Tafseer van De Ster · An-Najm · 53:54
Toen bedekte Hij haar volledig.
En Zijn uitspraak فَغَشَّاهَا مَا غَشَّى ("zodat haar overdekte wat haar overdekte"). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Allah overdekte de omvergeworpen stad met opeengestapelde, gemerkte stenen waarmee Hij haar overdekte, en deed die op haar neerregenen uit klei-steen (sijjīl).
En overeenkomstig hetgeen wij daarover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Ons heeft Bishr verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda فَغَشَّاهَا مَا غَشَّى ("zodat haar overdekte wat haar overdekte"): Hij overdekte haar met opeengestapeld rotsgesteente.
Ons heeft Ibn ʿAbd al-Aʿlā verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda فَغَشَّاهَا مَا غَشَّى ("zodat haar overdekte wat haar overdekte"): hij zei: de stenen.
Mij heeft Yūnus verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak فَغَشَّاهَا مَا غَشَّى ("zodat haar overdekte wat haar overdekte"): hij zei: de stenen waarmee Hij hen vanuit de hemel bekogelde.