Tabari
Terug naar surah 5, ayah 84

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:84

وَمَا لَنَا لَا نُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَمَا جَآءَنَا مِنَ ٱلْحَقِّ وَنَطْمَعُ أَن يُدْخِلَنَا رَبُّنَا مَعَ ٱلْقَوْمِ ٱلصَّٰلِحِينَ

En waarom zouden wij niet geloven in Allah en in wat tot ons is geckomen van de Waarheid en wij verlangen zeer hevig naar dat onze Heer ons met het oprechte volk (het Paradijs) binnenleidt."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: En waarom zouden wij niet in Allah geloven en in wat ons van de waarheid is toegekomen, terwijl wij ernaar verlangen dat onze Heer ons binnenleidt met het rechtschapen volk? (5:84). (En waarom zouden wij niet in Allah geloven en in wat ons van de waarheid is toegekomen, terwijl wij verlangen dat onze Heer ons binnenleidt met het rechtschapen volk?)

    Abū Jaʿfar zei: Dit is een bericht van Allah, de Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, over dit volk waarvan Hij de hoedanigheid in deze verzen heeft beschreven, namelijk dat zij, wanneer zij horen wat is neergezonden aan Zijn boodschapper Mohammed, de Profeet ﷺ, van Zijn Boek, daarin geloofden en het Boek van Allah voor waar hielden, en zeiden: "Waarom zouden wij niet in Allah geloven", dat wil zeggen: waarom zouden wij de eenheid van Allah niet erkennen, "en in wat ons van de waarheid is toegekomen", dat wil zeggen: en in wat ons van bij Allah is toegekomen aan Zijn Boek en de tekenen van Zijn openbaring, terwijl wij door ons geloof daarin ernaar verlangen dat onze Heer ons binnenleidt met het rechtschapen volk.

    Met "het rechtschapen volk" bedoelt Hij: de gelovigen in Allah, de aan Hem gehoorzamen, die door hun gehoorzaamheid aan Hem het paradijs (janna) van Allah hebben verdiend.

    De betekenis daarvan is slechts: en wij verlangen ernaar dat onze Heer ons binnenleidt met de mensen van Zijn gehoorzaamheid, op hun plaatsen van binnentreden in Zijn paradijs op de Dag der Opstanding, en dat Hij onze verblijven verbindt aan hun verblijven en onze rangen aan hun rangen in Zijn tuinen.

    En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (taʾwīl) gesproken.

    Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    12335 - Yūnus ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak: "En waarom zouden wij niet in Allah geloven en in wat ons van de waarheid is toegekomen, terwijl wij verlangen dat onze Heer ons binnenleidt met het rechtschapen volk", hij zei: "Het rechtschapen volk" is de boodschapper van Allah ﷺ en zijn metgezellen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَمَا لَنَا لا نُؤْمِنُ بِاللَّهِ وَمَا جَاءَنَا مِنَ الْحَقِّ وَنَطْمَعُ أَنْ يُدْخِلَنَا رَبُّنَا مَعَ الْقَوْمِ الصَّالِحِينَ (84) قال أبو جعفر: وهذا خبرٌ من الله تعالى ذكره عن هؤلاء القوم الذين وصَف صفتهم في هذه الآيات، أنهم إذا سمعوا ما أنـزل إلى رسوله محمد صلى الله عليه وسلم من كتابه، آمنوا به وصدّقوا كتاب الله، وقالوا: " ما لنا لا نؤمن بالله "، يقول: لا نقرّ بوحدانية الله=" وما جاءَنا من الحق "، يقول: وما جاءنا من عند الله من كتابه وآي تنـزيله، ونحن نطمَعُ بإيماننا بذلك أن يدخلنا ربُّنا مع القوم الصالحين. * * * يعني بـ" القوم الصالحين "، المؤمنين بالله، المطيعين له، الذين استحقُّوا من الله الجنة بطاعتهم إياه. (10) وإنما معنى ذلك: ونحن نطمعُ أن يدخلَنا ربُّنا مع أهل طاعته مداخلَهم من جنته يوم القيامة، ويلحق منازلَنا بمنازلهم، ودرجاتنا بدرجاتهم في جنَّاته. * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. ذكر من قال ذلك: 12335 - حدثني يونس بن عبد الأعلى قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد في قوله: " وما لنا لا نؤمن بالله وما جاءنا من الحق ونطمع أن يدخلنا ربنا مع القوم الصالحين "، قال: " القومُ الصالحون "، رسولُ الله صلى الله عليه وسلم وأصحابُه. ------------------- االهوامش : (10) انظر تفسير"الصالح" فيما سلف 8: 532 ، تعليق: 2 ، والمراجع هناك.