Tabari
Terug naar surah 5, ayah 9

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:9

وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ ۙ لَهُم مَّغْفِرَةٌۭ وَأَجْرٌ عَظِيمٌۭ

En Allah beloofde degenen die geloofden en goede werken verrichtten dat er voor hen vergeving en een geweldige beloning is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Uitleg van de uitspraak van Hem, machtig is Zijn vermelding: وَعَدَ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَهُمْ مَغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ عَظِيمٌ (Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten beloofd: voor hen is vergeving en een geweldige beloning) (9).

    Abū Jaʿfar zei: Met Zijn woorden — verheven zij Zijn lof — "Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten beloofd", bedoelt Hij: Allah heeft, o mensen, hun beloofd die Allah en Zijn Boodschapper voor waar hielden, en die erkenden wat tot hen kwam vanwege hun Heer, en die handelden naar datgene waartoe Allah hen verbond, en die de overeenkomsten nakwamen die Hij met hen aanging door hun woorden: "Wij zullen waarlijk luisteren en waarlijk Allah en Zijn Boodschapper gehoorzamen." Zij hoorden dus het gebod van Allah en Zijn verbod en gehoorzaamden Hem, en handelden naar datgene wat Allah hun gebood, en onthielden zich van datgene wat Hij hun verbood. (201)

    En met Zijn woorden "voor hen is vergeving" bedoelt Hij: voor hen die de overeenkomsten en het verbond nakwamen dat hun Heer met hen aanging — "vergeving (maghfira)", en dat is het bedekken van hun voorbije zonden en het toedekken daarvan door Zijn kwijtschelding daarvan aan hen, en het achterwege laten van Zijn bestraffing daarvoor en het te schande maken daarmee. (202) — "en een geweldige beloning". Hij zegt: en voor hen is, naast Zijn kwijtschelding aan hen van hun voorbije zonden, als vergelding voor de werken die zij verricht hebben en hun nakomen van de overeenkomsten die zij met hun Heer aangingen — "een geweldige beloning". En het "geweldige" van Zijn goedheid is onbegrensd in zijn omvang, en niemand kent zijn eindpunt behalve Hij — verheven zij Zijn vermelding. (203)

    * * *

    Indien iemand zou zeggen: Allah — verheven zij Zijn lof — heeft in dit vers bericht dat Hij hun die geloven en goede werken verrichten iets beloofd heeft, maar Hij heeft niet bericht wat Hij hun beloofde; waar is dan het bericht over het beloofde?

    Dan wordt gezegd: Jawel (balā) (204), Hij heeft wel degelijk over het beloofde bericht, en het beloofde is Zijn uitspraak: "voor hen is vergeving en een geweldige beloning".

    Indien hij zegt: Maar Zijn uitspraak "voor hen is vergeving en een geweldige beloning" is een nieuwe, op zichzelf staande mededeling; ware het het beloofde, dan zou gezegd zijn: "Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten vergeving en een geweldige beloning beloofd", en dan zou daarin niet "voor hen" zijn opgenomen. En in het opnemen daarvan ligt een aanwijzing dat de zin opnieuw begint en dat het bericht over de belofte is afgesloten!

    Dan wordt gezegd: Ofschoon de uiterlijke vorm daarvan inderdaad is wat jij vermeldde, behoort dit toch tot datgene waarbij men volstaat met de aanwijzing van wat in de bewoording zichtbaar is omtrent de verborgen betekenis ervan — namelijk de vermelding van een gedeelte waarvan de uitdrukkelijke vermelding achterwege is gelaten. Want de betekenis van de uitspraak is: Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten beloofd dat Hij hun zal vergeven en hun een geweldige beloning zal geven. Dit omdat het de gewoonte van de Arabieren is om bij "de belofte" het partikel "an" (dat) te voegen en het daarin werkzaam te laten zijn; doch "an" werd weggelaten omdat "de belofte" een vorm van zeggen (qawl) is. En het is eigen aan "het zeggen" dat datgene wat erna komt aan mededeelzinnen als een nieuw aanvangspunt geldt, en dat de volledige mededeling erna wordt vermeld, waarbij men volstaat met de aanwijzing van de uiterlijke bewoording omtrent haar betekenis, en de "belofte" — die in betekenis met "het zeggen" overeenstemt, ook al verschilt zij ervan in bewoording — naar haar betekenis wordt teruggevoerd. (205) Het is dus alsof gezegd is: "Allah heeft gezegd: voor hen die geloven en goede werken verrichten is vergeving en een geweldige beloning."

    * * *

    En sommige grammatici van Basra zeiden dat enkel gezegd is: "Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten beloofd: voor hen is vergeving en een geweldige beloning", met betrekking tot de belofte die hun gedaan werd. (206) Het is dus alsof de betekenis van de uitspraak, volgens de interpretatie van wie deze uitspraak doet, luidt: Allah heeft hun die geloven en goede werken verrichten beloofd; voor hen is vergeving en een geweldige beloning [in datgene wat Hij hun beloofd heeft]. (207)

