Tabari
Terug naar surah 5, ayah 61

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:61

وَإِذَا جَآءُوكُمْ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَقَد دَّخَلُوا۟ بِٱلْكُفْرِ وَهُمْ قَدْ خَرَجُوا۟ بِهِۦ ۚ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا كَانُوا۟ يَكْتُمُونَ

En wanneer zij tot jullie kwamen, zeiden zij: "Wij geloven." Terwijl zij waarlijk (de Islam) als ongelovigen binnen gingen en zij gingen er waarlik (als ongelovigen) uit. En Allah weet beter wat zij plachten te verbergen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Bespreking van de uitleg van Zijn woord: وَإِذَا جَاءُوكُمْ قَالُوا آمَنَّا وَقَدْ دَخَلُوا بِالْكُفْرِ وَهُمْ قَدْ خَرَجُوا بِهِ وَاللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا كَانُوا يَكْتُمُونَ (61) (En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: "Wij geloven", terwijl zij met het ongeloof zijn binnengekomen en daarmee ook weer zijn vertrokken. En Allah weet het best wat zij verborgen hielden. (61))

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En wanneer deze hypocrieten (munāfiqūn) van onder de joden tot jullie komen, o gelovigen, zeggen zij tegen jullie: "Wij geloven", dat wil zeggen: wij hebben datgene waarmee jullie profeet Mohammed — vrede en zegeningen zij met hem — gekomen is voor waar aangenomen en wij zijn hem gevolgd in zijn religie. En dat terwijl zij volharden in hun ongeloof (kufr) en hun dwaling. Zij zijn bij jullie binnengekomen met hun ongeloof, dat zij in hun harten als overtuiging koesteren en in hun borst verborgen houden, terwijl zij uiterlijk leugenachtig met hun tongen tegenover jullie blijk geven van geloof. "En daarmee zijn zij ook weer vertrokken", zegt Hij: zij zijn met het ongeloof bij jullie weer weggegaan, net zoals zij ermee bij jullie zijn binnengekomen; door hun komst naar jullie zijn zij niet teruggekeerd van hun ongeloof en hun dwaling. Zij menen dat datgene wat zij doen voor Allah verborgen blijft, uit onwetendheid van hen omtrent Allah. "En Allah weet het best wat zij verborgen hielden", zegt Hij: en Allah weet het best wat zij — wanneer zij met hun tongen tegen jullie zeggen: "Wij geloven in Allah en in Mohammed, en wij hebben datgene waarmee hij gekomen is voor waar aangenomen" — voor hen verborgen hielden, namelijk het ongeloof dat zij bij zichzelf koesteren. En Allah is beter op de hoogte van henzelf dan zijzelf.

    * * *

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) zich uitgesproken.

    Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    12230 - Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, omtrent Zijn woord: "En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: Wij geloven" — de gehele verzen — : het waren mensen van onder de joden die bij de Profeet — vrede en zegeningen zij met hem — binnenkwamen en hem meedeelden dat zij gelovig waren en tevreden met datgene waarmee hij gekomen was, terwijl zij vasthielden aan hun dwaling en hun ongeloof. En zij kwamen daarmee binnen en vertrokken daarmee weer van bij de profeet van Allah — vrede en zegeningen zij met hem.

    12231 - Mohammed ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: Wij geloven, terwijl zij met het ongeloof zijn binnengekomen en daarmee zijn vertrokken", hij zei: Dit waren mensen van onder de hypocrieten die joden waren. Hij zegt: zij kwamen binnen als ongelovigen en vertrokken als ongelovigen.

    12232 - Mohammed ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, omtrent Zijn woord: "En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: Wij geloven, terwijl zij met het ongeloof zijn binnengekomen en daarmee zijn vertrokken" — voorwaar, zij kwamen binnen terwijl zij de waarheid spraken, maar hun harten hielden het ongeloof verborgen; en daarom zei Hij: "Zij zijn met het ongeloof binnengekomen en daarmee weer vertrokken."

    12233 - Yūnus ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei omtrent Zijn woord: "En wanneer zij tot jullie komen, zeggen zij: Wij geloven, terwijl zij met het ongeloof zijn binnengekomen en daarmee zijn vertrokken" — en وَقَالَتْ طَائِفَةٌ مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ آمِنُوا بِالَّذِي أُنْزِلَ عَلَى الَّذِينَ آمَنُوا وَجْهَ النَّهَارِ وَاكْفُرُوا آخِرَهُ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ [Surah Āl ʿImrān: 72] (En een groep van de Mensen van het Boek zei: "Gelooft in wat is neergezonden aan hen die geloven aan het begin van de dag, en verwerpt het aan het einde ervan, opdat zij wellicht zullen terugkeren.") — dus wanneer zij terugkeerden naar hun ongelovigen van onder de Mensen van het Boek en hun duivels, keerden zij terug met hun ongeloof. En dezen zijn de Mensen van het Boek van onder de joden.

