren, opdat zij op hun hoede zullen zijn.
17472 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, tot aan zijn woord: opdat zij op hun hoede zullen zijn, hij zei: Dit is wanneer de Profeet van Allah de legers uitzond; hij gebood hun dat zij zijn Profeet niet ontbloot zouden achterlaten, en dat een deel bij de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, zou blijven om begrip in de godsdienst te verwerven, terwijl een deel zou vertrekken om zijn volk op te roepen en hen te waarschuwen voor Allah's beschikkingen met hen die vóór hen voorbij waren gegaan.
17473 - Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd ibn Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: Ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen over Zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, het vers: Wanneer de Profeet van Allah zelf ten strijde trok, was het voor niemand van de moslims toegestaan om bij hem achter te blijven, behalve voor hen die een geldige verontschuldiging hadden. En wanneer hij bleef en de strijdtroepen erop uittrokken, was het hun niet toegestaan om te vertrekken dan met zijn toestemming. Wanneer dan een man erop uittrok en er na hem Koran neerdaalde, dan reciteerde de Profeet van Allah die aan zijn metgezellen die met hem waren achtergebleven. Wanneer dan de strijdtroep terugkeerde, zeiden zij die met de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, waren gebleven tot hen: "Allah heeft na jullie aan Zijn Profeet Koran geopenbaard", en zij reciteerden die aan hen en onderrichtten hen in begrip van de godsdienst. Dat is Zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, hij zegt: Wanneer de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, bleef = waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, daarmee wordt bedoeld: het betaamt de moslims niet om allen gezamenlijk uit te trekken terwijl de Profeet van Allah blijft, maar wanneer de Profeet van Allah blijft, trekken de strijdtroepen erop uit en blijft het gros van de mensen bij hem.
* * *
En anderen zeiden: Veeleer is de betekenis daarvan: Dezen die uittrokken zijn geen gelovigen; waren zij gelovigen geweest, dan zouden zij niet allen uitgetrokken zijn, maar zij zijn hypocrieten (munāfiqūn). En waren zij oprecht geweest dat zij gelovigen waren, dan zou een deel zijn uitgetrokken om begrip in de godsdienst te verwerven en zijn volk te waarschuwen wanneer hij naar hen terugkeert.
* Vermelding van wie dat zei:
17474 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, het gaat niet over de jihād, maar toen de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, tegen Muḍar [bad om] dorre jaren, verdorden hun landen, en de stam onder hen kwam in haar geheel aanzetten totdat zij zich uit ontbering te Medina vestigden. Zij wendden de islam voor, terwijl zij logen, en zij brachten de metgezellen van de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, in het nauw en putten hen uit. Toen openbaarde Allah, waarbij Hij de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, berichtte dat zij geen gelovigen waren. Daarop zond de Boodschapper van Allah hen terug naar hun verwantengroepen, en hij waarschuwde hun volk dat zij niet hun daad zouden verrichten. Dat is Zijn woord: en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren, opdat zij op hun hoede zullen zijn.
* * *
En er is op gezag van Ibn ʿAbbās daaromtrent een derde uitspraak overgeleverd, namelijk wat:-
17475 - Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: Mijn vader heeft mij verteld, hij zei: Mijn oom heeft mij verteld, hij zei: Mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woord: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, tot aan zijn woord: opdat zij op hun hoede zullen zijn, hij zei: Uit elk geslacht van de Arabieren vertrok een groep, en zij kwamen bij de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, en vroegen hem naar wat zij van hun godsdienst wensten, en zij verwierven begrip in hun godsdienst. En zij zeiden tot de Profeet van Allah: Wat gebiedt u ons te doen, en bericht ons wat wij tot onze verwantengroepen zullen zeggen wanneer wij naar hen vertrekken? Hij zei: Dan gebood de Profeet van Allah hun de gehoorzaamheid aan Allah en de gehoorzaamheid aan Zijn Boodschapper, en hij zond hen naar hun volk met het gebed (al-ṣalāh) en de aalmoes (al-zakāh). En wanneer zij bij hun volk aankwamen, riepen zij uit: "Wie zich onderwerpt (aslama), die is van ons", en zij waarschuwden hen, totdat een man zelfs zijn vader en zijn moeder [als zodanig] kenbaar maakte. En de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, berichtte hen, en zij waarschuwden hun volk. Wanneer zij dan naar hen terugkeerden, riepen zij hen op tot de islam, en waarschuwden hen voor het Vuur, en verkondigden hun de blijde tijding van het paradijs.
