Tafseer van De Tijding · An-Naba · 78:30
Proeft daarom de straf, en er is voor jullie geen vermeerdering, behalve van de bestraffing.
En Zijn uitspraak: فَذُوقُوا فَلَنْ نَزِيدَكُمْ إِلا عَذَابًا ("Proeft dan, want Wij zullen voor jullie niets vermeerderen dan de bestraffing (ʿadhāb)") (78:30). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: tot deze ongelovigen (kuffār) zal in de hel (jahannam), wanneer zij het kokende water en de stinkende etter gedronken hebben, gezegd worden: proeft, o lieden, van de bestraffing (ʿadhāb) van Allah die jullie in het wereldse leven plachten te loochenen, want Wij zullen voor jullie niets vermeerderen dan bestraffing bovenop de bestraffing waarin jullie reeds verkeren — geen verlichting daarvan en geen verzachting.
En reeds heeft Ibn Bashshār ons verteld, hij zei: Ibn Abī ʿAdī heeft ons verteld, op gezag van Saʿīd, op gezag van Qatāda, op gezag van Abū Ayyūb al-Azdī, op gezag van ʿAbdallāh ibn ʿAmr, hij zei: er is voor de bewoners van het Vuur geen vers neergezonden dat strenger is dan dit: فَذُوقُوا فَلَنْ نَزِيدَكُمْ إِلا عَذَابًا ("Proeft dan, want Wij zullen voor jullie niets vermeerderen dan de bestraffing"). Hij zei: zij verkeren dus voor altijd in toenemende bestraffing.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: فَذُوقُوا فَلَنْ نَزِيدَكُمْ إِلا عَذَابًا ("Proeft dan, want Wij zullen voor jullie niets vermeerderen dan de bestraffing"). Ons is overgeleverd dat ʿAbdallāh ibn ʿAmr placht te zeggen: er is voor de bewoners van het Vuur geen vers neergezonden dat strenger is dan dit: فَذُوقُوا فَلَنْ نَزِيدَكُمْ إِلا عَذَابًا ("Proeft dan, want Wij zullen voor jullie niets vermeerderen dan de bestraffing"). Zij verkeren dus voor altijd in een vermeerdering vanwege Allah.