Tabari
Terug naar surah 5, ayah 38

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:38

وَٱلسَّارِقُ وَٱلسَّارِقَةُ فَٱقْطَعُوٓا۟ أَيْدِيَهُمَا جَزَآءًۢ بِمَا كَسَبَا نَكَٰلًۭا مِّنَ ٱللَّهِ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌۭ

En de dief en de dievegge: houwt hun handen af als een vergelding vanwege (de misdaad) die zij begingen, als een bestraffing van Allah. En Allah is Almachtig, Alwijs.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van Hem, machtig is Zijn vermelding: وَالسَّارِقُ وَالسَّارِقَةُ فَاقْطَعُوا أَيْدِيَهُمَا جَزَاءً بِمَا كَسَبَا نَكَالا مِنَ اللَّهِ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ (38) (En de dief en de dievegge: hakt hun handen af als vergelding voor wat zij hebben begaan, als een afschrikwekkende bestraffing van Allah. En Allah is almachtig, alwijs. (5:38))

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, zegt: en wie van een man of een vrouw steelt, hakt dan, o mensen, zijn hand af. Daarom is "de dief en de dievegge" (al-sāriq wa-l-sāriqa) in de nominatief geplaatst, omdat zij niet specifiek aangeduid zijn. Als hiermee een bepaalde dief en een bepaalde dievegge waren bedoeld, dan zou de juiste wijze van zeggen de accusatief zijn geweest.

    * * *

    Er is van ʿAbd Allāh ibn Masʿūd overgeleverd dat hij dit placht te lezen als: (wa-l-sāriqūna wa-l-sāriqātu — de dieven en de dievegges).

    11907 - Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: Yazīd ibn Hārūn heeft ons verteld, op gezag van Ibn ʿAwn, op gezag van Ibrāhīm, die zei: in onze lezing — hij zei: en soms zei hij: in de lezing van ʿAbd Allāh — (wa-l-sāriqūna wa-l-sāriqātu fa-qṭaʿū aymāna-humā — de dieven en de dievegges, hakt hun rechterhanden af).

    11908 - Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Ibn ʿAwn, op gezag van Ibrāhīm: in onze lezing: (wa-l-sāriqūna wa-l-sāriqātu fa-qṭaʿū aymāna-humā — de dieven en de dievegges, hakt hun rechterhanden af).

    * * *

    En daarin ligt een bewijs voor de juistheid van wat wij over de betekenis ervan hebben gezegd, en voor de juistheid van de nominatief erin, en dat "de dief en de dievegge" in de nominatief staan door hun eigen handeling, op de wijze die ik heb beschreven, om de redenen die ik heb beschreven.

    * * *

    En Hij, verheven is Zijn vermelding, zei: "hakt hun handen af", en de betekenis is: hun rechterhanden, zoals:-

    11909 - Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "hakt hun handen af" — de rechter.

    11910 - Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: mijn vader heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Jābir, op gezag van ʿĀmir, die zei: in de lezing van ʿAbd Allāh: (wa-l-sāriq wa-l-sāriqa fa-qṭaʿū aymāna-humā — de dief en de dievegge, hakt hun rechterhanden af).

    * * *

    Vervolgens verschilden zij van mening over "de dief" die Allah, machtig is Zijn vermelding, bedoelde.

    Sommigen van hen zeiden: hiermee werd bedoeld de dief van drie dirham of meer. Dat is de uitspraak van een groep van de mensen van Medina, onder wie Mālik ibn Anas en wie zijn uitspraak aanhing. Zij voerden voor die uitspraak als argument aan dat:-

    11911 - de Boodschapper van Allah ﷺ (de hand) afhakte bij een schild (mijann) waarvan de waarde drie dirham was.

