Tabari
Terug naar surah 5, ayah 8

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:8

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُونُوا۟ قَوَّٰمِينَ لِلَّهِ شُهَدَآءَ بِٱلْقِسْطِ ۖ وَلَا يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَـَٔانُ قَوْمٍ عَلَىٰٓ أَلَّا تَعْدِلُوا۟ ۚ ٱعْدِلُوا۟ هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ ۖ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ خَبِيرٌۢ بِمَا تَعْمَلُونَ

O jullie die geloven! Weest standvastig voor Allah als rechtvaardige getuigen. En laat de haat van een volk jullie er niet we brengen niet rechtvaardig te wezen. Weest rechtvaardig, dat is het dichtst bij Taqwa. En vreest Allah. Voorwaar, Allah weet wat jullie doen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, verheven is Zijn gedachtenis: يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُونُوا قَوَّامِينَ لِلَّهِ شُهَدَاءَ بِالْقِسْطِ وَلا يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ عَلَى أَلا تَعْدِلُوا (O jullie die geloven, weest standvastig voor Allah als getuigen in billijkheid, en laat de haat jegens een volk jullie er niet toe brengen onrechtvaardig te zijn).

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, bedoelt daarmee: o jullie die geloven in Allah en in Zijn boodschapper Mohammed — laat het tot jullie karaktereigenschappen en hoedanigheden behoren dat jullie standvastig zijn voor Allah als getuigen met rechtvaardigheid (ʿadl), zowel ten aanzien van jullie bondgenoten als jullie vijanden. En weest niet onrechtvaardig in jullie oordelen en jullie daden, zodat jullie zouden overschrijden wat Ik voor jullie heb vastgesteld met betrekking tot jullie vijanden vanwege hun vijandschap jegens jullie; en schiet evenmin tekort in wat Ik voor jullie heb vastgesteld aan Mijn oordelen en Mijn grenzen (ḥudūd) met betrekking tot jullie bondgenoten vanwege hun bondgenootschap met jullie. Houdt jullie veeleer ten aanzien van hen allen aan Mijn grens, en handelt daarin naar Mijn gebod.

    * * *

    Wat betreft Zijn uitspraak: "en laat de haat jegens een volk jullie er niet toe brengen onrechtvaardig te zijn" — daarmee zegt Hij: laat de vijandschap jegens een volk jullie er niet toe brengen om onrechtvaardig te zijn in jullie oordeel over hen en in jullie omgang met hen, zodat jullie hun onrecht zouden aandoen wegens de vijandschap die er tussen jullie en hen bestaat.

    * * *

    Wij hebben reeds de overlevering van de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) vermeld aangaande de betekenis van Zijn uitspraak: كُونُوا قَوَّامِينَ بِالْقِسْطِ شُهَدَاءَ لِلَّهِ (Weest standvastig in billijkheid als getuigen voor Allah) [Surah An-Nisāʾ: 135], en aangaande Zijn uitspraak: وَلا يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ (En laat de haat jegens een volk jullie er niet toe brengen) [Surah Al-Māʾidah: 2], alsook het meningsverschil van degenen die van mening verschillen over de recitatie daarvan, en welke opvatting en recitatie daarin het meest in overeenstemming is met het juiste — op grond van de bewijzen die de juistheid ervan aantonen — op een wijze die het overbodig maakt dat hier op deze plaats te herhalen.

    * * *

    En er is gezegd: deze ayah is geopenbaard aan de boodschapper van Allah, Allah zegene hem en schenke hem vrede, toen de joden van plan waren hem te doden.

    Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    11556 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van ʿAbdallāh ibn Kathīr: "O jullie die geloven, weest standvastig voor Allah als getuigen in billijkheid, en laat de haat jegens een volk jullie er niet toe brengen onrechtvaardig te zijn; weest rechtvaardig, dat is dichter bij de godvrezendheid" — dit is geopenbaard met betrekking tot de joden van Khaybar, die de Profeet, Allah zegene hem en schenke hem vrede, wilden doden. En Ibn Jurayj zei: ʿAbdallāh ibn Kathīr zei: de boodschapper van Allah, Allah zegene hem en schenke hem vrede, ging naar de joden om hun hulp te vragen bij een bloedgeld (diya), en zij waren van plan hem te doden; dat is dus Zijn uitspraak: "en laat de haat jegens een volk jullie er niet toe brengen onrechtvaardig te zijn"... de ayah.

