Tafseer van Het Vee · Al-An'aam · 6:118
Eet dan van hetgeen waarover de Naam van Allah is uitgesproken (tijdens het slachten), als jullie in Zijn Verzen geloven.
De uitleg van Zijn woord: فَكُلُوا مِمَّا ذُكِرَ اسْمُ اللَّهِ عَلَيْهِ إِنْ كُنْتُمْ بِآيَاتِهِ مُؤْمِنِينَ (118)
("Eet dan van datgene waarover de naam van Allah is uitgesproken, indien gij in Zijn tekenen gelooft." (6:118))
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt tegen Zijn profeet Muḥammad — moge Allah hem zegenen en vrede schenken — en Zijn dienaren die in Hem en in Zijn tekenen geloven: "fa-kulū" ("eet dan"), o gij gelovigen, van datgene wat gij ritueel geslacht hebt van jullie slachtdieren en wat gij geslacht hebt op de wijze van slachten waarvan Ik u heb uiteengezet dat daardoor het slachtdier voor u geoorloofd wordt, en dat is wat geslacht is door hen die in Mij geloven, behorend tot de aanhangers van jullie religie, de religie van de waarheid, of geslacht is door wie zich tot Mijn eenheid (tawḥīd) bekent van de Mensen van het Boek (ahl al-kitāb), niet wat geslacht is door de aanbidders van de afgodsbeelden en door wie geen Boek heeft, van de magiërs (al-majūs) ="in kuntum bi-āyātihi muʾminīn" ("indien gij in Zijn tekenen gelooft"), Hij zegt: indien gij gelovigen zijt in de bewijsgronden van Allah die tot u gekomen zijn en Zijn tekenen, in het toestaan van wat Ik u heb toegestaan en het verbieden van wat Ik u heb verboden aan voedingsmiddelen en spijzen, en laat los wat de duivels (al-shayāṭīn) onderling aan elkaar influisteren van opgesmukte woorden om u te misleiden en uw religie voor u te versluieren met bedrog.
* * *
En ʿAṭāʾ placht hierover te zeggen wat volgt:-
13790 - Muḥammad ibn Bashshār en Muḥammad ibn al-Muthannā hebben ons dit verteld, zij beiden zeiden: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: Ibn Jurayj heeft ons bericht, hij zei: ik zei tegen ʿAṭāʾ over Zijn woord: "fa-kulū mimmā dhukira ismu Allāhi ʿalayh" ("eet dan van datgene waarover de naam van Allah is uitgesproken"), hij zei: Hij gebiedt het uitspreken van Zijn naam over de drank en het voedsel en het slachten. En over elk ding dat aanleiding geeft tot Zijn gedachtenis gebiedt Hij het.