    * * *

    En anderen zeiden: nee, hiermee werd bedoeld de dief van een kwart dīnār of de waarde daarvan. Tot degenen die dat zeiden behoren al-Awzāʿī en wie zijn uitspraak aanhing. Zij voerden voor die uitspraak als argument de overlevering aan die van ʿĀʾisha is overgeleverd, dat zij zei:

    11912 - De Boodschapper van Allah ﷺ zei: de afhakking (vindt plaats) bij een kwart dīnār of meer.

    * * *

    En anderen zeiden: nee, hiermee werd bedoeld de dief van tien dirham of meer. Tot degenen die dat zeiden behoren Abū Ḥanīfa en zijn metgezellen. Zij voerden daarvoor als argument de overlevering aan die van ʿAbd Allāh ibn ʿAmr en Ibn ʿAbbās is overgeleverd:

    11913 - dat de Profeet ﷺ (de hand) afhakte bij een schild waarvan de waarde tien dirham was.

    * * *

    En anderen zeiden: nee, hiermee werd bedoeld de dief van weinig en van veel. Zij voerden daarvoor als argument aan dat het vers volgens zijn letterlijke betekenis (geldt), en dat niemand het recht heeft daarvan iets uit te zonderen, behalve op grond van een bewijs waaraan men zich dient te onderwerpen. En zij zeiden: er is van de Boodschapper van Allah ﷺ geen authentieke overlevering (overgeleverd) dat dit specifiek voor een bepaalde groep dieven geldt. Zij zeiden: en de overleveringen over datgene waarbij de Boodschapper van Allah ﷺ (de hand) afhakte zijn tegenstrijdig en uiteenlopend, en niemand heeft van hem overgeleverd dat hem een dief van één dirham werd gebracht en dat hij die vrijliet. Zij hebben slechts van hem overgeleverd dat hij (de hand) afhakte bij een schild waarvan de waarde drie dirham was. Zij zeiden: en het is mogelijk dat hij, indien hem een dief was gebracht van iets dat de waarde van een dāniq had, (de hand) zou hebben afgehakt. Zij zeiden: en Ibn al-Zubayr heeft (de hand) afgehakt bij één dirham.

    * * *

    En van Ibn ʿAbbās is overgeleverd dat hij zei: het vers geldt in algemene zin (ʿalā al-ʿumūm).

    11914 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Yaḥyā ibn Wāḍiḥ heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Muʾmin heeft ons verteld, op gezag van Najda al-Ḥanafī, die zei: ik vroeg Ibn ʿAbbās over Zijn uitspraak: "de dief en de dievegge", of dat specifiek (khāṣṣ) is of algemeen (ʿāmm)? Toen zei hij: nee, het is algemeen.

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: en het juiste van de uitspraak hierover is naar onze mening de uitspraak van wie zei: "het vers heeft betrekking op een specifieke groep dieven, namelijk de dieven van een kwart dīnār of meer, of de waarde daarvan", vanwege de authenticiteit van de overlevering van de Boodschapper van Allah ﷺ dat hij zei: "de afhakking (vindt plaats) bij een kwart dīnār of meer". Ik heb de vermelding van de uitspraken van degenen die hierover van mening verschillen, tezamen met de argumenten die zij voor hun uitspraken aanvoerden, uitputtend behandeld, alsmede de uiteenzetting over welke daarvan het meest juist is, met haar bewijzen, in ons boek "het Boek van de diefstal" (Kitāb al-sariqa), zodat wij het onaangenaam vonden dit boek te verlengen door dat op deze plaats te herhalen.

    * * *

    En Zijn uitspraak: "als vergelding voor wat zij hebben begaan, als een afschrikwekkende bestraffing van Allah" — Hij zegt: als vergoeding aan hen beiden voor hun diefstal en hun handeling van het stelen door ongehoorzaamheid aan Allah = "als een afschrikwekkende bestraffing van Allah" — Hij zegt: als een bestraffing van Allah voor hun diefachtigheid.

