Tafseer van De Wegen van Opgang · Al-Ma'aarij · 70:7
Maar Wij zien haar van nabij.
Toen zei Hij: zij beschouwen het als iets dat niet zal plaatsvinden, terwijl Wij het als nabij zien, omdat het [werkelijk] zal gebeuren; en alles wat komende is, is nabij.
En de hā- en de mīm in Zijn uitspraak إِنَّهُمْ ("voorwaar, zij") verwijzen naar de ongelovigen (al-kāfirīn), en de hā- in Zijn uitspraak يَرَوْنَهُ ("zij zien het") verwijst naar de bestraffing (al-ʿadhāb).