Tafseer van Het Omhullen · At-Takwir · 81:10
En wanneer de bladen opengeslagen worden.
Zijn uitspraak: وَإِذَا الصُّحُفُ نُشِرَتْ ("En wanneer de bladen worden opengespreid") — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: en wanneer de bladen met de daden van de dienaren voor hen worden opengespreid, nadat zij opgerold waren over wat daarin aan goede en slechte daden geschreven staat.
En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) zich uitgesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord: وَإِذَا الصُّحُفُ نُشِرَتْ ("En wanneer de bladen worden opengespreid"): jouw blad, o zoon van Adam, wordt gevuld met wat erin staat, daarna wordt het opgerold, daarna wordt het voor jou opengespreid op de Dag der Opstanding.
De recitatoren (al-qurrāʾ) zijn het oneens geweest over de lezing daarvan. De meeste recitatoren van Medina lazen het نُشِرتْ (nushirat) met een lichte (ongescherpte) shīn, en zo lazen het ook sommige Kūfanen. En sommige recitatoren van Mekka en de meeste recitatoren van Kūfa lazen het met een gescherpte (verdubbelde) shīn (nushshirat). Degene onder hen die zijn lezing aldus rechtvaardigde, beriep zich op het woord van Allah: أَنْ يُؤْتَى صُحُفًا مُنَشَّرَةً ("dat hem opengespreide bladen gegeven worden"), en Hij zei niet "manshūra"; en de verdubbeling werd hier alleen mooi geacht omdat het een bericht over een veelheid betreft, zoals men zegt: "dit zijn geslachte (mudhabbaḥa) rammen"; en als men over een enkel exemplaar daarvan zou berichten, zou het ongescherpt zijn en zou men "madhbūḥa" zeggen. Zo ook geldt voor Zijn woord "manshūra".