    * * *

    En Qatāda placht hierover te zeggen wat:-

    11915 - Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd ibn Zurayʿ heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak: "en de dief en de dievegge: hakt hun handen af als vergelding voor wat zij hebben begaan, als een afschrikwekkende bestraffing van Allah, en Allah is almachtig, alwijs" — heb geen medelijden met hen wat betreft het voltrekken van de voorgeschreven straffen (ḥudūd) aan hen, want bij Allah, Allah heeft nimmer iets bevolen of het is een verbetering, en Hij heeft nimmer iets verboden of het is bederf.

    * * *

    En ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb placht te zeggen: "Wees streng tegen de dieven, hakt hun (de ledematen) af, hand na hand en voet na voet."

    * * *

    En Zijn uitspraak: "en Allah is almachtig, alwijs" — Hij, verheven is Zijn lof, zegt: "en Allah is almachtig" (ʿazīz) in Zijn vergelding aan deze dief en deze dievegge en de overigen onder de mensen die Hem ongehoorzaam zijn = "alwijs" (ḥakīm) in Zijn oordeel over hen en Zijn beslissing aangaande hen.

    Hij zegt: verwaarloost dus niet, o gelovigen, het voltrekken van Mijn oordeel aan de dieven en de overigen onder de misdadigers aan wie Ik voorgeschreven straffen in dit wereldse leven heb opgelegd als bestraffing voor hen, want Ik heb met Mijn wijsheid dat aan hen besloten, en met Mijn kennis van het heil daarvan voor hen en voor jullie.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله عز ذكره : وَالسَّارِقُ وَالسَّارِقَةُ فَاقْطَعُوا أَيْدِيَهُمَا جَزَاءً بِمَا كَسَبَا نَكَالا مِنَ اللَّهِ وَاللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ (38) قال أبو جعفر: يقول جل ثناؤه: ومن سرقَ من رجل أو امرأة، فاقطعوا، أيها الناس، يَدَه= ولذلك رفع " السارق والسارقة "، لأنهما غير معيّنين. ولو أريد بذلك سارقٌ وسارقة بأعيانهما، لكان وجه الكلام النّصب. * * * وقد روي عن عبد الله بن مسعود أنه كان يقرأ ذلك: ( والسارقون والسارقات ). 11907 - حدثنا ابن وكيع قال، حدثنا يزيد بن هارون، عن ابن عون، عن إبراهيم قال: في قراءتنا= قال: وربما قال: في قراءة عبد الله=( والسارقون والسارقات فاقطعوا أيمانهما ). 11908 - حدثنا ابن وكيع قال، حدثنا ابن علية، عن ابن عون، عن إبراهيم: في قراءتنا: ( والسارقون والسارقات فاقطعوا أيمانهما ). * * * =وفي ذلك دليل على صحة ما قلنا من معناه، وصحة الرفع فيه، وأن " السارق والسارقة " مرفوعان بفعلهما على ما وصفت، للعلل التي وصفت. * * * وقال تعالى ذكره: " فاقطعوا أيديهما "، والمعنى: أيديهما اليمنى، كما:- 11909 - حدثني محمد بن الحسين قال، حدثنا أحمد بن مفضل قال، حدثنا أسباط، عن السدي: " فاقطعوا أيديهما " اليمنى. 