Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:80
Jij ziet velen ven hen degenen die ongelovig zijn als beschermers nemen. Slecht is het wat zij voor zichzelf gedaan hebben en Allah is vertoornd op hen. En zij zullen eeuwig levenden zijn in de bestraffing.
De uitleg van de uitspraak: تَرَى كَثِيرًا مِنْهُمْ يَتَوَلَّوْنَ الَّذِينَ كَفَرُوا لَبِئْسَ مَا قَدَّمَتْ لَهُمْ أَنْفُسُهُمْ أَنْ سَخِطَ اللَّهُ عَلَيْهِمْ وَفِي الْعَذَابِ هُمْ خَالِدُونَ (80) (Gij ziet velen van hen de ongelovigen tot bondgenoten nemen. Waarlijk slecht is wat hun zielen voor hen vooruit hebben gezonden, dat Allah op hen vertoornd is, en in de bestraffing zullen zij eeuwig verblijven. (5:80))
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: "Gij ziet", o Muḥammad ﷺ, velen van de kinderen van Israël "de ongelovigen tot bondgenoten nemen", dat wil zeggen: zij nemen de polytheïsten (mushrikīn) onder de afgodenaanbidders tot bondgenoten, en zij koesteren vijandschap jegens de beschermelingen van Allah en zijn boodschappers. "Waarlijk slecht is wat hun zielen voor hen vooruit hebben gezonden", de Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: Ik zweer: waarlijk slecht is hetgeen hun zielen voor hen vooruit hebben gezonden, vóór zich uit naar hun terugkeeroord in het hiernamaals, "dat Allah op hen vertoornd is", dat wil zeggen: hun zielen hebben voor hen de toorn van Allah op hen vooruit gezonden, vanwege wat zij deden.
* * *
En "an" in zijn uitspraak "dat Allah op hen vertoornd is" staat in de positie van rafʿ (nominatief), als nadere aanduiding (tarjama) van "mā", dat in zijn uitspraak "waarlijk slecht is wat" staat.
* * *
"En in de bestraffing zullen zij eeuwig verblijven", dat wil zeggen: en in de bestraffing van Allah op de Dag der Opstanding "zullen zij eeuwig verblijven", waarbij hun verblijf en hun verpozen daarin voortdurend zijn.