Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:56
Zeg: "Voorwaar, ik ben verboden degenen te dienen die jullie buiten Allah aanbidden." Zeg: "Ik zal jullie begeerten niet volgen; ik zou dan dwalen en ik zou niet tot de rechtgeleiden behoren."
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: Zeg: Het is mij verboden om hen te aanbidden die jullie naast Allah aanroepen. Zeg: Ik volg jullie begeerten niet; dan zou ik waarlijk gedwaald hebben en zou ik niet tot de rechtgeleiden behoren (6:56)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ: Zeg, o Muḥammad, tot dezen onder jouw volk die deelgenoten aan hun Heer toekennen, die afgoden en evenknieën aan Hem gelijkstellen, die jou uitnodigen om met hen overeen te stemmen in hun religie en in de aanbidding van de afgoden: Allah heeft mij verboden om hen te aanbidden die jullie naast Hem aanroepen, dus ik zal jullie nimmer volgen in datgene waartoe jullie mij oproepen, en ik zal jullie daarin niet bijvallen, en ik zal jullie niet jullie liefde en jullie begeerte daarin geven. En indien ik dat zou doen, dan zou ik de weg van de waarheid verlaten hebben en een andere weg dan de leiding bewandeld hebben, en dan zou ik dwalend geworden zijn zoals jullie, op een andere weg dan de rechte.
* * *
De Arabieren hebben voor "ḍalaltu" (ik dwaalde) twee dialecten: het openen van de "lām" en het kasra-en (breken) ervan. Het welbespraakte, bekende dialect is het openen ervan, en daarmee lazen de meeste lezers van de gewesten, en daarmee lezen wij vanwege haar bekendheid onder de Arabieren. Wat betreft de kasra: die is niet overheersend in hun spraak, en wie daarmee lezen zijn weinigen. Wie "ḍalaltu" zegt, zegt "aḍillu" [in de toekomende tijd], en wie "ḍaliltu" zegt, zegt in de toekomende tijd "aḍallu". En zo is de lezing volgens ons in de rest van de Koran: En zij zeiden: Wanneer wij verdwaald zijn met de fatḥa van de "lām" [Surah al-Sajda: 10].