Tabari
Terug naar surah 59, ayah 17

Tafseer van De Verzameling · Al-Hashr · 59:17

فَكَانَ عَٰقِبَتَهُمَآ أَنَّهُمَا فِى ٱلنَّارِ خَٰلِدَيْنِ فِيهَا ۚ وَذَٰلِكَ جَزَٰٓؤُا۟ ٱلظَّٰلِمِينَ

Het gevolg voor beiden (de huichelaars en de Joden) zal zijn dat zij in de hel zullen zijn, zij zullen daarin eeuwig levenden zijn. En dat is de vergelding voor de onrechtplegers.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: فَكَانَ عَاقِبَتَهُمَا أَنَّهُمَا فِي النَّارِ خَالِدَيْنِ فِيهَا وَذَلِكَ جَزَاءُ الظَّالِمِينَ ("Zo was hun beider einde dat zij in het Vuur zijn, daarin eeuwig verblijvend, en dat is de vergelding van de onrechtplegers") (59:17).

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: zo was het einde van de zaak van de satan en van de mens die hem gehoorzaamde en daardoor ongelovig in Allah werd, dat zij beiden eeuwig in het Vuur verblijven, daarin voor altijd blijvend. وَذَلِكَ جَزَاءُ الظَّالِمِينَ ("en dat is de vergelding van de onrechtplegers") — Hij zegt: en dat is de beloning van de Joden van de Banū al-Naḍīr en van de hypocrieten die hun de overwinning hadden beloofd; en iedere ongelovige in Allah is een onrechtpleger jegens zichzelf vanwege zijn ongeloof in Hem, namelijk dat zij eeuwig in het Vuur verblijven.

    De taalkundigen verschillen van mening over de wijze waarop Zijn uitspraak خَالِدِينَ فِيهَا ("daarin eeuwig verblijvend") in de accusatief (naṣb) staat. Sommige grammatici van Basra zeiden: het staat in de accusatief als omstandigheidsbepaling (ḥāl), en فِي النَّارِ ("in het Vuur") is het predicaat. Hij zei: als het in de zin [zonder dat woord] zou staan, zou de nominatief (rafʿ) beter zijn bij "khālidīn". Hij zei: en hun bewering dat het, wanneer het tweemaal voorkomt, daarom in de accusatief staat — dat is niet het geval; daarin is slechts een versterking, of je het nu noemt of niet, dat is gelijk. Behalve dat de Arabieren het vaak tot een omstandigheidsbepaling maken wanneer het daarin ter versterking dient en wat daarop lijkt, op meer dan één plaats. Hij zei [als voorbeeld]: إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ وَالْمُشْرِكِينَ فِي نَارِ جَهَنَّمَ خَالِدِينَ فِيهَا ("Voorwaar, degenen die ongelovig zijn onder de Mensen van het Boek en de polytheïsten zullen in het Vuur van de hel zijn, daarin eeuwig verblijvend").

    En sommige grammatici van Kufa zeiden: in de lezing van ʿAbd Allāh ibn Masʿūd luidt het فَكَانَ عَاقِبَتَهُمَا أَنَّهُمَا فِي النَّارِ خَالِدَانِ فِيهَا ("zo was hun beider einde dat zij in het Vuur zijn, beiden daarin eeuwig verblijvend") [met "khālidāni" in de nominatief]. Hij zei: en in أَنَّهُمَا فِي النَّارِ خَالِدِينَ فِيهَا staat het in de accusatief. Hij zei: en ik prefereer de nominatief niet, ook al is die toegestaan. Want wanneer je het werkwoord tussen twee bepalingen ziet, en de ene is teruggekeerd naar de plaats van de andere, dan zet je het in de accusatief; en dit is daarvan een voorbeeld. Hij zei: en daaraan gelijk is in de spraak jouw uitspraak: "ik kwam langs een man op zijn rijdier, het dragend" (marartu bi-rajulin ʿalā nābihi mutaḥammilan bihi). En daaraan gelijk is het woord van de dichter:

    "En de saffraan op haar boezem (tarāʾib) — de keelkuilen (al-labbāt) en de borst (al-naḥr) doortrokken daarmee."

    Want de tarāʾib (de plaats van het halssnoer op de borst) zijn hier de labbāt (de plaatsen van de keelkuil); zo keerde de bepaling terug met de naam waarop zij van toepassing was. Maar wanneer de twee bepalingen verschillen, dan is zowel de nominatief als de accusatief op goede gronden toegestaan; daarvan is jouw uitspraak: "ʿAbd Allāh is in het huis, naar jou verlangend" (ʿAbd Allāh fī al-dāri rāghibun fīka). Zie je niet dat de "fī" in "fī al-dār" ("in het huis") verschilt van de "fī" die in "al-raghba" ("het verlangen") voorkomt? Hij zei: en het bewijs waaraan men de accusatief van de nominatief onderscheidt, is dat je de tweede bepaling niet vóór de eerste geplaatst ziet worden. Zie je niet dat je zegt: "dit is jouw broer, in zijn hand een dirham, die vasthoudend" (hādhā akhūka fī yadihi dirhamun qābiḍan ʿalayhi)? Als je nu zou zeggen: "dit is jouw broer, die vasthoudend, in zijn hand een dirham", dan is dat niet toegestaan. Zie je niet dat je zegt: "dit is een man, staande, naar Zayd toe, in zijn hand een dirham" (hādhā rajulun qāʾimun ilā Zaydin fī yadihi dirhamun)? Dit wijst erop dat bij het accusatief-geval het naar voren plaatsen van het laatste deel verhinderd is, en het wijst op de nominatief wanneer het naar voren plaatsen van het laatste deel gemakkelijk is.

