Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:77
En toen hij de maan zag opkomen, zei hij: "Dit is mijn Heer." Maar toen hij onderging, zei hij: "'Tenzij mijn Heer mij leidt, zal ik zeker tot het dwelende volk behoren."
De uitleg van Zijn woord: فَلَمَّا رَأَى الْقَمَرَ بَازِغًا قَالَ هَذَا رَبِّي فَلَمَّا أَفَلَ قَالَ لَئِنْ لَمْ يَهْدِنِي رَبِّي لأَكُونَنَّ مِنَ الْقَوْمِ الضَّالِّينَ (77)
("En toen hij de maan zag opkomen, zei hij: 'Dit is mijn Heer.' Maar toen zij onderging, zei hij: 'Indien mijn Heer mij niet leidt, zal ik zeker tot het dwalende volk behoren.'" (6:77))
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en toen de maan opkwam en Ibrāhīm haar zag opkomen — en dat is haar "buzūgh" (opkomst).
* * *
Men zegt hiervan: "bazaghat al-shams tabzughu buzūghan" wanneer zij opkomt, en zo ook de maan.
* * *
="qāla hādhā rabbī fa-lammā afala" ("hij zei: dit is mijn Heer; maar toen zij onderging"), Hij zegt: en toen zij verdween ="qāla" ("zei"), Ibrāhīm, "laʾin lam yahdinī rabbī" ("indien mijn Heer mij niet leidt") en mij niet succes schenkt om de waarheid te treffen in Zijn eenheid (tawḥīd) ="laʾakūnanna mina al-qawmi al-ḍāllīn" ("dan zal ik zeker tot het dwalende volk behoren"), dat wil zeggen: tot het volk dat de waarheid daarin gemist heeft, zodat zij de leiding niet hebben getroffen en een ander dan Allah hebben aanbeden.
* * *
En wij hebben de betekenis van "het dwalen" (al-ḍalāl) reeds op een andere plaats uiteengezet, op een wijze die ons ervan ontslaat het hier te herhalen. (65)
------------------
De voetnoten:
(65) Zie de uitleg van "al-ḍalāl" in wat voorafging in de taalkundige registers: (ḍll).