Tabari
Terug naar surah 6, ayah 135

Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:135

قُلْ يَٰقَوْمِ ٱعْمَلُوا۟ عَلَىٰ مَكَانَتِكُمْ إِنِّى عَامِلٌۭ ۖ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ مَن تَكُونُ لَهُۥ عَٰقِبَةُ ٱلدَّارِ ۗ إِنَّهُۥ لَا يُفْلِحُ ٱلظَّٰلِمُونَ

Zeg (O Moehammad): "O mijn volk, werkt naar jullie vermogen. Voorwaar, ik ben een werker en later zullen jullie weten voor wie de uiteindelijka opbrengst (in het Hiernamaals gunstig) is. Voorwaar, de onrechtplegers zullen niet welslagen."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: قُلْ يَا قَوْمِ اعْمَلُوا عَلَى مَكَانَتِكُمْ إِنِّي عَامِلٌ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ (Zeg: O mijn volk, handelt naar uw vermogen; voorwaar, ik handel ook. Weldra zult gij weten.)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tot Zijn profeet Mohammed — Allah zegene hem en schenke hem vrede —: "Zeg" (qul), o Mohammed, tot uw volk uit de Quraysh, die naast Allah een andere god stellen: "Handelt naar uw vermogen" (iʿmalū ʿalā makānatikum), Hij zegt: handelt naar uw eigen aard en richting. Zoals:

    13898 — ʿAlī ibn Dāwūd heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya ibn Ṣāliḥ heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās: "O mijn volk, handelt naar uw vermogen", dat betekent: naar uw eigen richting.

    Hiervan zegt men: "hij handelt naar zijn vermogen (makāna) en naar zijn positie (makīna)".

    Sommige Kūfanen lazen dat als: "naar uw vermogens" (ʿalā makānātikum), als meervoud van "het vermogen" (al-makāna).

    Abū Jaʿfar zei: Hetgeen de reciteerders van de grote steden aanhouden is: "naar uw vermogen" (ʿalā makānatikum), in het enkelvoud.

    "Voorwaar, ik handel ook" (innī ʿāmil), de Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tot Zijn profeet: zeg tot hen: handelt wat gij doen wilt, want ik handel wat ik handelen zal, naar hetgeen mijn Heer mij heeft opgedragen. "Weldra zult gij weten" (fa-sawfa taʿlamūn), Hij zegt: weldra zult gij weten, wanneer de wraak van Allah over u neerdaalt, wie van ons in zijn handelen op de waarheid was en de weg van de juiste leiding trof: ik of gij.

    En Zijn woord — de Verhevene, wiens lof verheven is — tot Zijn profeet: zeg tot uw volk: "O mijn volk, handelt naar uw vermogen", is een bevel van Hem aan hem om hen te bedreigen en te waarschuwen, en geen toestemming aan hen om te verrichten wat zij wilden van de ongehoorzaamheden jegens Allah.

    De uitleg van Zijn woord: مَنْ تَكُونُ لَهُ عَاقِبَةُ الدَّارِ إِنَّهُ لا يُفْلِحُ الظَّالِمُونَ (135) (Wie voor zich de goede uitkomst van het Verblijf zal hebben. Voorwaar, de onrechtplegers slagen niet.) (135)

    Abū Jaʿfar zei: Met Zijn woord, verheven is Zijn lof: "wie voor zich de goede uitkomst van het Verblijf zal hebben" (man takūnu lahu ʿāqibatu al-dār), wordt bedoeld: weldra zult gij weten, o gij ongelovigen jegens Allah, wanneer gij de bestraffing aanschouwt, wie van ons en van u het is die de goede uitkomst van het Verblijf zal hebben. Hij zegt: wie van ons het is wiens wereldse leven hem iets nalaat dat beter voor hem is dan dat wereldse leven, of slechter dan dat, naar gelang hetgeen hij daarin heeft voortgezonden aan goede daden of slechte daden.

    Vervolgens ving Hij, verheven is Zijn lof, het bericht opnieuw aan en zei: "voorwaar, de onrechtplegers slagen niet" (innahu lā yufliḥu al-ẓālimūn), Hij zegt: voorwaar, hij slaagt niet en bereikt zijn behoefte niet bij Allah, die handelde in strijd met hetgeen Allah hem in deze wereld te doen had opgedragen. En dat is de betekenis van "het onrecht van de onrechtpleger" (ẓulm al-ẓālim) op deze plaats.

