Tabari
Terug naar surah 6, ayah 130

Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:130

يَٰمَعْشَرَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌۭ مِّنكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ ءَايَٰتِى وَيُنذِرُونَكُمْ لِقَآءَ يَوْمِكُمْ هَٰذَا ۚ قَالُوا۟ شَهِدْنَا عَلَىٰٓ أَنفُسِنَا ۖ وَغَرَّتْهُمُ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا وَشَهِدُوا۟ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا۟ كَٰفِرِينَ

"O gemeenschap van djinn's en mensen. zijn er uit jullie midden geen gezanten tot jullie gekomen die jullie Mijn Verzen bekendmaakten en die jullie waarschuwden voor de ontmoeting met deze Dag van jullie?"' Zij zullen zeggen: "Wij getuigen tegen onszelf." Het wereldse leven heeft hen misleid en zij getuigen tegen zichzelf dat zij ongelovigen plachten te zijn.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: يَا مَعْشَرَ الْجِنِّ وَالإِنْسِ أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي وَيُنْذِرُونَكُمْ لِقَاءَ يَوْمِكُمْ هَذَا (O gemeenschap van djinn en mensen, zijn er geen boodschappers (rusul) tot jullie gekomen uit jullie eigen midden, die jullie Mijn tekenen verhaalden en jullie waarschuwden voor de ontmoeting met deze Dag van jullie?)

    Abū Jaʿfar zei: Dit is een mededeling van Allah — verheven is Zijn lof — over wat Hij op de Dag der Opstanding zal zeggen tegen dezen die deelgenoten aan Hem toekenden onder de polytheïsten (mushrikīn) van de mensen en de djinn. Hij deelt mee dat Hij — verheven is Zijn vermelding — op die Dag tot hen zal zeggen: (O gemeenschap van djinn en mensen, zijn er geen boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden, die jullie Mijn tekenen verhaalden), wat betekent: die jullie meedeelden wat aan hen geopenbaard werd, namelijk Mijn attentmaking van jullie op de plaatsen van Mijn bewijzen (ḥujaj), en Mijn bekendmaking aan jullie van Mijn aanwijzingen voor Mijn eenheid (tawḥīd), en de bevestiging van Mijn profeten, en het handelen naar Mijn gebod, en het zich houden aan Mijn grenzen (ḥudūd) = (en jullie waarschuwden voor de ontmoeting met deze Dag van jullie), wat betekent: zij waarschuwen jullie voor de ontmoeting met Mijn bestraffing (ʿadhāb) op deze Dag van jullie, en Mijn vergelding voor jullie ongehoorzaamheid aan Mij, opdat jullie zouden ophouden met daden van ongehoorzaamheid aan Mij. (41)

    Dit is van Allah — verheven is Zijn lof — een berisping en een verwijt aan deze ongelovigen (kuffār) om wat zij in het wereldse leven hebben begaan aan verdorvenheid (fisq) en daden van ongehoorzaamheid. De betekenis ervan is: er zijn boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden, die jullie attendeerden op het verkeerde waarin jullie volhardden, met afdoende bewijzen (ḥujaj), en die jullie waarschuwden voor Allahs dreiging vanwege jullie volharden in datgene waarin jullie volhardden; maar jullie aanvaardden dat niet, jullie trokken er geen lering uit en lieten jullie niet vermanen.

    * * *

    De mensen van de uitleg verschilden van mening over "de djinn": is er uit hun midden iemand tot hen gezonden, of niet?

    Sommigen van hen zeiden: Er zijn boodschappers tot hen gezonden, evenals er tot de mensen boodschappers uit hun eigen midden gezonden zijn.

