Tabari
Terug naar surah 59, ayah 19

Tafseer van De Verzameling · Al-Hashr · 59:19

وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ نَسُوا۟ ٱللَّهَ فَأَنسَىٰهُمْ أَنفُسَهُمْ ۚ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْفَٰسِقُونَ

En weest niet zoals degenen die Allah vergaten, waarop Hij hen zichzelf deed vergeten. Zij zijn degenen die de zwaar zondigen zijn.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van de Verhevene: وَلا تَكُونُوا كَالَّذِينَ نَسُوا اللَّهَ فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ أُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ (59:19) (En weest niet zoals zij die Allah vergaten, waarop Hij hen zichzelf deed vergeten; zij zijn het die de verdorvenen zijn.)

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: en weest niet zoals zij die het vervullen van het recht van Allah, dat Hij hun verplicht heeft, hebben nagelaten ( فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ ) Hij zegt: waarop Allah hen de aandelen van hun eigen ziel in het goede deed vergeten.

    En in de geest van wat wij hierover gezegd hebben, hebben ook de uitleggers van de Koran zich uitgesproken.

    * Een vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān: ( نَسُوا اللَّهَ فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ ) hij zei: zij vergaten het recht van Allah, waarop Hij hen zichzelf deed vergeten; hij zei: [dat wil zeggen] het aandeel van hun eigen ziel.

    En Zijn woorden: ( أُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ ) Hij, wiens lof verheven is, zegt: dezen die Allah vergaten, zij zijn de verdorvenen (fāsiqūn), dat wil zeggen: zij die uit de gehoorzaamheid aan Allah getreden zijn naar de ongehoorzaamheid aan Hem.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَلا تَكُونُوا كَالَّذِينَ نَسُوا اللَّهَ فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ أُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ (19) يقول تعالى ذكره: ولا تكونوا كالذين تركوا أداء حقّ الله الذي أوجبه عليهم (فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ ) يقول: فأنساهم الله حظوظ أنفسهم من الخيرات. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا ابن حُمَيد، قال: ثنا مهران، عن سفيان (نَسُوا اللَّهَ فَأَنْسَاهُمْ أَنْفُسَهُمْ ) قال: نَسُوا حقّ الله، فأنساهم أنفسَهم؛ قال: حظّ أنفسهم. وقوله: (أُولَئِكَ هُمُ الْفَاسِقُونَ ) يقول جلّ ثناؤه: هؤلاء الذين نسوا الله، هم الفاسقون، يعني الخارجون من طاعة الله إلى معصيته.