Tafseer van De Tijding · An-Naba · 78:4
Nee! Zij zullen het weten.
Zijn woord: كَلا ("Geenszins"). De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: De zaak is niet zoals deze polytheïsten (mushrikīn) beweren, die ontkennen dat Allah hen levend zal opwekken na hun dood. En Hij, wiens lof verheven is, bedreigt hen vanwege deze uitspraak van hen, en zei: سَيَعْلَمُونَ ("Zij zullen het weten"). Hij zegt: Deze ongelovigen (kuffār), die de dreiging van Allah jegens Zijn vijanden ontkennen, zullen weten wat Allah met hen zal doen op de Dag der Opstanding. Vervolgens bekrachtigde Hij de dreiging met een herhaling aan het slot, en zei: De zaak is niet zoals zij beweren, namelijk dat Allah hen niet zal opwekken na hun dood en hen niet zal bestraffen voor hun ongeloof (kufr) in Hem. Zij zullen weten dat de zaak anders is dan wat zij zeiden, wanneer zij Allah ontmoeten en aankomen bij wat zij vooruit hebben gezonden aan hun kwade daden.
En over al-Ḍaḥḥāk ibn Muzāḥim is hierover overgeleverd wat ons Ibn Ḥumayd heeft verteld, die zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Abū Sinān, op gezag van Thābit, op gezag van al-Ḍaḥḥāk: كَلا سَيَعْلَمُونَ ("Geenszins, zij zullen het weten") — de ongelovigen (kuffār).