    * * *

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله عز ذكره : وَعَدَ اللَّهُ الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ لَهُمْ مَغْفِرَةٌ وَأَجْرٌ عَظِيمٌ (9) قال أبو جعفر: يعني جل ثناؤه بقوله: " وعد الله الذين آمنوا وعملوا الصالحات "، وعد الله أيها الناس الذين صدّقوا الله ورسوله، وأقرُّوا بما جاءهم به من عند ربهم، وعملوا بما واثقهم الله به، وأوفوا بالعقود التي عاقدَهم عليها بقولهم: " لنسمعن ولنطيعنَّ الله ورسوله " فسمعوا أمر الله ونهيه وأطاعوه، فعملوا بما أمرهم الله به، وانتهوا عما نهاهم عنه. (201) ويعني بقوله: " لهم مغفرة " لهؤلاء الذين وفوا بالعقود والميثاق الذي واثقهم به ربهم=" مغفرة " وهي ستر ذنوبهم السالفة منهم عليهم وتغطيتها بعفوه لهم عنها، وتركه عقوبتهم عليها وفضيحتهم بها (202) =" وأجر عظيم " يقول: ولهم مع عفوه لهم عن ذنوبهم السالفة منهم، جزاءً على أعمالهم التي عملوها ووفائهم بالعقود التي عاقدوا ربهم عليها=" أجر عظيم "، و " العظيم " من خيره غير محدود مبلغه، ولا يعرف منتهاه غيره تعالى ذكره. (203) * * * فإن قال قائل: إن الله جل ثناؤه أخبر في هذه الآية أنه وعد الذين آمنوا وعملوا الصالحات، ولم يخبر بما وعدهم، فأين الخبر عن الموعود؟ قيل: بلى (204) إنه قد أخبَر عن الموعود، والموعود هو قوله: " لهم مغفرة وأجر عظيم ". فإن قال: فإن قوله: " لهم مغفرة وأجر عظيم " خبرٌ مبتدأ، ولو كان هو الموعود لقيل: " وعد الله الذين آمنوا وعملوا الصالحات مغفرة وأجرًا عظيمًا "، ولم يدخل في ذلك " لهم "، وفي دخول ذلك فيه، دلالة على ابتداء الكلام، وانقضاء الخبر عن الوعد! قيل: إن ذلك وإن كان ظاهره ما ذكرتَ، فإنه مما اكتُفي بدلالة ما ظهر من الكلام على ما بطن من معناه= من ذكر بعضٍ قد ترك ذكره فيه، وذلك أن معنى الكلام: وعد الله الذين آمنوا وعملوا الصالحات أن يغفر لهم ويأجرهم أجرًا عظيما= لأن من شأن العرب أن يُصْحِبوا " الوعد "" أن " ويعملوه فيها، فتركت " أن " إذ كان " الوعد " قولا. ومن شأن " القول " أن يكون ما بعده من جمل الأخبار مبتدأ، وذكر بعده جملة الخبر اجتزاءً بدلالة ظاهر الكلام على معناه، وصرفا للوعد= الموافق للقول في معناه وإن كان للفظه مخالفا= إلى معناه، (205) فكأنه قيل: " قال الله: للذين آمنوا وعملوا الصالحات مغفرة وأجر عظيم ". * * * وكان بعض نحويي البصرة يقول، إنما قيل: " وعد الله الذين آمنوا وعملوا الصالحات لهم مغفرة وأجر عظيم "، في الوعد الذي وُعِدوا (206) =فكأن معنى الكلام على تأويل قائل هذا القول: وعد الله الذي آمنوا وعملوا الصالحات، لهم مغفرة وأجر عظيم، [فيما وعدهم به]. (207) * * * --------------- الهوامش: (201) انظر تفسير"الصالحات" فيما سلف من فهارس اللغة. (202) انظر تفسير"المغفرة" فيما سلف من فهارس اللغة. (203) انظر تفسير"الأجر" و"عظيم" فيما سلف من فهارس اللغة. (204) "بلى" تكون جوابا للكلام الذي فيه الجحد كقوله: "ألست بربكم قالوا بلى". هكذا قالوا ، وقال ابن هشام في المغنى في باب"بلى": "ولكن وقع في كتب الحديث أنها يجاب بها الاستفهام المجرد ، ففي صحيح البخاري في كتاب الإيمان: أنه عليه الصلاة والسلام قال لأصحابه: أترضون أن تكونوا ربع أهل الجنة؟ قالوا: بلى = وفي صحيح مسلم في كتاب الهبة: أيسرك أن يكونوا لك في البر سواء؟ قال ، بلى! قال ، فلا إذن = وفيه أيضا أنه قال ، أنت الذي لقيتني بمكة؟ فقال له: بلى". فمن أجل ذلك استعمله الطبري في جواب الاستفهام الذي لا جحد فيه ، فكأنه عد سؤال السائل جحدا لذكره في الآية ، فقال في جوابه"بلى" ، بمعنى: ليس ذلك كما تزعم ، وانظر ما سلف 2: 280 ، 510 ، وما سيأتي في الأثر رقم: 11818. (205) السياق: "وصرفا للوعد.. إلى معناه" ، أي: إلى معنى القول. (206) في المطبوعة: "الوعد الذي وعدوا" بإسقاط"في" ، وهي في المخطوطة مكتوبة بسن القلم بين"عظيم" و"الوعد". (207) اقتصر في هذا الموضع في المطبوعة والمخطوطة على نص الآية ، واستظهرت تمام الكلام من تفسير القرطبي 6: 110 ، وقد عقب عليه بقوله: "وهذا المعنى عن الحسن" ، فلا أدري أأصبت في ذلك ، أم أخطأني التوفيق!