    * Vermelding van wie dat zei:

    13896- Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Yaḥyā ibn Wāḍiḥ heeft ons verteld, hij zei: ʿUbayd ibn Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: aan al-Ḍaḥḥāk werd over de djinn gevraagd: was er onder hen een profeet vóórdat de Profeet ﷺ gezonden werd? Hij zei: Heb je dan niet de uitspraak van Allah gehoord: (O gemeenschap van djinn en mensen, zijn er geen boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden, die jullie Mijn tekenen verhaalden) — waarmee Hij bedoelt: boodschappers uit de mensen en boodschappers uit de djinn? Zij zeiden: Jazeker!

    * * *

    Anderen zeiden: Er is uit hun midden geen boodschapper tot hen gezonden, en Hij heeft uit de djinn nooit enige gezonden boodschapper gehad; de boodschappers zijn juist uitsluitend uit de mensen, terwijl er wat de djinn betreft slechts waarschuwers (nudhur) zijn. Zij zeiden: Allah zei immers slechts: (zijn er geen boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden), terwijl de boodschappers uit één van beide groepen zijn — zoals Hij zei: مَرَجَ الْبَحْرَيْنِ يَلْتَقِيَانِ [Surah Ar-Raḥmān: 19] (Hij heeft de twee zeeën die elkaar ontmoeten naast elkaar laten stromen), en daarna zei Hij: يَخْرُجُ مِنْهُمَا اللُّؤْلُؤُ وَالْمَرْجَانُ [Surah Ar-Raḥmān: 22] (Uit beide komen parels en koralen voort) — terwijl parels en koralen slechts voortkomen uit het zoute en niet uit het zoete van die twee; de betekenis daarvan is juist: er komt voort uit een deel van beide, of uit één van beide. (42) Hij zei: En dat is als de uitspraak van iemand over een groep huizen: "Er is in deze huizen waarlijk kwaad", ook al is het kwaad slechts in één daarvan; de uitspraak wordt dan over alle huizen gedaan, terwijl ermee bedoeld wordt de uitspraak over een deel daarvan. En zoals men zegt: "Ik heb brood en melk gegeten", wanneer die twee zich vermengd hebben; maar als gezegd zou worden: "Ik heb melk gegeten", dan zou die uitspraak verkeerd zijn, want melk wordt gedronken en niet gegeten.

    * Vermelding van wie dat zei:

    13897- Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, over Zijn uitspraak: (O gemeenschap van djinn en mensen, zijn er geen boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden), hij zei: Hij voegde hen samen, zoals Zijn uitspraak hen samenvoegt: وَمِنْ كُلٍّ تَأْكُلُونَ لَحْمًا طَرِيًّا وَتَسْتَخْرِجُونَ حِلْيَةً تَلْبَسُونَهَا [Surah Fāṭir: 12] (En uit beide eten jullie vers vlees en halen jullie sieraden tevoorschijn die jullie dragen), terwijl er uit de rivieren geen sieraad voortkomt = Ibn Jurayj zei: Ibn ʿAbbās zei: Het zijn de djinn die hun volk ontmoetten, en zij zijn boodschappers tot hun volk.

    * * *

    Volgens deze uitspraak van Ibn ʿAbbās — dat er onder de djinn boodschappers voor de mensen tot hun volk zijn — is de uitleg van het vers volgens deze uitleg die Ibn ʿAbbās gaf aldus: Zijn er niet tot jullie gekomen, o djinn en mensen, boodschappers uit jullie eigen midden? Wat de boodschappers van de mensen betreft: dat zijn boodschappers van Allah tot hen. En wat de boodschappers van de djinn betreft: dat zijn boodschappers van de boodschappers van Allah uit de kinderen van Ādam, en zij zijn degenen die, wanneer zij de Koran hoorden, zich naar hun volk wendden als waarschuwers. (43)

    * * *

    Wat betreft degenen die de uitspraak van al-Ḍaḥḥāk aanhingen: zij zeiden dat Allah — verheven is Zijn vermelding — heeft meegedeeld dat er onder de djinn boodschappers waren die tot hen gezonden werden, evenals Hij heeft meegedeeld dat er onder de mensen boodschappers waren die tot hen gezonden werden. Zij zeiden: en als het toegestaan zou zijn dat Zijn mededeling over de boodschappers van de djinn in de betekenis is dat zij boodschappers van de mensen zijn, dan zou het toegestaan zijn dat Zijn mededeling over de boodschappers van de mensen in de betekenis is dat zij boodschappers van de djinn zijn. (44) Zij zeiden: en in de ongerijmdheid van deze betekenis ligt datgene wat erop wijst dat beide mededelingen tezamen de betekenis hebben van de mededeling over hen dat zij boodschappers van Allah zijn, want dat is wat in de aanspraak bekend is en niets anders.