    * * *

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, verheven is Zijn gedachtenis: اعْدِلُوا هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَى وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ (Weest rechtvaardig, dat is dichter bij de godvrezendheid; en vreest Allah, voorwaar, Allah is welonderricht over wat jullie doen) (8).

    Abū Jaʿfar zei: met Zijn uitspraak, verheven is Zijn lof, "weest rechtvaardig" bedoelt Hij: o gelovigen, jegens ieder mens, of hij nu een bondgenoot van jullie is of een vijand — verplicht hen dan tot datgene waartoe Ik jullie bevolen heb hen te verplichten van Mijn oordelen, en wijk met niemand van hen daarvan af in onrecht.

    * * *

    Wat betreft Zijn uitspraak: "dat is dichter bij de godvrezendheid" — met Zijn uitspraak "dat" bedoelt Hij: de rechtvaardigheid jegens hen is voor jullie, o gelovigen, dichter bij de godvrezendheid (taqwā); dat wil zeggen: dichter bij dat jullie, door haar toe te passen, bij Allah tot de mensen van godvrezendheid behoren — en dat zijn de mensen van vrees en behoedzaamheid jegens Allah, dat zij Hem in iets van Zijn gebod zouden tegenspreken, of iets van de zonden tegen Hem zouden begaan.

    * * *

    Hij, verheven is Zijn lof, heeft "de rechtvaardigheid" slechts gekenmerkt met datgene waarmee Hij haar gekenmerkt heeft — namelijk dat zij "dichter bij de godvrezendheid" is dan het onrecht — omdat wie rechtvaardig is, door zijn rechtvaardigheid gehoorzaam is aan Allah; en wie gehoorzaam is aan Allah, behoort ongetwijfeld tot de mensen van godvrezendheid; en wie onrechtvaardig is, is ongehoorzaam aan Allah; en wie ongehoorzaam is aan Allah, is ver verwijderd van Zijn godvrezendheid.

    * * *

    Met Zijn uitspraak "dat is dichter" verwijst Hij slechts metonymisch naar de handeling. De Arabieren verwijzen metonymisch naar de handelingen, wanneer zij daarnaar verwijzen, met "huwa" (dat/het) en met "dhālika" (dat), zoals Hij, verheven is Zijn lof, zei: فَهُوَ خَيْرٌ لَكُمْ (dan is dat beter voor jullie) [Surah Al-Baqarah: 271] en ذَلِكُمْ أَزْكَى لَكُمْ (dat is reiner voor jullie) [Surah Al-Baqarah: 232]. En als in de uitspraak het woord "huwa" niet aanwezig was geweest, dan zou "aqrab" (dichter) in de accusatief hebben gestaan, en zou er gezegd zijn: "weest rechtvaardig, dichter bij de godvrezendheid", zoals er gezegd is: انْتَهُوا خَيْرًا لَكُمْ (houdt op, dat is beter voor jullie) [Surah An-Nisāʾ: 171].

    * * *

    Wat betreft Zijn uitspraak: "en vreest Allah, voorwaar, Allah is welonderricht over wat jullie doen" — daarmee bedoelt Hij: en weest behoedzaam, o gelovigen, dat jullie onrecht zouden begaan jegens Zijn dienaren, zodat jullie ten aanzien van hen Zijn oordeel en Zijn beschikking, die Hij jullie verduidelijkt heeft, zouden overschrijden, waardoor Zijn bestraffing over jullie zou neerdalen en jullie Zijn pijnlijke afstraffing zouden verdienen. "Voorwaar, Allah is welonderricht over wat jullie doen", dat wil zeggen: voorwaar, Allah bezit kennis en weet van wat jullie doen, o gelovigen, met betrekking tot datgene wat Hij jullie geboden heeft en datgene wat Hij jullie verboden heeft — of men ernaar handelt dan wel het tegenspreekt — en Hij houdt dat alles ten laste van jullie bij, totdat Hij jullie ervoor zal vergelden met jullie vergelding: de weldoener onder jullie voor zijn weldaad, en de kwaaddoener voor zijn kwaad. Weest dus behoedzaam dat jullie kwaad zouden doen.

