Tafseer van De Maaltijd · Al-Maaida · 5:113
Zij zeiden: "Wij willen (alleen maar) dat wij daarvan eten en onze harten tot rust gebracht worden en wij (willen) weten of jij ons waarlijk de Waarheid hebt verteld en dan behoren wij tot de getuigen daarvan."
De uitleg van Zijn woord: "Zij zeiden: 'Wij wensen ervan te eten en dat onze harten gerustgesteld worden, en dat wij zullen weten dat u ons werkelijk de waarheid hebt verteld, en dat wij daarover tot de getuigen zullen behoren'" (5:113).
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, bedoelt hiermee het volgende: de discipelen antwoordden ʿĪsā op zijn woord tot hen: "Vrees Allah, indien gij gelovigen zijt" — als antwoord op hun woord tot hem: "Is uw Heer in staat om voor ons een tafel uit de hemel neer te zenden?" — namelijk: Wij hebben dat slechts gezegd, en wij hebben u gevraagd om voor ons onze Heer te vragen opdat wij van de tafel zouden eten, zodat wij met zekerheid Zijn macht over alle dingen zouden kennen.
"En dat onze harten gerustgesteld worden", dat wil zeggen: en dat onze harten tot rust komen en zich vastzetten op Zijn eenheid en Zijn macht over alles wat Hij wil en beoogt.
"En dat wij zullen weten dat u ons de waarheid hebt verteld", dat wil zeggen: en dat wij zullen weten dat u ons niet hebt voorgelogen in uw bericht dat u een door Allah gezonden gezant zijt en een uitgezonden profeet.
"En dat wij daarover zullen behoren", dat wil zeggen: en dat wij met betrekking tot de tafel zullen behoren "tot de getuigen", dat wil zeggen: tot degenen die getuigen dat Allah haar als een bewijs voor Zichzelf tegen ons heeft neergezonden, betreffende Zijn eenheid en Zijn macht over wat Hij wil, en als getuige voor u betreffende uw waarachtigheid in uw profeetschap.