Tabari
Terug naar surah 77, ayah 25

Tafseer van De Gezondenen · Al-Mursalaat · 77:25

أَلَمْ نَجْعَلِ ٱلْأَرْضَ كِفَاتًا

Hebben Wij de aarde niet tot een plaats van verzameling gemaakt?

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De Verhevene, geprezen zij Zijn vermelding, zegt, terwijl Hij Zijn dienaren wijst op Zijn gunsten jegens hen: ( a-lam najʿali ) ("hebben Wij niet gemaakt"), o mensen, ( al-arḍa ) ("de aarde") voor jullie ( kifātan ) ("een bergplaats"), dat wil zeggen: een vat. Men zegt: "hādhā kafata hādhā" en "kafaytuhu" ("dit omsloot dit", "ik omsloot het"), wanneer het er een vat voor was.

    De betekenis van het woord is slechts: hebben Wij de aarde niet gemaakt tot een bergplaats voor jullie levenden en jullie doden — zij bergt jullie levenden in de woonplaatsen en verblijven, en omvat en verzamelt hen daarin; en jullie doden in haar binnenste, in de graven, waarin zij worden begraven.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: منبها عباده على نعمه عليهم: ( أَلَمْ نَجْعَلِ ) أيها الناس ( الأَرْضَ ) لكم ( كِفَاتًا ) يقول: وعاء، تقول: هذا كفت هذا وكفيته، إذا كان وعاءه. وإنما معنى الكلام: ألم نجعل الأرض كِفاتَ أحيائكم وأمواتكم، تكْفِت أحياءكم في المساكن والمنازل، فتضمهم فيها وتجمعهم، وأمواتَكم في بطونها في القبور، فيُدفَنون فيها.