Tafseer van Het Splijten · Al-Infitaar · 82:16
En zij zullen er nooit afwezig zijn.
Zijn uitspraak: ( وَمَا هُمْ عَنْهَا بِغَائِبِينَ ) ("En zij zullen er niet van afwezig zijn"). Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: deze verdorvenen (fujjār) zullen nooit uit de hel (al-jaḥīm) treden, zodat zij ervan afwezig zouden zijn; integendeel, zij verblijven daarin voor eeuwig, daarin blijvend. En zo is het ook met de rechtvaardigen in de gelukzaligheid. Dat is zoals Zijn uitspraak: وَمَا هُمْ مِنْهَا بِمُخْرَجِينَ ("En zij zullen er niet uit verwijderd worden").