Tabari
Terug naar surah 6, ayah 42

Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:42

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَآ إِلَىٰٓ أُمَمٍۢ مِّن قَبْلِكَ فَأَخَذْنَٰهُم بِٱلْبَأْسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ لَعَلَّهُمْ يَتَضَرَّعُونَ

En voorzeker, Wij hebben inderdaad naar gemeenschappen van voot jou (Boodschappers) gestuurd en Wij hebben hen met tegenspoed en rampen getroffen. Hopelijk zullen zij nederig worden (tegenover Allah).

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا إِلَى أُمَمٍ مِنْ قَبْلِكَ فَأَخَذْنَاهُمْ بِالْبَأْسَاءِ وَالضَّرَّاءِ لَعَلَّهُمْ يَتَضَرَّعُونَ (42) ("En voorzeker hebben Wij vóór jou tot gemeenschappen gezonden, en Wij grepen hen met tegenspoed en leed, opdat zij zich nederig zouden tonen") (6:42).

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt — dezen die de afgoden met Hem gelijkstellen dreigend, en hen waarschuwend dat Hij met hen, indien zij in hun dwaling volharden, de weg zal bewandelen van wie vóór hen van de gemeenschappen die hun weg bewandelden, in het bespoedigen door Allah van Zijn bestraffing voor hen in het wereldse leven, en Zijn profeet berichtend over Zijn vaste handelwijze (sunna) jegens de gemeenschappen die vóór hen heengingen op hun pad in het loochenen van de gezanten —: "Voorzeker hebben Wij gezonden", o Muḥammad, "tot gemeenschappen (umam)", waarmee bedoeld wordt: tot groepen en generaties — "vóór jou, en Wij grepen hen met tegenspoed", Hij zegt: Wij geboden en verboden hun, maar zij loochenden Onze gezanten en gingen in tegen Ons gebod en Ons verbod, dus beproefden Wij hen met de beproeving — "met tegenspoed (al-baʾsāʾ)", en dat is de zwaarte van de armoede en de benauwdheid in het levensonderhoud — "en leed (al-ḍarrāʾ)", en dat zijn de kwalen en gebreken die de lichamen overkomen.

    * * *

    En wij hebben dat met zijn getuigenissen en de wijzen van zijn grammaticale ontleding reeds uiteengezet in "soera al-Baqara", op een wijze die ons ontslaat van de herhaling ervan op deze plaats.

    * * *

    En Zijn woord "opdat zij zich nederig zouden tonen", Hij zegt: Wij deden dat met hen opdat zij zich nederig tot Mij zouden wenden, de aanbidding zuiver aan Mij zouden wijden en hun verlangen alleen tot Mij en niemand anders zouden richten, door zich voor Mij te verootmoedigen in gehoorzaamheid en zich aan Mij over te geven in berouwvolle toewending (ināba).

    * * *

    En in de bewoording is een weglating, waarbij men volstaan heeft met wat de letterlijke tekst aanduidt, zonder het uit te spreken, namelijk in Zijn woord: "En voorzeker hebben Wij vóór jou tot gemeenschappen gezonden, en Wij grepen hen". Want de oorzaak van Zijn grijpen van hen was slechts hun loochening van de gezanten en hun tegenstand tegen Zijn gebod — niet het zenden van de gezanten naar hen. En aangezien dat zo is, is bekend dat de betekenis van de bewoording luidt: "En voorzeker hebben Wij vóór jou tot gemeenschappen gezonden" gezanten, maar zij loochenden hen, "dus grepen Wij hen met tegenspoed".

    * * *

    En "het zich nederig tonen (al-taḍarruʿ)" is de vorm "tafaʿʿul" van "al-ḍarāʿa", en dat is de onderworpenheid en de nederigheid.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا إِلَى أُمَمٍ مِنْ قَبْلِكَ فَأَخَذْنَاهُمْ بِالْبَأْسَاءِ وَالضَّرَّاءِ لَعَلَّهُمْ يَتَضَرَّعُونَ (42) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: = متوعدًا لهؤلاء العادلين به الأصنامَ = ومحذِّرَهم أن يسلك بهم إن هم تمادَوا في ضلالهم سبيلَ من سلك سبيلهم من الأمم قبلهم، في تعجيل الله عقوبته لهم في الدنيا = ومخبرًا نبيَّه عن سنته في الذين خلوا قبلهم من الأمم على منهاجهم في تكذيب الرسل = : " لقد أرسلنا "، يا محمد،" إلى أمم "، يعني: إلى جماعات وقرون (29) =" من قبلك فأخذناهم بالبأساء "، يقول: فأمرناهم ونهيناهم, فكذبوا رسلنا، وخالفوا أمرنا ونهينا, فامتحناهم بالابتلاء =" بالبأساء ", وهي شدة الفقر والضيق في المعيشة (30) =" والضراء "، وهي الأسقام والعلل العارضة في الأجسام. (31) * * * وقد بينا ذلك بشواهده ووجوه إعرابه في" سورة البقرة "، بما أغني عن إعادته في هذا الموضع. (32) * * * وقوله: " لعلهم يتضرعون " يقول: فعلنا ذلك بهم ليتضرعوا إليّ, ويخلصوا لي العبادة, ويُفْردوا رغبتهم إليَّ دون غيري، بالتذلل منهم لي بالطاعة، والاستكانة منهم إليّ بالإنابة. * * * وفي الكلام محذوفٌ قد استغني بما دلّ عليه الظاهرمن إظهاره دون قوله: (33) " ولقد أرسلنا إلى أمم من قبلك فأخذناهم "، وإنما كان سبب أخذه إياهم، تكذيبهم الرسل وخلافهم أمرَه = لا إرسال الرسل إليهم. وإذ كان ذلك كذلك, فمعلوم أن معنى الكلام: " ولقد أرسلنا إلى أمم من قبلك " رسلا فكذبوهم," فأخذناهم بالبأساء ". * * * و " التضرع ": هو " التفعل " من " الضراعة ", وهي الذلة والاستكانة. -------------------- الهوامش : (29) انظر تفسير"أمة" فيما سلف ص: 344 ، تعليق: 2 ، والمراجع هناك. (30) انظر تفسير"البأساء فيما سلف 3: 349 - 252/ 4: 288. (31) انظر تفسير"الضراء" فيما سلف 3: 349 - 352/4 : 288/7 : 214. (32) انظر المراجع كلها في التعليقين السالفين. (33) في المطبوعة: "بما دل عليه الظاهر عن إظهاره من قوله" ، غير ما في المخطوطة ، وأثبت في المخطوطة بنصه ، وإن كنت أخشى أن يكون سقط من الناسخ كلام.