* * *
En anderen zeiden: Dit is slechts een logenstraffing van Allah aan hypocrieten die de bedoeïenen onder de moslims en anderen smaadden vanwege hun achterblijven en hun tegenwerking van de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, terwijl zij behoorden tot hen die Allah voor het achterblijven heeft verontschuldigd.
* Vermelding van wie dat zei:
17476 - Al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-ʿAzīz heeft ons verteld, hij zei: Sufyān ibn ʿUyayna heeft ons verteld, op gezag van Sulaymān al-Aḥwal, op gezag van ʿIkrima, hij zei: Toen dit vers werd geopenbaard: مَا كَانَ لأَهْلِ الْمَدِينَةِ وَمَنْ حَوْلَهُمْ مِنَ الأَعْرَابِ أَنْ يَتَخَلَّفُوا عَنْ رَسُولِ اللَّهِ (Het past de bewoners van Medina en de bedoeïenen om hen heen niet om achter te blijven bij de Boodschapper van Allah), tot aan: إِنَّ اللَّهَ لا يُضِيعُ أَجْرَ الْمُحْسِنِينَ (Voorwaar, Allah laat het loon van de weldoeners niet verloren gaan), zeiden enige mensen van de hypocrieten: Wie achterbleef is verloren! Toen werd geopenbaard: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, tot aan: opdat zij op hun hoede zullen zijn, en er werd geopenbaard: وَالَّذِينَ يُحَاجُّونَ فِي اللَّهِ مِنْ بَعْدِ مَا اسْتُجِيبَ لَهُ حُجَّتُهُمْ دَاحِضَةٌ (En zij die over Allah twisten nadat Hem gehoor is gegeven, hun argument is nietig), het vers [Surah al-Shūrā: 16].
17477 - Al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn al-Zubayr heeft ons verteld, op gezag van Ibn ʿUyayna, hij zei: Sulaymān al-Aḥwal heeft ons verteld, op gezag van ʿIkrima, hij zei: Ik hoorde hem zeggen: Toen werd geopenbaard: إِلا تَنْفِرُوا يُعَذِّبْكُمْ عَذَابًا أَلِيمًا (Indien jullie niet uittrekken, zal Hij jullie bestraffen met een pijnlijke bestraffing) [Surah al-Tawba: 39], en مَا كَانَ لأَهْلِ الْمَدِينَةِ وَمَنْ حَوْلَهُمْ مِنَ الأَعْرَابِ (Het past de bewoners van Medina en de bedoeïenen om hen heen niet), tot aan zijn woord: لِيَجْزِيَهُمُ اللَّهُ أَحْسَنَ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ (opdat Allah hen het beste vergeldt van wat zij plachten te doen), zeiden de hypocrieten: De woestijnbewoners die bij Muḥammad zijn achtergebleven en niet met hem zijn uitgetrokken, zijn verloren! Nu waren er mensen van de metgezellen van de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, die naar de woestijn waren uitgetrokken, naar hun volk om hen begrip [in de godsdienst] bij te brengen. Toen openbaarde Allah: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken; waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, tot aan zijn woord: opdat zij op hun hoede zullen zijn, en er werd geopenbaard: وَالَّذِينَ يُحَاجُّونَ فِي اللَّهِ مِنْ بَعْدِ مَا اسْتُجِيبَ لَهُ (En zij die over Allah twisten nadat Hem gehoor is gegeven), het vers.
* * *
En zij die zeiden: "Daarmee werd het verbod bedoeld op het uittrekken van allen in de strijdtroep en het alleen achterlaten van de Profeet, vrede zij met hem", verschilden van mening over wie bedoeld werden met Zijn woord: opdat zij begrip in de godsdienst verwerven en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren.
