Tafseer van Het IJzer · Al-Hadid · 57:1
Wat er in de hemelen en op de aarde is prijst de Glorie van Allah, en Hij is de Almachtige, de Alwijze.
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, bedoelt met Zijn woord: (Alles wat in de hemelen en op de aarde is, prijst Allah) dat al wat naast Hem tot Zijn schepping behoort Hem prijst, uit verheerlijking voor Hem, uit erkenning van Zijn Heerschappij, en uit onderwerping aan gehoorzaamheid aan Hem, zoals Hij, verheven is Zijn lof, heeft gezegd: De zeven hemelen en de aarde en wie daarin zijn prijzen Hem, en er is niets of het verheerlijkt Hem met Zijn lof, maar jullie begrijpen hun lofprijzing niet.
En Zijn woord: (En Hij is de Almachtige, de Alwijze) — Hij zegt: maar Hij, verheven is Zijn majesteit, is de Almachtige in Zijn vergelding aan wie Hem ongehoorzaam was en zo Zijn bevel overtrad, onder al wat tot Zijn schepping in de hemelen en op de aarde behoort; (de Alwijze) in Zijn beschikking over hun aangelegenheid en in Zijn beschikking over hen naar wat Hij wil en liefheeft.