Tafseer van De Ontrukkenden · An-Naazi'aat · 79:26
Voorwaar, daarin is zeker onderricht voor wie (Allah) vreest.
En Zijn uitspraak: إِنَّ فِي ذَلِكَ لَعِبْرَةً لِمَنْ يَخْشَى ("Voorwaar, daarin ligt een lering voor wie vreest") (79:26). Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt: voorwaar, in de bestraffing waarmee Allah Farʿawn (Farao) in dit nabije wereldse leven strafte, en in Zijn grijpen van hem als een afschrikkende bestraffing (nakāl) van het Hiernamaals en van het eerste leven, ligt een vermaning en een lering voor wie Allah vreest en Zijn bestraffing ducht. Hij heeft "de afschrikkende bestraffing van het Hiernamaals" (nakāl al-ākhira) uitgedrukt als een verbaal zelfstandig naamwoord (maṣdar) afgeleid van Zijn uitspraak فَأَخَذَهُ اللَّهُ ("Toen greep Allah hem"), want Zijn uitspraak فَأَخَذَهُ اللَّهُ betekent: Hij strafte hem afschrikkend. Zo maakte Hij نَكَالَ الآخِرَةِ tot een maṣdar afgeleid van de betekenis ervan, niet van de letterlijke bewoording ervan.