Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:90
O, jullie die geloven! Voorwaar, de wijn en het gokken en de afgodsbeelden en pijlen om te verloten zijn oreinheden die tot het werk van de Satan behoren, vermijdt deze (zaken) dus. Hopefijk zullen jullie welslagen!
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِنَّمَا الْخَمْرُ وَالْمَيْسِرُ وَالأَنْصَابُ وَالأَزْلامُ رِجْسٌ مِنْ عَمَلِ الشَّيْطَانِ فَاجْتَنِبُوهُ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ (90) (O jullie die geloven, voorwaar, de wijn (khamr), het kansspel (maysir), de offerstenen (anṣāb) en de wichelpijlen (azlām) zijn een gruwel van het werk van de satan; vermijd dit dan, opdat jullie zullen slagen.) (90)
Abū Jaʿfar zei: Dit is een verklaring van Allah, verheven is Zijn vermelding, gericht tot diegenen onder de metgezellen van de Profeet ﷺ die zichzelf de vrouwen, de slaap en het vlees verboden hadden, daarin de priesters en monniken nabootsend. Toen openbaarde Allah aangaande hen aan Zijn Profeet ﷺ Zijn Boek, waarin Hij hen dit verbood, en zei: يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لا تُحَرِّمُوا طَيِّبَاتِ مَا أَحَلَّ اللَّهُ لَكُمْ [Surah Al-Māʾidah: 87] (O jullie die geloven, verklaart niet de goede dingen verboden die Allah jullie heeft toegestaan).
Daarmee verbood Hij hun het verbieden van wat Allah hun aan goede dingen had toegestaan. Vervolgens zei Hij: en overtreedt evenmin Mijn grenzen, door wat Ik jullie verboden heb toe te staan, want dat is jullie niet toegestaan, zoals het jullie niet is toegestaan om te verbieden wat Ik heb toegestaan; voorwaar, Ik houd niet van de overtreders. Vervolgens lichtte Hij hen in over datgene wat Hij hun verboden had, en waarbij zij, als zij het zouden toestaan en zich eraan zouden wagen, tot de overtreders van Zijn grenzen zouden behoren. Hij zei tot hen: o jullie die Allah en Zijn Boodschapper hebben geloofd, voorwaar, de wijn (khamr) die jullie drinken, het kansspel (maysir) dat jullie met elkaar spelen, de offerstenen (anṣāb) waarbij jullie slachten, en de wichelpijlen (azlām) waarmee jullie het lot raadplegen — dat is "rijs", dat wil zeggen: zonde en stank die Allah verafschuwt en die Hij voor jullie veracht — "van het werk van de satan", dat wil zeggen: jullie drinken van de wijn, jullie gokken om de geslachte kamelen, jullie slachten voor de offerstenen, en jullie raadplegen het lot met de wichelpijlen, dat behoort tot de verfraaiing door de satan voor jullie, en zijn aansporing van jullie daartoe, en zijn mooi voorstellen daarvan aan jullie; het behoort niet tot de daden waartoe jullie Heer jullie heeft aangespoord, noch tot datgene wat Hem voor jullie behaagt, integendeel, het behoort tot wat Hem aangaande jullie vertoornt — "vermijd dit dan", dat wil zeggen: laat het achterwege, verwerp het en doe het niet — "opdat jullie zullen slagen", dat wil zeggen: opdat jullie zullen welslagen en het heil bij jullie Heer zullen bereiken doordat jullie dat achterwege laten.
* * *
Wij hebben de betekenis van "khamr", "maysir" en "azlām" reeds eerder uiteengezet, en wij vonden het ongewenst dit te herhalen.
* * *
Wat "al-anṣāb" betreft, dat is het meervoud van "nuṣub", en wij hebben de betekenis van "al-nuṣub" met zijn bewijsplaatsen reeds eerder uiteengezet.
* * *
En er is van Ibn ʿAbbās overgeleverd aangaande de betekenis van "al-rijs" op deze plaats, het volgende:
12510 - Al-Muthannā heeft mij dit verteld, hij zei: ʿAbdallāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya ibn Ṣāliḥ heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak: "een gruwel van het werk van de satan", hij zei: het is iets dat verafschuwd wordt (sakhaṭ).
* * *
En Ibn Zayd zei daarover het volgende:
12511 - Yūnus heeft mij dit verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak: "een gruwel van het werk van de satan", hij zei: "al-rijs", dat is het kwaad (al-sharr).