Sommigen van hen zeiden: Daarmee werd de gemeenschap bedoeld die met de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, achterbleef. En zij zeiden: De betekenis van het woord is: Waarom trekt dan niet uit elke groep een deel uit voor de jihād, opdat zij die achterblijven begrip in de godsdienst verwerven en opdat zij hun volk waarschuwen, dat in de strijdtroep is uitgetrokken, wanneer dezen van hun veldtocht naar hen terugkeren? Dat is de uitspraak van Qatāda, en wij hebben de overlevering daarvan op zijn gezag reeds vermeld, in de overlevering van Saʿīd ibn Abī ʿArūba, en er is:-
17478 - Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, het vers, hij zei: Opdat zij die met de Profeet van Allah zijn blijven zitten begrip verwerven = en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren, hij zegt: opdat zij hen die zijn uitgetrokken waarschuwen wanneer dezen naar hen terugkeren.
17479 - Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van al-Ḥasan en Qatāda: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken, zij beiden zeiden: allen tezamen, en de Profeet, Allah's zegen en vrede zij met hem, achterlaten.
* * *
En anderen onder hen zeiden: Veeleer is de betekenis daarvan: opdat het uittrekkende deel begrip verwerft, niet het achterblijvende deel, en opdat het uittrekkende deel het achterblijvende deel waarschuwt.
* Vermelding van wie dat zei:
17480 - Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van al-Ḥasan: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, hij zei: opdat zij die zijn uitgetrokken begrip verwerven door wat Allah hun toont aan overwinning op de polytheïsten (mushrikīn) en aan bijstand, en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren.
* * *
Abū Jaʿfar zei: En de meest juiste van de uitspraken in de uitleg daarvan is dat men zegt dat de uitleg ervan luidt: De gelovigen behoorden niet allen gezamenlijk uit te trekken en de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, alleen achter te laten; en dat Allah met dit vers de gelovigen in Hem heeft verboden om allen uit te trekken in een veldtocht, een jihād of iets anders van hun aangelegenheden, en de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, eenzaam achter te laten. Maar het is hun plicht, wanneer de Boodschapper van Allah een strijdtroep eropuit zendt, dat met haar uit elke stam van de Arabische stammen = en dat is "de groep" (al-firqa) = een deel (ṭāʾifa) uittrekt, en dat is van één persoon tot welk aantal dan ook bereikt wordt, zoals Allah, verheven is Zijn lof, zei: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, hij zegt: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit? En dit tot hier toe is volgens een van de uitspraken die op gezag van Ibn ʿAbbās zijn overgeleverd, en het is de uitspraak van al-Ḍaḥḥāk en Qatāda.
En wij hebben slechts gezegd dat deze uitspraak de meest juiste van de uitspraken daaromtrent is, omdat Allah, de Verhevene wiens roem wordt vermeld, het achterblijven en tegenwerken van de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, vóór dit vers verboden heeft voor de gelovigen in Hem onder de bewoners van Medina, de stad van de Boodschapper, Allah's zegen en vrede zij met hem, en onder de bedoeïenen, zonder een verontschuldiging waarmee zij verontschuldigd worden, wanneer de Boodschapper van Allah uittrekt voor een veldtocht en de jihād tegen een vijand, met Zijn woord: Het past de bewoners van Medina en de bedoeïenen om hen heen niet om achter te blijven bij de Boodschapper van Allah. Vervolgens liet de Verhevene, wiens lof verheven is, daarop Zijn woord volgen: En de gelovigen behoren niet allen tezamen uit te trekken. Zo was het daardoor bekend = aangezien Hij hun in het vers daarvóór reeds had bekendgemaakt wat hun verplicht was aan de plicht van het uittrekken, en wat hun was toegestaan aan het nalaten ervan in het geval van de veldtocht van de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zijn vertrek uit zijn stad voor de jihād tegen een vijand, en hun bekendmaakte dat het achterblijven in tegenwerking van hem hun niet was toegestaan behalve om een verontschuldiging, nadat hij sommigen van hen had opgeroepen en anderen had achtergelaten = dat het na hun bekendmaking daarvan zou zijn dat Hij hun bekendmaakte wat hun verplicht was bij het blijven van de Boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, in zijn stad en het uitzenden van anderen daarvandaan, zoals het begin was met hun bekendmaking van wat verplicht was bij zijn vertrek en zijn achterlaten van sommigen van hen.
