Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:115
Zij zeiden: "O Môesa, wep jij (eerst) of werpen wij?"
"Zij zeiden: 'O Mūsā'", hij zegt: De tovenaars zeiden tegen Mūsā: O Mūsā, kies of jij je staf werpt, of dat wij onze staven werpen. Daarom werd "an" (dat) samen met "immā" (ofwel) in de uitspraak ingevoegd, omdat het zich op de plaats van een bevel tot kiezen bevindt. "An" staat hier dus in de accusatief (naṣb) vanwege de betekenis die ik beschreven heb, want de betekenis van de uitspraak is: kies dat jij werpt, of dat wij werpen. En de uitspraak met "immā", wanneer zij op de wijze van een bevel is, moet noodzakelijkerwijs "an" bevatten, zoals jouw uitspraak tegen de man: "ofwel dat je heengaat, ofwel dat je blijft zitten" (immā an tamḍiya wa-immā an taqʿuda), in de betekenis van een bevel: ga heen of blijf zitten. Maar wanneer het op de wijze van een mededeling (khabar) is, bevat het geen "an", zoals Zijn woord: وَآخَرُونَ مُرْجَوْنَ لأَمْرِ اللَّهِ إِمَّا يُعَذِّبُهُمْ وَإِمَّا يَتُوبُ عَلَيْهِمْ ("En anderen worden uitgesteld voor het bevel van Allah: ofwel bestraft Hij hen, ofwel wendt Hij zich vergevend tot hen") [al-Tawba: 106]. En dit is wat men "de keuze" (al-takhyīr) noemt. En zo is het met alles wat op de wijze van een mededeling is; en "immā" wordt in al die gevallen met een kasra uitgesproken (geschreven met i: immā).