    -------------------------

    De voetnoten:

    (192) In de gedrukte editie staat: "li-wilāyatihim", waarbij "lakum" is weggelaten; ik heb het overgenomen uit het handschrift.

    (193) Zie de uitleg van "al-qisṭ" (billijkheid) in wat voorafging, 9: 301, voetnoot 5, en de verwijzingen aldaar.

    (194) Zie wat voorafging, 9: 301, het eerste vers = vervolgens het tweede, 9: 483-487.

    (195) Zie de uitleg van "al-ʿadl" (rechtvaardigheid) en "al-taqwā" (godvrezendheid) in de voorafgaande taalkundige indices.

    (196) "Al-fiʿl" (de handeling) betekent hier het verbaal-substantief (maṣdar) van het werkwoord, zoals zojuist voorafging op p. 82, voetnoot 2; zie ook de index van termen.

    (197) In de gedrukte editie stond: "huwa khayrun lakum", en in het handschrift met weglating van "huwa"; wat ik heb overgenomen is de tekst van het vers Al-Baqarah: 271; raadpleeg dat in 5: 582 van wat voorafging. Zie ook Maʿānī al-Qurʾān van al-Farrāʾ, 1: 303.

    (198) In de gedrukte editie en het handschrift staat: "dhālika adhkā"; ik heb de tekst van het vers Al-Baqarah overgenomen. Zie wat voorafging, 5: 29.

    (199) Zie wat voorafging, 9: 413-415.