11910 - حدثنا ابن وكيع قال، حدثنا أبي، عن سفيان، عن جابر، عن عامر قال: في قراءة عبد الله: ( والسارق والسارقة فاقطعوا أيمانهما ). * * * ثم اختلفوا في" السارق " الذي عناه الله عز ذكره. فقال بعضهم: عنى بذلك سارقَ ثلاثة دراهم فصاعدًا. وذلك قول جماعة من أهل المدينة، منهم مالك بن أنس ومن قال بقوله. واحتجّوا لقولهم ذلك، بأنّ:- 11911- رسولَ الله صلى الله عليه وسلم، قطَع في مِجَنّ قيمته ثلاثةُ دَرَاهم. (4) * * * وقال آخرون: بل عنى بذلك سارق رُبع دينار أو قيمته. وممن قال ذلك، الأوزاعيّ ومن قال بقوله. واحتجوا لقولهم ذلك بالخبر الذي رُوي عن عائشة أنها قالت: 11912- قال رسول الله صلى الله عليه وسلم: القطعُ في ربع دِينارٍ فصاعدًا. (5) * * * وقال آخرون: بل عنى بذلك سارقَ عشرة دراهم فصاعدًا. وممن قال ذلك أبو حنيفة وأصحابه. واحتجوا في ذلك بالخبر الذي روي عن عبد الله بن عمرو، وابن عباس: 11913- أن النبي صلى الله عليه وسلم قَطَع في مِجَنّ قيمته عَشْرة دراهم. (6) * * * وقال آخرون: بل عني بذلك سارقَ القليل والكثير. واحتجوا في ذلك بأن الآية على الظاهر، وأنْ ليس لأحد أنَ يخُصَّ منها شيئًا، إلا بحجة يجب التسليم لها. (7) وقالوا: لم يصحّ عن رسول الله صلى الله عليه وسلم خبرٌ بأن ذلك في خاصّ من السُرَّاق. قالوا: والأخبار فيما قَطَع فيه رسول الله صلى الله عليه وسلم مضطربة مختلفة، ولم يروِ عنه أحد أنه أتي بسارق درهمٍ فَخلَّى عنه، وإنما رووا عنه أنه قطع في مجن قيمته ثلاثة دراهم. قالوا: وممكن أن يكون لو أتى بسارق ما قيمته دانقٌ أن يَقْطع. قالوا: وقد قطع ابن الزبير في دِرْهم. * * * وروي عن ابن عباس أنه قال: الآيةُ على العموم. 11914 - حدثنا ابن حميد قال، حدثنا يحيى بن واضح قال، حدثنا عبد المؤمن، عن نجدة الحنفي قال: سألت ابن عباس عن قوله: " والسارق والسارقة "، أخاصّ أم عام؟ فقال: بل عام. (8) * * * قال أبو جعفر: والصواب من القول في ذلك عندنا، قولُ من قال: " الآية معنيّ بها خاصٌّ من السراق، وهم سُرَّاق ربع دينار فصاعدًا أو قيمته "، لصحة الخبر عن رسول الله صلى الله عليه وسلم أنه قال: " القطعُ في ربع دينار فصاعدًا ". وقد استقصيت ذكر أقوال المختلفين في ذلك مع عللهم التي اعتلّوا بها لأقوالهم، والبيانَ عن أولاها بالصواب، بشواهده، (9) في كتابنا " كتاب السرقة "، فكرهنا إطالة الكتاب بإعادة ذلك في هذا الموضع. * * * وقوله: " جزاء بما كسبا نكالا من الله "، يقول: مكافأةً لهما على سرقتهما وعملهما في التلصصّ بمعصية الله (10) =" نكالا من الله " يقول: عقوبة من الله على لُصُوصيتهما. (11) * * * وكان قتادة يقول في ذلك ما:- 11915 - حدثنا بشر بن معاذ قال، حدثنا يزيد بن زريع قال، حدثنا سعيد، عن قتادة قوله: " والسارق والسارقة فاقطعوا أيديهما جزاءً بما كسبا نكالا من الله والله عزيز حكيم "، لا تَرْثُوا لهم أن تقِيموا فيهم الحدود، (12) فإنه والله ما أمر الله بأمرٍ قَطُّ إلا وهو صلاحٌ، ولا نهى عن أمرٍ قَطُّ إلا وهو