Tafseer van De Buit · Al-Anfaal · 8:22
Voorwaar, de slechtste schepselen bij Allah zijn de doven en de stommen (van hart): degenen die niet begrijpen.
De uitleg van Zijn woord: إِنَّ شَرَّ الدَّوَابِّ عِنْدَ اللَّهِ الصُّمُّ الْبُكْمُ الَّذِينَ لا يَعْقِلُونَ (22) (Waarlijk, de slechtste der schepselen bij Allah zijn de doven, de stommen die niet begrijpen.) (8:22)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verkondigd wordt, zegt: waarlijk, de slechtste van wat over de aarde kruipt van Allahs schepping in de ogen van Allah, zijn degenen die zich doof houden voor het ware opdat zij het niet horen, en er dus geen lering uit trekken en zich er niet door laten vermanen, en zij wijken ervan terug indien zij het uitspreken; degenen die met betrekking tot Allah Zijn gebod en Zijn verbod niet begrijpen, zodat zij hun lichamen daarmee in dienst zouden stellen.
* * *
En in de geest van wat wij hierover hebben gezegd, hebben de geleerden van de uitleg gesproken.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
15856- Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: "Waarlijk, de slechtste der schepselen bij Allah", hij zei: "de schepselen" (al-dawābb), zijn de schepping.
15857- Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, hij zei: Ibn Jurayj zei, op gezag van ʿIkrima, hij zei: en zij plachten te zeggen: "Wij zijn waarlijk doof en stom voor datgene waartoe Muḥammad oproept, wij horen het niet van hem, en wij antwoorden hem daarop niet met instemming!" Toen werden zij allen gedood bij Uḥud, en zij waren de dragers van de banier.
15858- Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: "de doven, de stommen die niet begrijpen", hij zei: degenen die het ware niet volgen.
15859- Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: "Waarlijk, de slechtste der schepselen bij Allah zijn de doven, de stommen die niet begrijpen", en het gaat niet om de dove in deze wereld noch om de stomme, maar om de doofheid van de harten, hun stomheid en hun blindheid! En hij reciteerde: فَإِنَّهَا لا تَعْمَى الأَبْصَارُ وَلَكِنْ تَعْمَى الْقُلُوبُ الَّتِي فِي الصُّدُورِ [Surah Al-Ḥajj: 46] (want waarlijk, het zijn niet de ogen die blind worden, maar het zijn de harten in de borsten die blind worden).
* * *
En men verschilde over wie met deze ayah bedoeld werd.
Sommigen zeiden: ermee bedoeld werd een groep van de polytheïsten.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
15860- Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Abū Ḥudhayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, hij zei: Ibn ʿAbbās zei: "de doven, de stommen die niet begrijpen", een groep van de Banū ʿAbd al-Dār, die het ware niet volgen.
15861- ... hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd Allāh heeft ons verteld, op gezag van Warqāʾ, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid over Zijn woord: "de doven, de stommen die niet begrijpen", hij zei: zij volgen het ware niet. Hij zei: Ibn ʿAbbās zei: zij zijn een groep van de Banū ʿAbd al-Dār.
15861- Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid, iets dergelijks.
* * *
En anderen zeiden: ermee bedoeld werden de hypocrieten (munāfiqūn).
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
15862- Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "Waarlijk, de slechtste der schepselen bij Allah zijn de doven, de stommen die niet begrijpen", [dat wil zeggen: de hypocrieten die ik jullie verbood gelijk te zijn, stom ten aanzien van het goede, doof voor het ware, zij begrijpen niet], zij kennen niet wat hun daarvoor aan vergelding en gevolg toekomt.
* * *
Abū Jaʿfar zei: en de juiste van de twee uitspraken hierover is de uitspraak van wie de uitspraak van Ibn ʿAbbās aanhangt: dat met deze ayah de polytheïsten van Quraysh bedoeld werden, omdat zij in de context van de mededeling over hen staat.