Tafseer van De Overweldigende · Al-Ghaashiya · 88:25
Voorwaar, tot Ons is hun terugkeer.
Zijn uitspraak: إِنَّ إِلَيْنَا إِيَابَهُمْ ("Voorwaar, tot Ons is hun terugkeer"). Hij zegt: voorwaar, tot Ons is de terugkeer van wie ongelovig was (kāfir) en hun wederkomst. ثُمَّ إِنَّ عَلَيْنَا حِسَابَهُمْ ("daarna voorwaar, aan Ons is hun afrekening"). Hij zegt: vervolgens rust aan Allah zijn afrekening, en Hij zal hem vergelden voor de ongehoorzaamheid jegens zijn Heer die hij eerder bedreven heeft. Daarmee laat Hij Zijn Profeet Muḥammad ﷺ weten dat Hij het is die zich met diens bestraffing belast en niet de Profeet zelf; dat Hij het is die vergeldt en bestraft; en dat het aan de Profeet is om te vermanen en de boodschap over te brengen.
En overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak: إِلا مَنْ تَوَلَّى وَكَفَرَ ("behalve wie zich afkeert en ongelovig is"), hij zei: zijn afrekening rust bij Allah.