Tabari
Terug naar surah 6, ayah 129

Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:129

وَكَذَٰلِكَ نُوَلِّى بَعْضَ ٱلظَّٰلِمِينَ بَعْضًۢا بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ

Zo maken Wij de onrechtplegers tot elkaars bondgenoten wegens wat zij plachten te verrichten.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَكَذَلِكَ نُوَلِّي بَعْضَ الظَّالِمِينَ بَعْضًا بِمَا كَانُوا يَكْسِبُونَ ("En zo maken Wij sommige onrechtplegers tot bondgenoten van anderen, vanwege wat zij plachten te verwerven") (6:129).

    Abū Jaʿfar zei: De uitleggers verschillen van mening over de uitleg van (nuwallī — "Wij maken tot bondgenoot/Wij belasten met de macht over").

    Sommigen van hen zeiden: De betekenis ervan is: Wij maken sommigen van hen tot beschermheer (walī) van anderen in het ongeloof aan Allah.

    * Vermelding van wie dat zei:

    13893 - Yūnus heeft ons verteld, hij zei: Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woord: (En zo maken Wij sommige onrechtplegers tot bondgenoten van anderen, vanwege wat zij plachten te verwerven): Allah verbindt de mensen onderling slechts naar hun daden. Zo is de gelovige de beschermheer (walī) van de gelovige, waar hij ook is en op welke plaats hij ook is, en de ongelovige (kāfir) is de beschermheer van de ongelovige, waar hij ook is en op welke plaats hij ook is. Het geloof (īmān) wordt niet verkregen door wensen, noch door uiterlijk vertoon.

    * * *

    En anderen zeiden: De betekenis ervan is: Wij laten hen elkaar opvolgen in het Vuur — afgeleid van al-muwālāt, dat is de opeenvolging tussen het ene ding en het andere, naar het gezegde van iemand: "Ik heb tussen dit en dat aaneengeschakeld (wālaytu)", wanneer men ze op elkaar laat volgen.

    * Vermelding van wie dat zei:

    13894 - Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft mij verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda: (En zo maken Wij sommige onrechtplegers tot bondgenoten van anderen), in het Vuur: zij volgen elkaar op.

    * * *

    En anderen zeiden: De betekenis daarvan is: Wij geven sommige onrechtplegers macht over anderen.

    * Vermelding van wie dat zei:

    13895 - Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei betreffende Zijn woord: (En zo maken Wij sommige onrechtplegers tot bondgenoten van anderen): hij zei: de onrechtplegers onder de djinn en de onrechtplegers onder de mensen. En hij reciteerde: وَمَنْ يَعْشُ عَنْ ذِكْرِ الرَّحْمَنِ نُقَيِّضْ لَهُ شَيْطَانًا فَهُوَ لَهُ قَرِينٌ ("En wie zich afwendt van de vermaning van de Erbarmer, voor hem bestemmen Wij een satan, die dan zijn metgezel is") [Surah Al-Zukhruf: 36]. Hij zei: Wij geven de onrechtplegers onder de djinn macht over de onrechtplegers onder de mensen.

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: De meest juiste van deze opvattingen in de uitleg daarvan is de opvatting van wie zei: de betekenis ervan is: en zo maken Wij sommige onrechtplegers tot beschermheren (awliyāʾ) van anderen. Want Allah vermeldde vóór dit vers wat de polytheïsten (mushrikīn) zeiden, want Hij, verheven is Zijn lof, zei: وَقَالَ أَوْلِيَاؤُهُمْ مِنَ الإِنْسِ رَبَّنَا اسْتَمْتَعَ بَعْضُنَا بِبَعْضٍ ("En hun beschermheren onder de mensen zullen zeggen: Onze Heer, sommigen van ons hebben van anderen genot gehad"), en Hij, verheven is Zijn lof, berichtte dat sommigen van hen beschermheren van anderen zijn. Vervolgens liet Hij dat bericht volgen door het bericht dat hun onderlinge bondgenootschap door Zijn toedoen geschiedt, dat Hij hen tot bondgenoot maakt. Zo zei Hij: En zoals Wij sommigen van deze polytheïsten onder de djinn en de mensen tot beschermheren van anderen gemaakt hebben, zodat sommigen van hen van anderen genot hebben, zo maken Wij sommigen van hen tot beschermheren van anderen in alle aangelegenheden — "vanwege wat zij plachten te verwerven" aan ongehoorzaamheid jegens Allah en wat zij verrichten.

