Tafseer van De Maan · Al-Qamar · 54:25
Is de vermaning juist aan hèm onder ons neergezonden, terwijl hij een schaamteloze leugenaar is?"
De uitleg van het woord van de Verhevene: Is de vermaning aan hem geopenbaard, te midden van ons? Nee, hij is een grote leugenaar, een verwatene (25).
De Verhevene, Wiens lof verheven is, zegt, berichtend over de uitspraak van de loochenaars van Zijn boodschapper Ṣāliḥ, Allahs zegen en vrede zij met hem, onder zijn volk Thamūd: is de vermaning aan hem geopenbaard, te midden van ons? Daarmee bedoelen zij: is de openbaring aan hem neergezonden en is hij met het profeetschap bijzonder begunstigd te midden van ons, terwijl hij slechts een van ons is? — uit hun ontkenning dat Allah een boodschapper zou zenden uit de kinderen van Ādam.
En Zijn woord Nee, hij is een grote leugenaar, een verwatene — Hij zegt: zij zeiden: dat is niet zo; nee, hij is een grote leugenaar, een verwatene (ashir). Met "verwatene" (al-ashir) bedoelen zij: de uitgelatene, vol van hoogmoed en trots; en al-mariḥ (de uitgelatene) is afgeleid van de levenslust.
En reeds heeft al-Ḥasan ibn Muhammad ibn Saʿīd al-Qurashī mij verteld, hij zei: ik zei tot ʿAbd al-Raḥmān ibn Abī Ḥammād: wat is al-kadhdhāb al-ashir? Hij zei: degene die zich niet bekommert om wat hij zegt. En met een kasra op de shīn van al-ashir en verlichting van de rāʾ hebben de recitatoren van de landstreken het gelezen. En het is overgeleverd van Mujāhid dat hij het placht te lezen als kadhdhābun ashur met een ḍamma op de shīn en verlichting van de rāʾ, en dat is in de taal de tegenhanger van al-ḥadhir en al-ḥadhur, en al-ʿajil en al-ʿajul.
En het juiste van de lezing daarin is, naar ons oordeel, datgene waarop de recitatoren van de landstreken zich bevinden, vanwege de overeenstemming van de gezaghebbende recitatoren daarover.