Tafseer van De Buit · Al-Anfaal · 8:58
En als jij verraad vreest van een volk, hef het (verbond) dan met wederzijdse duidelijkheid op. Voorwaar, Allah houdt niet van de verraders.
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: وَإِمَّا تَخَافَنَّ مِنْ قَوْمٍ خِيَانَةً فَانْبِذْ إِلَيْهِمْ عَلَى سَوَاءٍ إِنَّ اللَّهَ لا يُحِبُّ الْخَائِنِينَ (58) (En indien je van een volk verraad vreest, werp het [verbond] hun dan op gelijke voet terug. Voorwaar, Allah heeft de verraders niet lief) (58).
Abū Jaʿfar zei: Hij — verheven is Zijn vermelding — zegt: en indien je vreest, o Mohammed, van een vijand van jou met wie tussen jou en hem een verbond en overeenkomst bestaat, dat hij het verbond verbreekt en de overeenkomst schendt en jou verraderlijk behandelt = en dat is "de trouweloosheid" (al-khiyāna) en het verraad (13) = werp het hun dan op gelijke voet terug, Hij zegt: ga dan tot de open strijd met hen over, en stel hen vóór je hen bestrijdt ervan op de hoogte dat je het verbond tussen jou en hen hebt opgezegd, vanwege wat van hen is uitgegaan aan tekenen van verraad en trouweloosheid (14), totdat jij en zij op gelijke voet komen te staan in de kennis dat jij hun oorlogsvoerende vijand bent, zodat zij het wapentuig voor de oorlog ter hand nemen, en jij vrij bent van verraad = voorwaar, Allah heeft de verraders niet lief, de trouwelozen jegens degene met wie men in een toestand van veiligheid en een verbond verkeert tussen hem en hem, dat hij hem verraderlijk behandelt en hem bestrijdt, voordat hij hem heeft laten weten dat hij zijn oorlogsvoerende vijand is en dat hij de overeenkomst met hem heeft opgezegd.
* * *
Indien iemand zou zeggen: En hoe is het toegestaan het verbond te verbreken op grond van de vrees voor verraad, terwijl "de vrees" een vermoeden is = geen zekerheid? (15)
Dan wordt gezegd: De zaak is anders dan waartoe jij hebt geconcludeerd. De betekenis ervan is slechts: wanneer de tekenen van verraad van jouw vijand zich manifesteren (16) en je vreest dat zij jou zullen overvallen, werp hun dan de sleutels van de vrede toe en kondig hun de oorlog aan (17). Dat is zoals wat gebeurde met de Banū Qurayẓa, toen zij Abū Sufyān en de polytheïsten (mushrikīn) die met hem waren, gehoor gaven in het hen bijstaan tegen de boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, en het samen met hen bestrijden van hem (18), na het verbond dat zij met de boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, gesloten hadden tot vreedzaamheid, en dat zij de boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, niet zouden bestrijden (19). Zo werd hun gehoor geven hieraan een grond voor de boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, om verraad jegens hem en zijn metgezellen van hen te vrezen. Zo is dan ook het oordeel over elk volk dat een wapenstilstand met de gelovigen heeft, en bij wie zich aan de leider (imām) van de moslims tekenen van verraad manifesteren gelijk aan wat zich aan de boodschapper van Allah, Allah's zegen en vrede zij met hem, en zijn metgezellen van de Qurayẓa manifesteerde: dan is het de plicht van de leider (imām) van de moslims om het hun op gelijke voet terug te werpen en hun de oorlog aan te kondigen.
* * *
De betekenis van Zijn uitspraak: op gelijke voet (ʿalā sawāʾ) is: totdat jouw kennis en hun kennis gelijk staan, dat ieder van jullie de oorlogsvoerende vijand van zijn tegenpartij is en niet in vrede (20).
* * *
Er is gezegd: het vers werd geopenbaard betreffende de Qurayẓa.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
16221 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: werp het hun dan op gelijke voet terug, hij zei: de Qurayẓa.
* * *
En sommigen plachten te zeggen: "al-sawāʾ" betekent op deze plaats: uitstel (al-mahal) (21).
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
16222 - ʿAlī ibn Sahl heeft mij verteld, hij zei: al-Walīd ibn Muslim heeft ons verteld, hij zei: Het is onder dat wat ons duidelijk werd betreffende Zijn uitspraak: werp het hun dan op gelijke voet terug, dat het betekent: met uitstel = zoals Bukayr ons heeft verteld, op gezag van Muqātil ibn Ḥayyān over de uitspraak van Allah: بَرَاءَةٌ مِنَ اللَّهِ وَرَسُولِهِ إِلَى الَّذِينَ عَاهَدْتُمْ مِنَ الْمُشْرِكِينَ * فَسِيحُوا فِي الأَرْضِ أَرْبَعَةَ أَشْهُرٍ (Een vrijspraak van Allah en Zijn boodschapper aan de polytheïsten met wie jullie een verbond hebben gesloten * Reist dan vrij rond in het land gedurende vier maanden), [Al-Tawba: 1-2].
