Tabari
Terug naar surah 8, ayah 53

Tafseer van De Buit · Al-Anfaal · 8:53

ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًۭا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا۟ مَا بِأَنفُسِهِمْ ۙ وَأَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌۭ

Dat is omdat Allah nimmer een genieting die Hij aan een volk heeft geschonken verandert (in een bestraffing), tenzij zij veranderen wat zich bij hen bevindt: en voorwaar, Allah is Alhorend, Alwetend.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: Dat is omdat Allah een gunst die Hij aan een volk heeft verleend nooit verandert, totdat zij veranderen wat in henzelf is, en omdat Allah Alhorend, Alwetend is (8:53).

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En Wij grepen dezen die niet in Onze tekenen geloofden, van de polytheïsten (mushrikīn) van Quraysh, bij Badr, vanwege hun zonden, (1) en Wij deden dat met hen omdat zij veranderden wat Allah hun aan gunst had verleend door het zenden van Zijn Boodschapper uit hun midden en in hun aanwezigheid, doordat zij hem uit hun midden verdreven, hem loochenden en hem bestreden. Daarom veranderden Wij Onze gunst aan hen door hen te vernietigen, zoals Wij dat deden bij hen die hen voorafgingen, onder degenen die zich tegen Ons buitensporig gedroegen en Ons bevel ongehoorzaam waren.

    * * *

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.

    * Vermelding van wie dat zei:

    16209 — Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: (Dat is omdat Allah een gunst die Hij aan een volk heeft verleend nooit verandert, totdat zij veranderen wat in henzelf is), hij zegt: "De gunst van Allah", dat is Mohammed, ṣalla Allāhu ʿalayhi wa-sallam, die Hij als gunst aan Quraysh verleende, maar zij waren ongelovig, dus verplaatste Hij hem naar de Anṣār.

    * * *

    En Zijn woord: (en omdat Allah Alhorend, Alwetend is), hij zegt: Aan Hem blijft niets verborgen van de woorden van Zijn schepselen; Hij hoort het woord van ieder van hen die spreekt, of die spreekt met goed of met kwaad = (Alwetend), over wat hun borsten verbergen, en Hij vergeldt en beloont hen voor wat zij zeggen en doen: indien het goed is, dan met goed, en indien het kwaad is, dan met kwaad. (2)

    ---------------------

    De voetnoten:

    (1) Zie de uitleg van "al-akhdh" (het grijpen) in de eerder vermelde taalkundige indexen (a-kh-dh).

    (2) Zie de uitleg van "samīʿ" (Alhorend) en "ʿalīm" (Alwetend) in de eerder vermelde taalkundige indexen (s-m-ʿ), (ʿ-l-m).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًا نِعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَى قَوْمٍ حَتَّى يُغَيِّرُوا مَا بِأَنْفُسِهِمْ وَأَنَّ اللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ (53) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: وأخذنا هؤلاء الذين كفروا بآياتنا من مشركي قريش ببدر بذنوبهم، (1) وفعلنا ذلك بهم, بأنهم غيَّروا ما أنعم الله عليهم به من ابتعاثه رسولَه منهم وبين أظهرهم, بإخراجهم إياه من بينهم، وتكذيبهم له، وحربهم إياه، فغيرنا نعمتنا عليهم بإهلاكنا إياهم, كفعلنا ذلك في الماضين قبلهم ممن طغى علينا وعصى أمرنا. * * * وبنحو ما قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: 16209- حدثني محمد بن الحسين قال: حدثنا أحمد بن المفضل قال: حدثنا أسباط, عن السدي: (ذلك بأن الله لم يك مغيرًا نعمةً أنعمها على قوم حتى يغيروا ما بأنفسهم)، يقول: " نعمة الله "، محمد صلى الله عليه وسلم , أنعم به على قريش، وكفروا, فنقله إلى الأنصار. * * * وقوله: (وأن الله سميع عليم)، يقول: لا يخفى عليه شيء من كلام خلقه, يسمع كلام كلّ ناطق منهم بخير نطق أو بشرٍّ =(عليم)، بما تضمره صدورهم, وهو مجازيهم ومثيبهم على ما يقولون ويعملون, إن خيرًا فخيرًا، وإن شرًّا فشرًّا. (2) --------------------- الهوامش : (1) انظر تفسير " الأخذ " فيما سلف من فهارس اللغة ( أخذ ) . (2) انظر تفسير " سميع " و " عليم " فيما سلف من فهارس اللغة ( سمع ) ، ( علم ) .