    * * *

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: قَالُوا شَهِدْنَا عَلَى أَنْفُسِنَا وَغَرَّتْهُمُ الْحَيَاةُ الدُّنْيَا وَشَهِدُوا عَلَى أَنْفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا كَافِرِينَ (130) (Zij zeiden: Wij getuigen tegen onszelf. En het wereldse leven heeft hen misleid, en zij getuigden tegen zichzelf dat zij ongelovigen waren. (130))

    Abū Jaʿfar zei: Dit is een mededeling van Allah — verheven is Zijn lof — over de uitspraak van de polytheïsten (mushrikīn) van de djinn en de mensen, op het moment van Zijn berisping aan hen door Zijn uitspraak tot hen: أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي وَيُنْذِرُونَكُمْ لِقَاءَ يَوْمِكُمْ هَذَا (Zijn er geen boodschappers tot jullie gekomen uit jullie eigen midden, die jullie Mijn tekenen verhaalden en jullie waarschuwden voor de ontmoeting met deze Dag van jullie?) — namelijk dat zij het zeggen [onleesbaar] (45) = (Wij getuigen tegen onszelf), namelijk: dat Uw boodschappers waarlijk tot ons gekomen zijn met Uw tekenen en ons gewaarschuwd hebben voor de ontmoeting met deze Dag van ons, maar dat wij hen voor leugenaars uitmaakten en hun boodschap loochenden, en dat wij Uw tekenen niet volgden en er niet in geloofden.

    Allah zei, als een nieuw aangevangen mededeling: En dezen die de afgodsbeelden en de gesneden beelden naast Allah als gelijken stelden, alsook hun bondgenoten onder de djinn, werden misleid (46) = (door het wereldse leven), waarmee bedoeld wordt: de opsmuk van het wereldse leven, en het streven naar leiderschap daarin en de wedijver daarom — [misleid weg] van het zich overgeven aan het gebod van Allah, zodat zij daarin Zijn boodschappers zouden gehoorzamen; maar zij waren hoogmoedig en waren een volk dat zich verhief. Hij volstond met het noemen van "het wereldse leven" in plaats van het noemen van de [andere] betekenissen die hen misleidden en bedrogen daarin, aangezien er in het noemen daarvan voldoende lag om het noemen van het overige overbodig te maken, omdat de bewoording wijst op wat aan vermelding is weggelaten = Allah — verheven is Zijn vermelding — zegt: (en zij getuigden tegen zichzelf), waarmee bedoeld worden: dezen die deelgenoten aan Hem toekenden, op de Dag der Opstanding = dat zij in het wereldse leven ongelovig waren aan Hem en aan Zijn boodschappers, opdat Allahs bewijs (ḥujja) tegen hen volledig zou worden door hun erkenning tegen zichzelf van datgene wat Zijn bestraffing en Zijn pijnlijke kwelling (ʿadhāb) over hen noodzakelijk maakt.