* * *
En wat betreft Zijn woord: opdat zij begrip in de godsdienst verwerven en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren, de meest juiste van de uitspraken daaromtrent is de uitspraak van hem die zei: Opdat het uittrekkende deel begrip verwerft door wat het aanschouwt aan Allah's bijstand aan de mensen van Zijn godsdienst en de metgezellen van Zijn Boodschapper tegen de mensen van Zijn vijandschap en het ongeloof in Hem, zodat door dat aanschouwen de werkelijke kennis van de zaak van de islam en zijn overwinning op de [andere] godsdiensten wordt verworven door wie haar nog niet had verworven; en opdat zij hun volk waarschuwen en hen ervoor doen vrezen dat hun van Allah's macht hetzelfde overkomt als wat overkwam aan hen die zij aanschouwden en zagen van hen die de moslims onder de mensen van shirk overwonnen = wanneer zij van hun veldtocht naar hen terugkeren = opdat zij op hun hoede zullen zijn, hij zegt: opdat hun volk, wanneer zij hen waarschuwen voor wat zij daarvan aanschouwden, op hun hoede zal zijn en in Allah en Zijn Boodschapper zal geloven, uit vrees dat hun overkomt wat overkwam aan hen over wier lot zij werden bericht.
En wij hebben slechts gezegd dat dit de meest juiste van de uitspraken is, en het is de uitspraak van al-Ḥasan al-Baṣrī die wij op zijn gezag hebben overgeleverd, omdat wij eerder hebben uiteengezet ten aanzien van "het uittrekken" (al-nafr) dat, wanneer het absoluut wordt gebruikt zonder verbinding met iets, het overheersende gebruik dat de Arabieren ervan maken in de zin van de jihād en de veldtocht is. Aangezien dat de overheersende van de betekenissen daarin is, en de Verhevene, wiens lof verheven is, zei: Waarom trekt dan niet uit elke groep onder hen een deel uit, opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, is het bekend dat Zijn woord opdat zij begrip verwerven slechts een bepaling is voor het uittrekken en voor niets anders, aangezien het daarop volgde en op niets anders van de woorden.
* * *
Indien iemand zou zeggen: En waarom wijs je af dat de betekenis ervan zou zijn: opdat zij die achterblijven begrip in de godsdienst verwerven?
Dan wordt gezegd: Wij wijzen dat af vanwege de ongerijmdheid ervan. Want indien het uittrekken van het uittrekkende deel een oorzaak zou zijn voor het begrip van het achterblijvende deel, dan zou het noodzakelijk zijn dat hun verblijf met hen een oorzaak zou zijn voor hun onwetendheid en het nalaten van het verwerven van begrip; en wij weten reeds dat hun verblijf, indien zij waren gebleven en niet waren uitgetrokken, geen oorzaak zou zijn geweest om hen van het verwerven van begrip te weerhouden.
* * *
En voorts: Hij, wiens lof verheven is, zei: en opdat zij hun volk waarschuwen wanneer zij naar hen terugkeren, in aansluiting op Zijn woord: opdat zij begrip in de godsdienst verwerven, en het lijdt geen twijfel dat het uittrekkende deel niet is uitgetrokken dan terwijl de waarschuwing reeds van Allah aan hen was voorafgegaan, en het is omwille van de waarschuwing en de vrees voor de dreiging dat zij zijn uitgetrokken. Wat is dan de zin van het waarschuwen van het uittrekkende deel door het achterblijvende deel, terwijl zij beiden gelijk waren in de kennis van Allah's waarschuwing aan hen beiden? En al was het toegestaan dat een van beide met de waarschuwing van de ander beschreven zou worden, dan zou degene die er het meest recht op had ermee beschreven te worden, het uittrekkende deel zijn, want het heeft van Allah's macht en de bijstand aan de gelovigen tegen de mensen van het ongeloof in Hem aanschouwd wat het achterblijvende deel niet heeft aanschouwd. Maar het is, indien Allah het wil, zoals wij hebben gezegd, namelijk dat het [uittrekkende deel] wie van zijn geslacht en stam niet in Allah geloofde waarschuwt wanneer het naar hem terugkeert: dat hem overkomt wat overkwam aan hen die het heeft aanschouwd, van hen onder de mensen van shirk over wie Allah de gelovigen de overwinning schonk en die hun gelijken waren.