Tabari
Terug naar surah 51, ayah 24

Tafseer van De Verspreidsters · Adh-Dhaariyat · 51:24

هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ ضَيْفِ إِبْرَٰهِيمَ ٱلْمُكْرَمِينَ

Heeft de geschiedenis van de geëerde gasten van Ibrahîm jou bereikt?

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: Heeft het verhaal van de geëerde gasten van Ibrāhīm u bereikt? (24)

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt tot Zijn Profeet Muḥammad ﷺ, en bericht hem dat Hij over wie volhardt in zijn dwaling en hardnekkig vasthoudt aan zijn ongeloof (kufr), en zich daar niet van bekeert van de ongelovigen onder zijn volk, datgene zal laten neerkomen wat Hij heeft laten neerkomen op de voorbije gemeenschappen vóór hen. En Hij herinnert zijn volk uit de Quraysh eraan door hun de berichten en verhalen over hen te vertellen en wat Hij met hen gedaan heeft: heeft het verhaal van de geëerde gasten van Ibrāhīm, de boezemvriend van de Albarmhartige, jou bereikt, o Muḥammad?

    Met Zijn uitspraak de geëerde bedoelt Hij dat Ibrāhīm, vrede zij met hem, en Sāra hen eigenhandig bedienden.

    En er is gezegd: het werd slechts de geëerde genoemd zoals Muḥammad ibn ʿAmr mij verteld heeft, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn uitspraak de geëerde gasten van Ibrāhīm, hij zei: Ibrāhīm eerde hen, en hij gaf zijn huisgenoten toen opdracht om voor hen het kalf te bereiden.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : هَلْ أَتَاكَ حَدِيثُ ضَيْفِ إِبْرَاهِيمَ الْمُكْرَمِينَ (24) يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم , يخبره أنه محلّ بمن تمادى في غيه, وأصرّ على كفره, فلم يتب منه من كفار قومه, ما أحلّ بمن قبلهم من الأمم الخالية, ومذكرا قومه من قريش بإخباره إياهم أخبارهم وقصصهم, وما فعل بهم, هل أتاك يا محمد حديث ضيف إبراهيم خليل الرحمن المكرمين. يعني بقوله ( الْمُكْرَمِينَ ) أن إبراهيم عليه السلام وسارة خدماهم بأنفسهما. وقيل: إنما قيل ( الْمُكْرَمِينَ ) كما حدثني محمد بن عمرو, قال: ثنا أبو عاصم, قال: ثنا عيسى; وحدثني الحارث, قال: ثنا الحسن, قال: ثنا ورقاء جميعا, عن ابن أبي نجيح, عن مجاهد, قوله ( ضَيْفِ إِبْرَاهِيمَ الْمُكْرَمِينَ ) قال: أكرمهم إبراهيم, وأمر أهله لهم بالعجل حينئذ.