Tafseer van Hij Fronste · Abasa · 80:42
Zij zijn degenen die de zondige ongelovigen zijn.
En zijn uitspraak: أُولَئِكَ هُمُ الْكَفَرَةُ الْفَجَرَةُ ("Zij zijn de ongelovigen, de verdorvenen") — de Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: dezen, wier kenmerk dit is op de Dag der Opstanding, zij zijn de ongelovigen (al-kafara) jegens Allah, die in het wereldse leven de verdorvenen (al-fajara) in hun religie waren; het kon hun niet schelen welke ongehoorzaamheid tegen Allah zij bedreven en welke door Hem verboden zaken zij begingen. Zo vergeldt Allah hun met de slechtheid van hun daden hetgeen Hij Zijn dienaren heeft aangekondigd.
Einde van de uitleg (tafsīr) van Surah ʿAbasa.