فساد. (13) * * * وكان عمر بن الخطاب يقول: " اشتدُّوا على السُّرَّاق، فاقطعوهم يدًا يدًا، ورجلا رجلا ". * * * وقوله: " والله عزيز حكيم " يقول جل ثناؤه: " والله عزيزٌ" في انتقامه من هذا السارق والسارقةِ وغيرهما من أهل معاصيه=" حكيم "، في حكمه فيهم وقضائه عليهم. (14) يقول: فلا تفرِّطوا أيها المؤمنون، في إقامة حكمي على السرَّاق وغيرهم من أهل الجرائم الذين أوجبت عليهم حدودًا في الدنيا عقوبةً لهم، فإني بحكمتي قضيت ذلك عليهم، (15) وعلمي بصلاح ذلك لهم ولكم. ----------------- الهوامش : (4) الأثر: 11911- رواه بغير إسناد. رواه مالك ، عن نافع ، عن عبد الله بن عمر في الموطأ: 831 ، ورواه البخاري من طريق مالك (الفتح 2: 93- 94) ، ورواه مسلم من طريقه أيضًا ، في صحيحه 11: 184 ، 185. و"المجن": الترس ، لأنه يجن صاحبه ، أي يواريه. (5) الأثر: 11912- ساقه هنا بغير إسناد أيضًا ، وقد مضى ص: 266 ، تعليق رقم: 1. وهذا الخبر رواه البخاري بأسانيده (الفتح 12: 89- 91) ، ومسلم بأسانيده في صحيحه 11: 180- 183. (6) الأثر: 11913- خبر ابن عباس رواه الطحاوي في معاني الآثار 2: 93. وكان في المخطوطة والمطبوعة أن هذا الخبر مروي أيضًا عن"عبد الله بن عمر" ، ولم أجد الرواية بذلك عن"ابن عمر بل الرواية التي احتجوا بها في كتب أصحاب أبي حنيفة هي ما قاله"عبد الله بن عمرو" ، رواها عنه"عمرو بن شعيب ، عن أبيه عن جده". رواه أحمد في المسند برقم: 6900 ، وانظر تخريج أخي السيد أحمد هناك. وانظر معاني الآثار للطحاوي 1: 93 ، وأحكام القرآن للجصاص 2: 417 ، فلذلك صححت ما قبل هذا الأثر"عبد الله بن عمرو" ، لا كما كان في المطبوعة والمخطوطة"ابن عمر". (7) في المطبوعة: "وأنه ليس لأحد" ، وأثبت ما في المخطوطة. (8) الأثر: 11914-"عبد المؤمن بن خالد الحنفي المروزي" ، قاضي مرو. قال أبو حاتم: "لا بأس به" ، وذكره ابن حبان في الثقات. مترجم في التهذيب. و"نجدة بن نفيع الحنفي". روى عن ابن عباس. مترجم في التهذيب. (9) في المطبوعة: "والتلميح عن أولاها بالصواب" ، والطبري لا يقول مثل هذا أبدًا. وفي المخطوطة: "والسارق عن أولاها بالصواب" ، وهو تحريف قبيح من عجلة الناسخ ، صواب قراءته ما أثبت. (10) انظر تفسير"الجزاء" فيما سلف من فهارس اللغة (جزى). = وتفسير"كسب" فيما سلف 9: 196 ، تعليق: 1 والمراجع هناك. (11) انظر تفسير"النكال" فيما سلف 2: 176 ، 177/ 8: 580. (12) "رثى له يرثى": رحمه ورق له. (13) ولكننا قد أظلنا زمان عطلت فيه الحدود ، بزعم الرثاء لمن أصاب حدًا من حدود الله. وطالت ألسنة قوم من أهل الدخل ، فاجترأوا على الله بافترائهم ، وزعموا أن الذي يدعونه من الرحمة لأهل الحدود هو الصلاح ، وأن ما أمر الله به هو الفساد!! فاللهم نجنا من زمان تبجح فيه الأشرار بسلطانهم ، وتضاءل فيه أهل الإيمان بمعاصيهم. (14) انظر تفسير"عزيز" فيما سلف 9: 378 ، تعليق: 2 ، والمراجع هناك. = وتفسير"حكيم" فيما سلف من فهارس اللغة. (15) في المطبوعة والمخطوطة: "فإني بحكمي قضيت..." ، والأجود هنا ما أثبت.