* * *
Wat betreft de mensen die kennis hebben van de taal van de Arabieren, zij verschillen onderling over de betekenis ervan.
Sommigen van hen plachten te zeggen: de betekenis ervan is: werp het hun dan terug op een wijze van rechtvaardigheid (ʿadl) = dat wil zeggen: totdat jouw kennis en hun kennis in evenwicht zijn omtrent de wederzijdse oorlogstoestand die tussen jullie heerst. En zij voerden voor die uitspraak van hen als getuige aan de woorden van de rajaz-dichter (22):
"En sla op de gezichten van de trouweloze vijanden
Totdat zij je antwoord geven tot de sawāʾ" (23)
dat wil zeggen: tot de rechtvaardigheid.
* * *
En anderen plachten te zeggen: de betekenis ervan is: het midden (al-wasaṭ), naar de woorden van Ḥassān:
"O wee de helpers van de boodschapper en zijn verwanten
Na de verdwijning in het midden van de grafnis" (24)
in de betekenis van: in het midden van de grafholte.
* * *
Zo zijn deze betekenissen aan elkaar verwant, want "de rechtvaardigheid" is een midden dat niet boven de waarheid uitstijgt en er niet bij achterblijft, en evenzo is "het midden" rechtvaardigheid, en het gelijkstaan van de kennis van beide partijen omtrent hun wederzijdse toestand na de wapenstilstand (25) is rechtvaardigheid in het handelen en een midden. Wat betreft datgene wat al-Walīd ibn Muslim heeft gezegd, namelijk dat de betekenis ervan "het uitstel" (al-mahal) is, daarvoor ken ik geen grond in de taal van de Arabieren.
--------------------
Voetnoten:
(13) Zie de uitleg van "al-khiyāna" in wat reeds is voorafgegaan, 13: 480, noot 1, en de verwijzingen aldaar.
(14) Zie de uitleg van "al-nabdh" in wat reeds is voorafgegaan, 2: 401, 402; 7: 459. In de gedrukte uitgave staat: "āthār al-ghadr" (sporen van verraad), en ik heb vastgesteld wat in het manuscript staat. "Al-amār" en "al-amāra" betekenen het teken, en men zegt: "amār" is het meervoud van "amāra".
(15) Zie de uitleg van "al-khawf" in wat reeds is voorafgegaan, 11: 373, noot 5, en de verwijzingen aldaar.
(16) In de gedrukte uitgave staat: "āthār al-khiyāna" (sporen van trouweloosheid), en ik heb vastgesteld wat in het manuscript staat; zie de voorafgaande noot nummer 2.
(17) In het manuscript staat: "wa-ad" en daarna een leegte; het juiste is wat in de gedrukte uitgave staat.
(18) In de gedrukte uitgave staat: "wa-muḥārabatihim maʿahu" (en het bestrijden van hem samen met hem), en ik heb vastgesteld wat in het manuscript staat.
(19) In het manuscript staat: "wa-lam yuqātilū" (en zij bestreden niet), en wat in de gedrukte uitgave staat lijkt op het juiste.
(20) Zie de uitleg van "al-sawāʾ" in wat reeds is voorafgegaan, 10: 488, noot 2, en de verwijzingen aldaar.
(21) In de gedrukte uitgave staat: "wa-qad qāla baʿḍuhum" (en sommigen hebben gezegd), waarbij de hele zin zonder reden is gewijzigd.
(22) Ik heb de zegsman ervan niet kunnen achterhalen.
(23) In de gedrukte uitgave stond: "al-ghudur lil-aʿdāʾ", en dat is een fout; het juiste komt uit het manuscript, en "al-ghudur" (met twee ḍamma's) is het meervoud van "ghadūr", zoals "ṣabūr", en het betekent de trouweloze die zich aan het verraad heeft gewend.
(24) Het vers en de vermelding van zijn bron en de verklaring ervan zijn reeds voorafgegaan, 2: 496, noot 2.
(25) In de gedrukte uitgave staat: "wa-stiwāʾ al-farīqayn" (het gelijkstaan van de twee partijen), en in het manuscript "wa-stiwāʾ ʿalā al-farīqayn"; de juiste lezing ervan is wat is vastgesteld, en dat is de ware betekenis.