Tabari
Terug naar surah 5, ayah 36

Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:36

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْ أَنَّ لَهُم مَّا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًۭا وَمِثْلَهُۥ مَعَهُۥ لِيَفْتَدُوا۟ بِهِۦ مِنْ عَذَابِ يَوْمِ ٱلْقِيَٰمَةِ مَا تُقُبِّلَ مِنْهُمْ ۖ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌۭ

Voorwaar, indien degenen die ongelovig zijn alles op aarde zouden hebben en het gelijke daarvan bij hen zouden hebben om daarmee hun bestraffing op de Dag der Opstanding af te kopen: het zou niet van hen aanvaard worden. En er is voor hen een pijnlijke bestraffing.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van Zijn woord, machtig is Zijn vermelding: Inna lladhīna kafarū law anna lahum mā fī l-arḍi jamīʿan wa-mithlahu maʿahu li-yaftadū bihi min ʿadhābi yawmi l-qiyāmati mā tuqubbila minhum wa-lahum ʿadhābun alīmun (36)

    (Voorwaar, degenen die ongelovig zijn geworden — indien zij alles wat op de aarde is bezaten en nog eens evenveel daarbij, om zich daarmee los te kopen van de bestraffing (ʿadhāb) op de Dag der Opstanding, dan zou het niet van hen worden aanvaard; en voor hen is er een pijnlijke bestraffing (36).)

    Abū Jaʿfar zei: Hij zegt, machtig is Zijn vermelding: voorwaar, degenen die het heerschapsrecht van hun Heer hebben verloochend en een ander dan Hem hebben aanbeden — uit de kinderen van Israël die het kalf aanbaden, en uit anderen die de afgodsbeelden en de afgoden aanbaden, en die daarop omkwamen vóór hun berouw — indien zij het bezit hadden over alles wat op de aarde is en nog eens het dubbele daarbij, om zich daarmee los te kopen van de bestraffing van Allah jegens hen wegens hun nalatigheid ten aanzien van Zijn gebod en hun aanbidding van een ander dan Hem op de Dag der Opstanding, en zij zich met dat alles zouden loskopen, dan zou Allah dat niet van hen aanvaarden als losprijs en vervangmiddel voor hun bestraffing en hun kwelling, maar Hij zal hen veeleer kwellen in het kokende water op de Dag der Opstanding met een bestraffing die hun pijn berokkent.

    &; 10-293 &;

    Dit is slechts een bekendmaking van Allah, verheven is Zijn lof, aan de joden die zich bevonden te midden van de uitwijkplaats van de boodschapper van Allah ﷺ: dat zij en de overige polytheïsten (mushrikīn) jegens Hem bij Hem gelijk zijn wat betreft de pijnlijke bestraffing en de geweldige kwelling die hun ten deel valt. Dat komt omdat zij placht te zeggen: lan tamassanā l-nāru illā ayyāman maʿdūdatan (het Vuur zal ons slechts een aantal getelde dagen treffen), uit zelfbedrog ten opzichte van Allah, machtig en verheven, en uit leugen tegen Hem. Toen logenstrafte Hij hen, verheven is Zijn vermelding, met dit vers en met het daaropvolgende, en sneed hun begeerte af, en zei tot hen en tot allen die jegens Hem en jegens Zijn boodschapper ongelovig zijn: "Inna lladhīna kafarū law anna lahum mā fī l-arḍi jamīʿan wa-mithlahu maʿahu li-yaftadū bihi min ʿadhābi yawmi l-qiyāmati mā tuqubbila minhum wa-lahum ʿadhābun alīmun * Yurīdūna an yakhrujū mina l-nāri wa-mā hum bi-khārijīna minhā wa-lahum ʿadhābun muqīmun" (Voorwaar, degenen die ongelovig zijn geworden — indien zij alles wat op de aarde is bezaten en nog eens evenveel daarbij, om zich daarmee los te kopen van de bestraffing op de Dag der Opstanding, dan zou het niet van hen worden aanvaard; en voor hen is er een pijnlijke bestraffing. * Zij zullen uit het Vuur willen treden, maar zij zullen er niet uit treden; en voor hen is er een blijvende bestraffing). Hij zegt tot hen, verheven is Zijn lof: koestert dus, o ongelovigen, geen begeerte naar het aanvaarden van enige losprijs van jullie, noch naar jullie uittreden uit het Vuur door de bemiddeling van jullie voorvaderen bij Mij nadat jullie het zijn binnengetreden, indien jullie sterven in jullie ongeloof waarin jullie verkeren; maar keert tot Allah terug met een oprecht berouw (tawba naṣūḥ).

    * * *

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله عز ذكره : إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْ أَنَّ لَهُمْ مَا فِي الأَرْضِ جَمِيعًا وَمِثْلَهُ مَعَهُ لِيَفْتَدُوا بِهِ مِنْ عَذَابِ يَوْمِ الْقِيَامَةِ مَا تُقُبِّلَ مِنْهُمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ (36) قال أبو جعفر: يقول عز ذكره: إن الذين جحدوا ربوبية ربّهم وعبدوا غيرَه، من بني إسرائيل الذين عبدوا العجل، ومن غيرهم الذين عبدوا الأوثان والأصنام، وهلكوا على ذلك قبل التوبة= لو أن لهم مِلك ما في الأرض كلِّها وضعفَه معه، ليفتدوا به من عقاب الله إياهم على تركهم أمرَه، وعبادتهم غيره يوم القيامة، فافتدوا بذلك كله، ما تقبَّل الله منهم ذلك فداءً وعِوضًا من عذابهم وعقابهم، بل هو معذّبهم في حَمِيم يوم القيامة عذابًا موجعًا لهم. &; 10-293 &; وإنما هذا إعلامٌ من الله جل ثناؤه لليهود الذين كانوا بين ظهرانَيْ مُهاجَرِ رسول الله صلى الله عليه وسلم: أنَّهم وغيرهم من سائر المشركين به، سواءٌ عنده فيما لهم من العذاب الأليم والعقاب العظيم. وذلك أنهم كانوا يقولون: لَنْ تَمَسَّنَا النَّارُ إِلا أَيَّامًا مَعْدُودَةً ، اغترارًا بالله جل وعزّ وكذبًا عليه. فكذبهم تعالى ذكره بهذه الآية وبالتي بعدها، وحَسَم طمعهم، فقال لهم ولجميع الكفرة به وبرسوله: " إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا لَوْ أَنَّ لَهُمْ مَا فِي الأَرْضِ جَمِيعًا وَمِثْلَهُ مَعَهُ لِيَفْتَدُوا بِهِ مِنْ عَذَابِ يَوْمِ الْقِيَامَةِ مَا تُقُبِّلَ مِنْهُمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ * يُرِيدُونَ أَنْ يَخْرُجُوا مِنَ النَّارِ وَمَا هُمْ بِخَارِجِينَ مِنْهَا وَلَهُمْ عَذَابٌ مُقِيمٌ ، يقول لهم جل ثناؤه: فلا تطمعوا أيُّها الكفرة في قَبُول الفدية منكم، ولا في خروجكم من النار بوسَائل آبائكم عندي بعد دخولكموها، إن أنتم مُتّم على كفركم الذي أنتم عليه، ولكن توبوا إلى الله توبةً نَصُوحًا. (138) * * * --------------- الهوامش: (138) انظر تفسير ألفاظ هذه الآية فيما سلف من فهارس اللغة.