    (200) Zie de uitleg van "khabīr" (welonderricht) in de voorafgaande taalkundige indices.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله عز ذكره : يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا كُونُوا قَوَّامِينَ لِلَّهِ شُهَدَاءَ بِالْقِسْطِ وَلا يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ عَلَى أَلا تَعْدِلُوا قال أبو جعفر: يعني بذلك جل ثناؤه: يا أيها الذين آمنوا بالله وبرسوله محمد، ليكن من أخلاقكم وصفاتكم القيامُ لله شهداء بالعدل في أوليائكم وأعدائكم، (192) ولا تجوروا في أحكامكم وأفعالكم فتجاوزوا ما حددت لكم في أعدائكم لعدواتهم لكم، ولا تقصِّروا فيما حددت لكم من أحكامي وحدودي في أوليائكم لولايتهم لكم، (193) ولكن انتهوا في جميعهم إلى حدِّي، واعملوا فيه بأمري. * * * وأما قوله: " ولا يجرمنكم شنآن قوم على ألا تعدلوا " فإنه يقول: ولا يحملنكم عداوةُ قوم على ألا تعدلوا في حكمكم فيهم وسيرتكم بينهم، فتجوروا عليهم من أجل ما بينكم وبينهم من العداوة. * * * وقد ذَكرنا الرواية عن أهل التأويل في معنى قوله: كُونُوا قَوَّامِينَ بِالْقِسْطِ شُهَدَاءَ لِلَّهِ [سورة النساء: 135] وفي قوله: وَلا يَجْرِمَنَّكُمْ شَنَآنُ قَوْمٍ [سورة المائدة: 2] واختلاف المختلفين في قراءة ذلك، والذي هو أولى بالصواب من القول فيه والقراءة= بالأدلة الدالة على صحته، بما أغنى عن إعادته في هذا الموضع. (194) * * * وقد قيل: إن هذه الآية نـزلت على رسول الله صلى الله عليه وسلم حين همت اليهود بقتله. ذكر من قال ذلك: 11556 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن عبد الله بن كثير: " يا أيها الذين آمنوا كونوا قوامين لله شهداء بالقسط ولا يجرمنكم شنآن قوم على ألا تعدلوا اعدلوا هو أقرب للتقوى "، نـزلت في يهود خيبر، أرادوا قتل النبيّ صلى الله عليه وسلم= وقال ابن جريج، قال عبد الله بن كثير: ذهب رسول الله صلى الله عليه وسلم إلى يهود يستعينهم في دية، فهمُّوا أن يقتلوه، فذلك قوله: " ولا يجرمنكم شنآن قوم على ألا تعدلوا "... الآية. * * * القول في تأويل قوله عز ذكره : اعْدِلُوا هُوَ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَى وَاتَّقُوا اللَّهَ إِنَّ اللَّهَ خَبِيرٌ بِمَا تَعْمَلُونَ (8) قال أبو جعفر: يعني بقوله جل ثناؤه: " اعدلوا " أيها المؤمنون، على كل أحد من الناس وليًّا لكم كان أو عدوًّا، فاحملوهم على ما أمرتكم أن تحملوهم عليه من أحكامي، ولا تجوروا بأحد منهم عنه. * * * وأما قوله: " هو أقرب للتقوى " فإنه يعني بقوله: " هو " العدلُ عليهم أقرب لكم أيها المؤمنون إلى التقوى، يعني: إلى أن تكونوا عند الله باستعمالكم إياه من أهل التقوى، وهم أهل الخوف والحذر من الله أن يخالفوه في شيء من أمره، أو يأتوا شيئا من معاصيه. (195) * * * وإنما وصف جل ثناؤه " العَدْل " بما وصفه به من أنه " أقرب للتقوى " من الجور، لأن من كان عادلا كان لله بعدله مطيعًا، ومن كان لله مطيعا، كان لا شك من أهل التقوى، ومن كان جائرا كان لله عاصيا، ومن كان لله عاصيا، كان بعيدًا من تقواه. * * * وإنما كنى بقوله: " هو أقرب " عن الفعل (196) والعرب تكني عن الأفعال إذا كَنَتْ عنها بـ " هو " وبـ " ذلك "، كما قال جل ثناؤه: فَهُوَ خَيْرٌ لَكُمْ (197) [سورة البقرة: 271] و ذَلِكُمْ أَزْكَى لَكُمْ [سورة البقرة: 232]. (198) ولو لم يكن في الكلام " هو " لكان " أقرب " نصبا، ولقيل: " اعدلوا أقربَ للتقوى "، كما قيل: انْتَهُوا خَيْرًا لَكُمْ [سورة النساء: 171]. (199) * * * وأما قوله: " واتقوا الله إنّ الله خبير بما تعملون "، فإنه يعني: واحذروا أيها المؤمنون، أن تجوروا في عباده فتجاوزوا فيهم حكمه وقضاءَه الذين بيّن لكم، فيحلّ بكم عقوبته، وتستوجبوا منه أليم نكاله=" إن الله خبير بما تعملون "، يقول: إن الله ذو خبرة وعلم بما تعملون أيها المؤمنون فيما أمركم به وفيما نهاكم عنه، من عمل به أو خلافٍ له، مُحْصٍ ذلكم عليكم كلّه، حتى يجازيكم به جزاءَكم، المحسنَ منكم بإحسانه، والمسيءَ بإساءته، فاتقوا أن تسيئوا. (200) ------------------------- الهوامش : (192) في المطبوعة: "لولايتهم" ، وأسقط"لكم" ، وأثبتها من المخطوطة. (193) انظر تفسير"القسط" فيما سلف 9: 301 ، تعليق: 5 ، والمراجع هناك. (194) انظر ما سلف 9: 301 ، الآية الأولى = ثم الثانية 9: 483- 487. (195) انظر تفسير"العدل" ، و"التقوى" ، فيما سلف من فهارس اللغة. (196) "الفعل" ، يعني مصدر الفعل ، كما سلف قريبا ص: 82 ، تعليق: 2 ، وانظر فهرس المصطلحات. (197) كان في المطبوعة: "هو خير لكم" ، وفي المخطوطة بإسقاط"هو" ، وهذا الذي أثبته هو نص آية البقرة: 271 ، وراجع ذلك في 5: 582 مما سلف. وانظر معاني القرآن للفراء 1: 303. (198) في المطبوعة والمخطوطة: "ذلك أذكى" ، وأثبت نص آية البقرة. وانظر ما سلف 5: 29. (199) انظر ما سلف 9: 413-415. (200) انظر تفسير"خبير" فيما سلف من فهارس اللغة.