Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:77
Zeg: "O Lieden van de Schrift! Overdrijft niet zonder recht in jullie godsdienst en volgt niet de begeerten van een volk dat vroeger waarlijk dwaalde en velen deed dwalen. En zij dwaalden van het rechte Pad."
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: Zeg: O Mensen van het Boek, overdrijft niet in jullie godsdienst tegen de waarheid in, en volgt niet de begeerten van een volk dat vroeger reeds is afgedwaald en velen heeft doen afdwalen en is afgedwaald van het rechte pad (5:77).
Abū Jaʿfar zei: Dit is een aanspraak van Allah, de Verhevene wiens gedachtenis verheven is, tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ. De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: "Zeg", o Muḥammad, tot deze overdrijvers onder de christenen aangaande de Masīḥ (Messias) — "O Mensen van het Boek", waarmee Hij met "het Boek" de Injīl bedoelt — "overdrijft niet in jullie godsdienst", dat wil zeggen: gaat niet te buiten in jullie uitspraak over datgene waaraan jullie je verbinden inzake de zaak van de Masīḥ, zodat jullie daarin de waarheid overschrijden naar het valse, en over hem zeggen: "hij is Allah", of: "hij is Zijn zoon", maar zegt: "hij is de dienaar van Allah en Zijn woord dat Hij tot Maryam wierp en een geest van Hem" — "en volgt niet de begeerten van een volk dat vroeger reeds is afgedwaald en velen heeft doen afdwalen", dat wil zeggen: en volgt ook niet, aangaande de Masīḥ, de begeerten van de joden die vóór jullie zijn afgedwaald van het pad der leiding in hun uitspraak over hem, zodat jullie over hem zeggen zoals zij zeiden: "hij is uit ongeoorloofde verwekking", en zijn moeder belasteren zoals zij haar belasterd hebben met de leugen, terwijl zij een waarheidsgetrouwe is (ṣiddīqa) — "en velen heeft doen afdwalen", dat wil zeggen, de Verhevene wiens gedachtenis verheven is: en deze joden hebben velen van de mensen doen afdwalen, en hen weggevoerd van het pad der waarheid, en hen aangezet tot ongeloof in Allah en het loochenen van de Masīḥ —
"en is afgedwaald van het rechte pad", dat wil zeggen: en deze joden zijn afgedwaald van de juiste richting van het pad, en hebben een andere weg bewandeld dan de heirbaan van de waarheid.
En de Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, bedoelt daarmee enkel hun ongeloof in Allah, en hun loochenen van Zijn boodschappers: ʿĪsā en Muḥammad ﷺ, en hun afkering van het geloof en hun verwijdering daarvan. En dat was hun dwaling waarmee Allah hen heeft beschreven.
* * *
En in overeenstemming met wat wij daarover gezegd hebben, hebben de mensen van de uitleg gesproken.
Vermelding van wie dat zei:
12296 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, aangaande de uitspraak van Allah: "en is afgedwaald van het rechte pad", hij zei: de joden.
12297 - Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "volgt niet de begeerten van een volk dat vroeger reeds is afgedwaald en velen heeft doen afdwalen" — dat zijn degenen die afdwaalden en hun volgelingen deden afdwalen — "en is afgedwaald van het rechte pad", weg van de rechte koers van het pad.