Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:51
Daarna zullen jullie, O dwalende, loochenaars.
Het woord aangaande de uitleg van Zijn, de Verhevene, uitspraak: ثُمَّ إِنَّكُمْ أَيُّهَا الضَّالُّونَ الْمُكَذِّبُونَ ("Vervolgens, voorwaar, jullie, o dwalenden, loochenaars") (51)
De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tegen de gezellen van de linkerzijde: vervolgens, voorwaar, jullie, o dwalenden van de weg der rechte leiding, die de bedreiging van Allah en Zijn belofte loochenen, zullen waarlijk eten van een boom van zaqqūm.
En Zijn uitspraak: فَمَالِئُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ ("en daarmee de buiken vullen"). Hij zegt: en jullie zullen van de zaqqūm-boom jullie buiken vullen.
De taalgeleerden zijn van mening verschild over de wijze waarop de "boom" (al-shajar) vrouwelijk wordt gemaakt in Zijn uitspraak: فَمَالِئُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ ("en daarmee de buiken vullen"), dat wil zeggen: van de boom, فَشَارِبُونَ عَلَيْهِ ("en jullie zullen daarop drinken"), omdat al-shajar zowel vrouwelijk als mannelijk wordt gebruikt. Hij maakte het vrouwelijk omdat hij het droeg op al-shajara (het enkelvoud "boom"), aangezien al-shajara het geheel kan aanduiden. De Arabieren zeggen immers: "vóór ons groeide een bittere boom (shajara) en een slechte plant (baqla)", terwijl zij het geheel bedoelen. En sommige grammatici van Kūfa hebben gezegd.