    * * *

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : يَا مَعْشَرَ الْجِنِّ وَالإِنْسِ أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي وَيُنْذِرُونَكُمْ لِقَاءَ يَوْمِكُمْ هَذَا قال أبو جعفر: وهذا خبر من الله جل ثناؤه عما هو قائل يوم القيامة لهؤلاء العادلين به من مشركي الإنس والجن, يخبر أنه يقول لهم تعالى ذكره يومئذ: (يا معشر الجن والإنس ألم يأتكم رسل منكم يقصون عليكم آياتي)، يقول: يخبرونكم بما أوحي إليهم من تنبيهي إياكم على مواضع حججي، وتعريفي لكم أدلّتي على توحيدي, وتصديق أنبيائي, والعمل بأمري، والانتهاء إلى حدودي =(وينذرونكم لقاء يومكم هذا)، يقول: يحذّرونكم لقاء عذابي في يومكم هذا، وعقابي على معصيتكم إيّاي, فتنتهوا عن معاصيَّ . (41) وهذا من الله جل ثناؤه تقريع وتوبيخ لهؤلاء الكفرة على ما سلف منهم في الدنيا من الفسوق والمعاصي. ومعناه: قد أتاكم رسلٌ منكم ينبِّهونكم على خطأ ما كنتم عليه مقيمين بالحجج البالغة، وينذرونكم وعيدَ الله على مقامكم على ما كنتم عليه مقيمين, فلم تقبلوا ذلك، ولم تتذكروا ولم تعتبروا . * * * واختلف أهل التأويل في" الجن ", هل أرسل منهم إليهم، أم لا؟ فقال بعضهم: قد أرسل إليهم رسل، كما أرسل إلى الإنس منهم رسلٌ . * ذكر من قال ذلك: 13896- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا يحيى بن واضح قال، حدثنا عبيد بن سليمان قال، سئل الضحاك عن الجن، هل كان فيهم نبيّ قبل أن يُبْعث النبي صلى الله عليه وسلم؟ فقال: ألم تسمع إلى قول الله: (يا معشر الجن والإنس ألم يأتكم رسل منكم يقصُّون عليكم آياتي)، يعني بذلك: رسلا من الإنس ورسلا من الجن؟ فقالوا: بلَى! * * * وقال آخرون: لم يرسل منهم إليهم رسولٌ, ولم يكن له من الجنّ قطٌّ رسول مرسل, وإنما الرسل من الإنس خاصَّة ، فأما من الجن فالنُّذُر . قالوا: وإنما قال الله: (ألم يأتكم رسل منكم)، والرسل من أحد الفريقين, كما قال: مَرَجَ الْبَحْرَيْنِ يَلْتَقِيَانِ ، [سورة الرحمن: 19]، ثم قال: يَخْرُجُ مِنْهُمَا اللُّؤْلُؤُ وَالْمَرْجَانُ ، [سورة الرحمن: 22]، وإنما يخرج اللؤلؤ والمرجان من الملح دون العذب منهما، وإنما معنى ذلك: يخرج من بعضهما، أو من أحدهما . (42) قال: وذلك كقول القائل لجماعة أدؤُرٍ: " إن في هذه الدُّور لشرًّا ", وإن كان الشر في واحدة منهن, فيخرج الخبر عن جميعهن، والمراد به الخبر عن بعضهن, وكما يقال: " أكلت خبزًا ولبنًا "، إذا اختلطا، ولو قيل: " أكلت لبنًا ", كان الكلام خطأً, لأن اللبن يشرب ولا يؤكل . * ذكر من قال ذلك: 13897- حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج, عن ابن جريج قوله: (يا معشر الجن والإنس ألم يأتكم رسل منكم)، قال: جمعهم كما جمع قوله: وَمِنْ كُلٍّ تَأْكُلُونَ لَحْمًا طَرِيًّا وَتَسْتَخْرِجُونَ حِلْيَةً تَلْبَسُونَهَا ، [سورة فاطر: 12]، ولا يخرج من الأنهار حلية = قال ابن جريج ، قال ابن عباس: هم الجن لقُوا قومهم, وهم رسل إلى قومهم . * * * فعلى قول ابن عباس هذا, أنّ من الجنّ رسلا للإنس إلى قومهم = فتأويل الآية على هذا التأويل الذي