Tafseer van De Berg · At-Tur · 52:38
Of beschikken zij over een ladder (die tot in de hemel reikt) waarop zij kunnen afluisteren? Laat dan de afluisteraar onder hen met een duidelijk bewijs komen.
En Zijn woord: أَمْ لَهُمْ سُلَّمٌ يَسْتَمِعُونَ فِيهِ ("Of hebben zij een ladder waarop zij luisteren?"). Hij zegt: of hebben zij een ladder waarlangs zij opklimmen naar de hemel, waarop zij de openbaring beluisteren, zodat zij beweren dat zij daar van Allah hebben vernomen dat datgene waarop zij zich bevinden waarheid is, en zij zich daardoor vastklampen aan dat waarop zij zich bevinden?
En Zijn woord: فَلْيَأْتِ مُسْتَمِعُهُمْ بِسُلْطَانٍ مُبِينٍ ("laat dan hun luisteraar met een duidelijk bewijs komen"). Hij zegt: indien zij dat beweren, laat dan degene die beweert dat hij dat heeft beluisterd en het heeft gehoord, komen met een duidelijk gezag (sulṭān mubīn), dat wil zeggen: met een bewijs dat aantoont dat het waarheid is — zoals Muḥammad ﷺ daarmee kwam ter waarheid van zijn woord en ter bevestiging van zijn waarachtigheid in datgene waarmee hij tot hen kwam van bij Allah. Al-sullam betekent in de taal van de Arabieren: het middel en de trap; daartoe behoort het woord van Ibn Muqbil:
"De uithoeken van het land beschermen de man niet, noch worden voor hem in de hemelen ladders gebouwd." (1)
En daartoe behoort zijn uitspraak: "ik heb die-en-die tot een sullam voor mijn behoefte gemaakt" — wanneer men hem tot een middel daartoe maakt.