    12234 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van ʿAbd Allāh ibn Kathīr: "Terwijl zij met het ongeloof zijn binnengekomen en daarmee zijn vertrokken", dat wil zeggen: het komt van henzelf.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَإِذَا جَاءُوكُمْ قَالُوا آمَنَّا وَقَدْ دَخَلُوا بِالْكُفْرِ وَهُمْ قَدْ خَرَجُوا بِهِ وَاللَّهُ أَعْلَمُ بِمَا كَانُوا يَكْتُمُونَ (61) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: وإذا جاءكم، أيها المؤمنون، هؤلاء المنافقون من اليهود قالوا لكم: "آمنا ": أي صدّقنا بما جاء به نبيكم محمد صلى الله عليه وسلم واتبعناه على دينه، وهم مقيمون على كفرهم وضلالتهم، قد دخلوا عليكم بكفرهم الذي يعتقدونه بقلوبهم ويُضمرونه في صدورهم، وهم يبدون كذبًا التصديق لكم بألسنتهم=" وقد خرجوا به "، يقول: وقد خرجوا بالكفر من عندكم كما دخلوا به عليكم، لم يرجعوا بمجيئهم إليكم عن كفرهم وضلالتهم، يظنون أن ذلك من فعلهم يخفى على الله، جهلا منهم بالله=" والله أعلم بما كانوا يكتمون "، يقول: والله أعلم بما كانوا- عند قولهم لكم بألسنتهم: "آمنا بالله وبمحمد وصدّقنا بما جاء به "- يكتمون منهم، بما يضمرونه من الكفر، بأنفسهم. (42) * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. ذكر من قال ذلك: 12230 - حدثنا بشر بن معاذ قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة قوله: " وإذا جاءوكم قالوا آمنا " الآية، أناسٌ من اليهود، كانوا يدخلون على النبيّ صلى الله عليه وسلم فيخبرونه أنهم مؤمنون راضون بالذي جاء به، وهم متمسكون بضلالتهم والكفر. وكانوا يدخلون بذلك ويخرجون به من عند نبي الله صلى الله عليه وسلم. 12231 - حدثني محمد بن الحسين قال، حدثنا أحمد بن مفضل قال، حدثنا أسباط، عن السدي: " وإذا جاءوكم قالوا آمنا وقد دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به "، قال: هؤلاء ناس من المنافقين كانوا يهود. يقول: دخلوا كفارًا، وخرجوا كفارًا. 12232 - حدثني محمد بن سعد قال، حدثني أبي قال، حدثني عمي قال، حدثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس قوله: " وإذا جاءوكم قالوا آمنا وقد دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به "، وإنهم دخلوا وهم يتكلمون بالحق، وتُسرُّ قلوبهم الكفر، فقال: " دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به ". 12233 - حدثني يونس بن عبد الأعلى قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد في قوله: " وإذا جاءوكم قالوا آمنا وقد دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به "= وَقَالَتْ طَائِفَةٌ مِنْ أَهْلِ الْكِتَابِ آمِنُوا بِالَّذِي أُنْـزِلَ عَلَى الَّذِينَ آمَنُوا وَجْهَ النَّهَارِ وَاكْفُرُوا آخِرَهُ لَعَلَّهُمْ يَرْجِعُونَ ، [سورة آل عمران: 72]. فإذا رجعوا إلى كفارهم من أهل الكتاب وشياطينهم، رجعوا بكفرهم. وهؤلاء أهل الكتاب من يهود. 12234 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن عبد الله بن كثير: " وقد دخلوا بالكفر وهم قد خرجوا به "، أي: إنه من عندهم. ---------------------- الهوامش : (42) في المطبوعة: "مما يضمرونه" ، والصواب من المخطوطة"بما". وسياق هذه الجملة بعد إسقاط الجمل المعترضة المفسرة: والله أعلم بما كانوا... يكتمون منهم... بأنفسهم" أي: أعلم منهم بأنفسهم. وقوله: "بما يضمرون من الكفر" ، متعلق بقوله: "والله أعلم بما كانوا يكتمون" تفسيرًا لقوله: "بما كانوا يكتمون". وانظر تفسير"الكتمان" فيما سلف 2: 228 ، 229.