تأوَّله ابن عباس: ألم يأتكم، أيها الجن والإنس، رسل منكم، فأما رسل الإنس فرسل من الله إليهم، وأما رسل الجن فرسُل رُسُل الله من بني آدم, وهم الذين إذا سَمِعوا القرآنَ وَلّوا إلى قومهم منذرين . (43) * * * وأما الذين قالوا بقول الضحاك, فإنهم قالوا: إن الله تعالى ذكره أخبرَ أنّ من الجن رسلا أرسلوا إليهم, كما أخبر أن من الإنس رسلا أرسلوا إليهم . قالوا: ولو جاز أن يكون خبرُه عن رسل الجن بمعنى أنهم رسل الإنس, جاز أن يكون خبره عن رسل الإنس بمعنى أنهم رُسُل الجنّ . (44) قالوا: وفي فساد هذا المعنى ما يدلُّ على أن الخبرين جميعًا بمعنى الخبر عنهم أنهم رُسُل الله, لأن ذلك هو المعروف في الخطاب دون غيره . * * * القول في تأويل قوله : قَالُوا شَهِدْنَا عَلَى أَنْفُسِنَا وَغَرَّتْهُمُ الْحَيَاةُ الدُّنْيَا وَشَهِدُوا عَلَى أَنْفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا كَافِرِينَ (130) قال أبو جعفر: وهذا خبر من الله جل ثناؤه عن قول مشركي الجن والإنس عند تقريعه إياهم بقوله لهم: أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِنْكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ آيَاتِي وَيُنْذِرُونَكُمْ لِقَاءَ يَوْمِكُمْ هَذَا ، أنهم يقولونه ................ (45) =(شهدنا على أنفسنا)، بأن رسلك قد أتتنا بآياتك, وأنذرتنا لقاء يومنا هذا, فكذبناها وجحدنا رسالتها, ولم نتبع آياتك ولم نؤمن بها . قال الله خبرًا مبتدأ: وغَرَّت هؤلاء العادلين بالله الأوثان والأصنام، وأولياءَهم من الجن (46) =(الحياة الدنيا)، يعني: زينة الحياة الدنيا، وطلبُ الرياسة فيها والمنافسة عليها, أن يسلموا لأمر الله فيطيعوا فيها رسله, فاستكبروا وكانوا قومًا عالين . فاكتفى بذكر " الحياة الدنيا " من ذكر المعاني التي غرَّتهم وخدَعتهم فيها, إذ كان في ذكرها مكتفًى عن ذكر غيرها، لدلالة الكلام على ما تُرك ذكره = يقول الله تعالى ذكره: (وشهدوا على أنفسهم)، يعني: هؤلاء العادلين به يوم القيامة = أنهم كانوا في الدنيا كافرين به وبرسله, لتتم حجَّة الله عليهم بإقرارهم على أنفسهم بما يوجب عليهم عقوبته وأليمَ عذابه . * * * ------------------- الهوامش : (41) انظر تفسير (( الإنذار )) فيما سلف من فهارس اللغة ( نذر ) . (42) هذه مقالة الفراء ، انظر معاني القرآن 1 : 354 ، وظاهر أن الذي بعده من كلام الفراء أيضا من موضع آخر غير هذا الموضع . (43) اقرأ آيات سورة الأحقاف : 29 - 32 . (44) يعني بهذا أن المنذرين الذين ذهبوا إلى قومهم ، لو جاز أن يسموا (( رسلا )) أرسلهم الإنس إلى الجن ، جاز أن يسمى (( رسل الإنس )) = وهم رسل الله إلى الإنس والجن = (( رسل الجن )) ، أرسلهم الجن إلى الإنس . وهذا ظاهر البطلان . (45) في المطبوعة : (( أنهم يقولون : شهدنا على أنفسنا )) ، وصل الكلام ، وفي المخطوطة بياض ، جعلت مكانه هذه النقط ، وأمام البياض في المخطوطة حرف ( ط ) دلالة على أنه خطأ ، وأنه كان هكذا في النسخة التي نقل عنها . (46) انظر تفسير (( الغرور )) فيما سلف ص : 56 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك .