Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:81
Indien zij maar in Allah geloofd hadden en in de Profeet en in wat aan hem neergezonden was, dan hadden zij hen niet tot beschermers genomen, maar velen van hen zijn zware zondaren.
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: وَلَوْ كَانُوا يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالنَّبِيِّ وَمَا أُنْزِلَ إِلَيْهِ مَا اتَّخَذُوهُمْ أَوْلِيَاءَ وَلَكِنَّ كَثِيرًا مِنْهُمْ فَاسِقُونَ (5:81) (En als zij maar in Allah en de Profeet en in wat tot hem is neergezonden geloofden, zouden zij hen niet als beschermheren hebben genomen; maar velen van hen zijn verdorvenen (fāsiqūn). (81))
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En als dezen die de ongelovigen uit de Kinderen Israëls tot beschermheren namen, maar "in Allah en de Profeet geloofden" — Hij zegt: Allah voor waar zouden houden, Hem zouden erkennen en Hem als Eén zouden belijden, en Zijn profeet Muhammad ﷺ voor waarachtig zouden houden in het feit dat hij voor Allah een uitgezonden profeet en een gezonden gezant is — "en in wat tot hem is neergezonden", Hij zegt: en in wat tot Muhammad ﷺ van bij Allah is neergezonden aan de tekenen van het Onderscheidingsboek (al-furqān) zouden erkennen —
"zouden zij hen niet als beschermheren hebben genomen", Hij zegt: zouden zij hen niet als metgezellen en helpers in plaats van de gelovigen hebben genomen — "maar velen van hen zijn verdorvenen (fāsiqūn)", Hij zegt: maar velen van hen zijn lieden die uittreden uit de gehoorzaamheid aan Allah naar de ongehoorzaamheid aan Hem, en lieden die toelaatbaar achten wat Allah hun aan woord en daad verboden heeft.
* * *
Mujāhid placht hierover te zeggen wat volgt:
12314 - Muhammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, betreffende Zijn uitspraak: "En als zij maar in Allah en de Profeet en in wat tot hem is neergezonden geloofden, zouden zij hen niet als beschermheren hebben genomen", hij zei: De hypocrieten (al-munāfiqūn).