    ---------------

    Voetnoten:

    (1) Deze passage dient gecorrigeerd te worden, want daarin bevindt zich verschrijving en verbastering die niet verborgen blijft.

    (2) Het vers staat in (al-Lisān: trb) zonder toeschrijving. De overlevering daarin is "sharq" met de nominatief. De auteur heeft het echter met de accusatief weergegeven en het ontleed als omstandigheidsbepaling. De saffraan (al-zaʿfarān): iets wat de Arabieren gebruiken als reukwerk en als opschik voor vrouwen. De tarāʾib: de plaats van het halssnoer op de borst. De labāb: meervoud van labba, dat is de plaats van de keelkuil. De thughra: de keelkuil van de borst, dat is de holte tussen de twee sleutelbeenderen. En hij zei: "wa-al-zaʿfarān... [het vers]". Het vers behoort tot de getuige-verzen van al-Farrāʾ in Maʿānī al-Qurʾān (folio 330); hij zei bij de uitspraak van de Verhevene "fakāna ʿāqibatahumā annahumā fī al-nāri khālidayni fīhā": "en het luidt in de lezing van ʿAbd Allāh ibn Masʿūd 'khālidāni fī al-nār', en in onze lezing 'khālidīna fīhā' in de accusatief, en ik prefereer de nominatief niet, ook al is die toegestaan." De auteur heeft het hele betoog van al-Farrāʾ overgenomen ter verheldering van de kwestie, volgens de leerschool van de mensen van Kufa, dus volstaan wij hier met deze verwijzing.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : فَكَانَ عَاقِبَتَهُمَا أَنَّهُمَا فِي النَّارِ خَالِدَيْنِ فِيهَا وَذَلِكَ جَزَاءُ الظَّالِمِينَ (17) يقول تعالى ذكره: فكان عُقبى أمر الشيطان والإنسان الذي أطاعه، فكفر بالله أنهما خالدان في النار ماكثان فيها أبدًا، ( وَذَلِكَ جَزَاءُ الظَّالِمِينَ ) يقول: وذلك ثواب اليهود من النضير والمنافقين الذين وعدوهم النصرة، وكلُّ كافر بالله ظالم لنفسه على كفره به أنهم في النار مخلَّدون. واختلف أهل العربية في وجه نصب قوله: ( خَالِدِينَ فِيهَا ) فقال بعض نحوِّيي البصرة: نصب على الحال، وفي النار الخبر؛ قال: ولو كان في الكلام لكان الرفع أجود في " خالدين " قال: وليس قولهم: إذا جئت مرّتين (1) فهو نصب لشيء، إنما فيها توكيد جئت بها أو لم تجيء بها فهو سواء، إلا أن العرب كثيرًا ما تجعله حالا إذا كان فيها للتوكيد وما أشبهه في غير مكان؛ قال: إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ وَالْمُشْرِكِينَ فِي نَارِ جَهَنَّمَ خَالِدِينَ فِيهَا وقال بعض نحويي الكوفة: في قراءة عبد الله بن مسعود ( فَكَانَ عَاقِبَتَهُمَا أَنَّهُمَا فِي النَّارِ خَالِدَانِ فِيهَا ) ؛ قال: وفي أنهما في النار خالدين فيها نصب؛ قال: ولا أشتهي الرفع وإن كان يجوز، فإذا رأيت الفعل بين صفتين قد عادت إحداهما على موضع الأخرى نصبت، فهذا من ذلك؛ قال: ومثله في الكلام قولك: مررت برجل على نابِه متحملا به؛ ومثله قول الشاعر: والزعفـــران عـــلى ترائبهــا شـــرقا بــه اللَّبَّــات والنَّحْــر (2) لأن الترائب هي اللبات، ها هنا، فعادت الصفة باسمها الذي وقعت عليه، فإذا اختلفت الصفتان جاز الرفع والنصب على حُسْن، من ذلك قولك: عبد الله في الدار راغب فيك، ألا ترى أن " في" التي في الدار مخالفة لفي التي تكون في الرغبة؛ قال: والحجة ما يُعرف به النصب من الرفع أن لا ترى الصفة الآخرة تتقدم قبل الأولى، ألا ترى أنك تقول: هذا أخوك في يده درهم قابضًا عليه، فلو قلت: هذا أخوك قابضًا عليه في يده درهم لم يجز، ألا ترى أنك تقول: هذا رجل قائم إلى زيد في يده درهم، فهذا يدل على أن المنصوب إذا امتنع تقديم الآخر، ويدل على الرفع إذا سهل تقديم الآخر. --------------- الهوامش: (1) تحرر هذه العبارة فإن فيها من التحريف والتصحيف ما لا يخفى. (2) ‌البيت في (اللسان: ترب) غير منسوب. والرواية فيه "شرق" بالرفع. والمؤلف أورده منصوبًا، وأعربه حالا، والزعفران: مما يستعمله العرب في الطيب وزينة النساء. والترائب: موضع القلادة من الصدر. واللباب: جمع لبة، وهي موضع النحر. والثغرة ثغرة النحر، وهي الهزمة بين الترقوتين. وقال: "والزعفران... البيت". والبيت من شواهد الفراء في معاني القرآن (الورقة 330) قال عند قوله تعالى: "فكان عاقبتهما أنهما في النار خالدين فيها": وهي في قراءة عبد الله بن مسعود "خالدان في النار"، وفي قراءتنا "خالدين فيها" نصب، ولا أشتهى الرفع وإن كان يجوز، وقد نقل المؤلف كلام الفراء كله في توضيح المسألة، على مذهب أهل الكوفة، فنكتفي بهذه الإشارة هنا