    ---------------

    Voetnoten:

    (39) Zie de uitleg van "walī" in wat eerder voorbijgegaan is in de taalregisters (w-l-y).

    (40) Zie de uitleg van "al-kasb" (het verwerven) in wat eerder voorbijgegaan is: 11: 448, aantekening: 1, en de verwijzingen aldaar.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَكَذَلِكَ نُوَلِّي بَعْضَ الظَّالِمِينَ بَعْضًا بِمَا كَانُوا يَكْسِبُونَ (129) قال أبو جعفر: اختلف أهل التأويل في تأويل (نُوَلّي). فقال بعضهم: معناه: نحمل بعضهم لبعض وليًّا، على الكفر بالله . * ذكر من قال ذلك: 13893- حدثنا يونس قال، حدثنا بشر بن معاذ قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد, عن قتادة قوله: (وكذلك نولي بعض الظالمين بعضًا بما كانوا يكسبون)، وإنما يولي الله بين الناس بأعمالهم ، فالمؤمن وليُّ المؤمن أين كان وحيث كان, والكافر وليُّ الكافر أينما كان وحيثما كان . ليس الإيمان بالتَمنِّي ولا بالتحَلِّي . * * * وقال آخرون: معناه: نُتْبع بعضهم بعضًا في النار= من " الموالاة ", وهو المتابعة بين الشيء والشيء, من قول القائل: " واليت بين كذا وكذا "، إذا تابعت بينهما . * ذكر من قال ذلك: 13894- حدثني محمد بن عبد الأعلى قال، حدثنا محمد بن ثور, عن معمر, عن قتادة: (وكذلك نولي بعض الظالمين بعضًا)، في النار، يتبع بعضهم بعضًا . (39) * * * وقال آخرون: معنى ذلك، نسلط بعض الظلمة على بعض . * ذكر من قال ذلك: 13895- حدثني يونس قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد في قوله: (وكذلك نولي بعض الظالمين بعضًا)، قال: ظالمي الجن وظالمي الإنس . وقرأ: وَمَنْ يَعْشُ عَنْ ذِكْرِ الرَّحْمَنِ نُقَيِّضْ لَهُ شَيْطَانًا فَهُوَ لَهُ قَرِينٌ ، [سورة الزخرف: 36]. قال: نسلط ظلمة الجن على ظلمة الإنس . * * * قال أبو جعفر: وأولى هذه الأقوال في تأويل ذلك بالصواب, قولُ من قال: معناه: وكذلك نجعل بعض الظالمين لبعضٍ أولياء . لأن الله ذكر قبل هذه الآية ما كان من قول المشركين, فقال جل ثناؤه: وَقَالَ أَوْلِيَاؤُهُمْ مِنَ الإِنْسِ رَبَّنَا اسْتَمْتَعَ بَعْضُنَا بِبَعْضٍ , وأخبر جل ثناؤه: أنّ بعضهم أولياء بعض, ثم عقب خبره ذلك بخبره عن أن ولاية بعضهم بعضًا بتوليته إياهم, فقال: وكما جعلنا بعض هؤلاء المشركين من الجن والإنس أولياء بعض يستمتع بعضهم ببعض, كذلك نجعل بعضَهم أولياء بعض في كل الأمور =" بما كانوا يكسبون "، من معاصي الله ويعملونه . (40) --------------- الهوامش : (39) انظر تفسير (( ولي )) فيما سلف من فهارس اللغة ( ولي ) . (40) انظر تفسير (( الكسب )) فيما سلف : 11 : 448 ، تعليق : 1 ، والمراجع هناك .