    En in het woord "wie" (man) in Zijn uitspraak "wie zal hebben" (man takūnu) zijn er twee mogelijke naamvalsontledingen:

    — de nominatief (rafʿ), als onderwerp van de zin (ibtidāʾ);

    — en de accusatief (naṣb), bewerkt door Zijn woord "gij zult weten" (taʿlamūn), doordat het werkwoord "weten" (ʿilm) erop inwerkt.

    En de nominatief daarin is beter, want de betekenis ervan is: weldra zult gij weten, wie van ons de goede uitkomst van het Verblijf toekomt. Dus is het stellen van "wie" (man) als onderwerp juister en welsprekender dan dat "het weten" (ʿilm) erop inwerkt.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : قُلْ يَا قَوْمِ اعْمَلُوا عَلَى مَكَانَتِكُمْ إِنِّي عَامِلٌ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم: " قل "، يا محمد، لقومك من قريش الذين يجعلون مع الله إلها آخر=: (اعملوا على مكانتكم)، يقول: اعملوا على حِيالكم وناحيتكم . كما:- 13898- حدثني علي بن داود قال، حدثنا عبد الله بن صالح قال، حدثني معاوية بن صالح, عن علي بن أبي طلحة, عن ابن عباس: (يا قوم اعملوا على مكانتكم)، يعني: على ناحيتكم . * * * يقال منه: " هو يعمل على مكانته، ومَكِينته " . * * * وقرأ ذلك بعض الكوفيين: " عَلَى مَكَانَاتِكُمْ"، على جمع " المكانة ". * * * قال أبو جعفر: والذي عليه قرأة الأمصار: (عَلَى مَكَانَتِكُمْ)، على التوحيد . * * * =(إني عامل)، يقول جل ثناؤه، لنبيه: قل لهم: اعملوا ما أنتم عاملون, فإني عامل ما أنا عامله مما أمرني به ربي =(فسوف تعلمون)، يقول: فسوف تعلمون عند نـزول نقمة الله بكم, أيُّنا كان المحقّ في عمله، والمصيب سبيلَ الرشاد, أنا أم أنتم. وقوله تعالى ذكره لنبيه: قل لقومك: (يا قوم اعملوا على مكانتكم)، أمرٌ منه له بوعيدهم وتهدّدهم, لا إطلاقٌ لهم في عمل ما أرادُوا من معاصي الله . * * * القول في تأويل قوله : مَنْ تَكُونُ لَهُ عَاقِبَةُ الدَّارِ إِنَّهُ لا يُفْلِحُ الظَّالِمُونَ (135) قال أبو جعفر: يعني بقوله جل ثناؤه: (من تكون له عاقبة الدار)، فسوف تعلمون، أيها الكفرة بالله، عند معاينتكم العذابَ, مَن الذي تكون له عاقبة الدار منا ومنكم. (10) يقول: من الذي تُعْقبه دنياه ما هو خير له منها أو شر منها، (11) بما قدَّم فيها من صالح أعماله أو سَيّئها . ثم ابتدأ الخبر جل ثناؤه فقال: (إنه لا يفلح الظالمون)، يقول: إنه لا ينجح ولا يفوز بحاجته عند الله مَنْ عمل بخلاف ما أمره الله به من العمل في الدنيا (12) = وذلك معنى: " ظلم الظالم "، في هذا الموضع . (13) * * * وفي" من " التي في قوله: (من تكون)، له وجهان من الإعراب: = الرفع على الابتداء. = والنصبُ بقوله: (تعلمون)، ولإعمال " العلم " فيه. والرفع فيه أجود, لأن معناه: فسوف تعلمون أيُّنا له عاقبة الدار؟ فالابتداء في" من "، أصحُّ وأفصح من إعمال " العلم " فيه . (14) * * * --------------------- الهوامش : (10) انظر تفسير (( العاقبة )) فيما سلف 11: 272 ، 273 . (11) في المطبوعة : (( من الذي يعقب دنياه )) ، والذي في المخطوطة هو الصواب . (12) انظر تفسير (( الفلاح )) فيما سلف 11 : 296 ، تعليق : 5 ، والمراجع هناك . (13) انظر تفسير (( الظلم )) فيما سلف من فهارس اللغة ( ظلم ) . (14) انظر معاني القرآن للفراء 1 : 355 .