Tafseer van De Pen · Al-Qalam · 68:30
Toen keerde de ene groep zich tegen de andere, elkaar verwijten makend.
Zijn uitspraak: فَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَى بَعْضٍ يَتَلاوَمُونَ (Toen wendden zij zich tot elkaar en maakten elkaar verwijten) (68:30). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: toen wendden zij zich tot elkaar, en de een maakte de ander verwijten over hun nalatigheid in datgene waarin zij tekortgeschoten waren, namelijk het maken van het voorbehoud (door te zeggen "indien Allah het wil"), en over hun vastberadenheid op datgene waartoe zij besloten hadden, te weten het nalaten de armen te voeden uit hun tuin.