Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:76
Zeg (O Moehammad): "Aanbidden jullie naast Allah wat geen schade voor jullie kan voorkomen en jullie geen voordeel ken brengen?" En Allah, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
De uitleg van Zijn woord: "Zeg: Aanbidden jullie naast Allah wat jullie geen schade en geen baat kan berokkenen? En Allah is de Alhorende, de Alwetende." (5:76)
Abū Jaʿfar zei: Ook dit is een bewijsvoering van de Verhevene, wiens lof vermeld zij, ten gunste van Zijn profeet ﷺ tegen de christenen die over de Messias zeiden wat eerder over hun uitspraak beschreven is.
De Verhevene, wiens lof vermeld zij, zegt tot Mohammed ﷺ: "Zeg," o Mohammed, tot deze ongelovigen onder de christenen, die beweren dat de Messias hun heer is en die zeggen dat Allah de derde van drie is: Aanbidden jullie buiten Allah — die jullie schade en jullie baat in Zijn macht heeft, en die jullie geschapen heeft en jullie voorzien heeft, en die jullie leven schenkt en doet sterven — iets dat jullie geen schade en geen baat kan berokkenen? De Verhevene, wiens lof vermeld zij, bericht hun dat de Messias, van wie wie van de christenen het beweerde beweerde dat hij een god is, en van wie wie van hen het beweerde beweerde dat hij een zoon voor Allah is, voor hen geen schade kan afweren die Hij over hen zou doen neerkomen indien Allah die over hen zou beschikken, en geen baat naar hen kan toebrengen indien Allah die niet voor hen heeft bepaald. De Verhevene, wiens lof vermeld zij, zegt: Hoe kan dan een heer en een god zijn degene die deze eigenschap heeft? Veeleer is de Heer die aanbeden wordt: Degene in wiens hand alle dingen liggen, en die tot alle dingen in staat is. Hem dan dienen jullie te aanbidden, en aan Hem dienen jullie de aanbidding zuiver te wijden, en niet aan een ander dan Hij van de machtelozen die jullie noch baten noch schaden.
Wat betreft Zijn woord: "En Allah is de Alhorende, de Alwetende," daarmee bedoelt de Verhevene, wiens lof vermeld zij: "En Allah is de Alhorende," van hun vergiffenisvraag, indien zij Hem om vergeving zouden vragen voor hun uitspraak waarvan Hij over hen berichtte dat zij die over de Messias uitspreken, en van het overige van hun spreken en het spreken van Zijn schepselen; "de Alwetende," van hun berouw indien zij daarvan berouw zouden tonen, en van het overige van hun zaken.