Tabari
Terug naar surah 49, ayah 15

Tafseer van De Vertrekken · Al-Hujuraat · 49:15

إِنَّمَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ ثُمَّ لَمْ يَرْتَابُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ۚ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلصَّٰدِقُونَ

Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloven, die vervolgens niet twijfelen en die met hun bezittingen en hun levens strijden op de Weg van Allah. Zij zijn de waarachtigen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ ثُمَّ لَمْ يَرْتَابُوا وَجَاهَدُوا بِأَمْوَالِهِمْ وَأَنْفُسِهِمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ (15) (De gelovigen zijn slechts degenen die in Allah en Zijn Boodschapper geloofd hebben en daarna niet getwijfeld hebben, en die met hun bezittingen en hun levens gestreden hebben op de weg van Allah; zij zijn de waarachtigen (15)).

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt tot de bedoeïenen die zeiden "wij geloven" terwijl het geloof nog niet in hun harten was binnengetreden: de gelovigen zijn slechts, o lieden, degenen die Allah en Zijn Boodschapper voor waar verklaard hebben en daarna niet getwijfeld hebben — Hij zegt: en daarna niet twijfelden aan de eenheid van Allah, noch aan het profeetschap van Zijn profeet ﷺ, en die zichzelf de gehoorzaamheid aan Allah en de gehoorzaamheid aan Zijn Boodschapper hebben opgelegd, alsmede het handelen naar hetgeen hem aan plichten van Allah verplicht was, zonder enige twijfel hunnerzijds over het verplicht-zijn daarvan voor hem. ( وَجَاهَدُوا بِأَمْوَالِهِمْ وَأَنْفُسِهِمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ ) (en die met hun bezittingen en hun levens gestreden hebben op de weg van Allah), Hij zegt: zij streden tegen de polytheïsten (mushrikīn) door hun bezittingen te besteden en hun zielenbloed op te offeren in hun strijd tegen hen, overeenkomstig hetgeen Allah hun aan strijd tegen hen geboden had — en dat is Zijn weg — opdat het woord van Allah het hoogste zou zijn en het woord van degenen die ongelovig zijn het laagste.

    En Zijn uitspraak ( أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ ) (zij zijn de waarachtigen), Hij zegt: dezen die dat doen, zij zijn de waarachtigen in hun uitspraak "wij zijn gelovigen" — niet degene die tot de geloofsgemeenschap (al-milla) is toegetreden uit vrees voor het zwaard, om zijn bloed en zijn bezit te behoeden.

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, spraken de mensen van de uitleg.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei, betreffende Zijn uitspraak ( أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ ) (zij zijn de waarachtigen), hij zei: zij hebben hun geloof waargemaakt door hun daden.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّمَا الْمُؤْمِنُونَ الَّذِينَ آمَنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ ثُمَّ لَمْ يَرْتَابُوا وَجَاهَدُوا بِأَمْوَالِهِمْ وَأَنْفُسِهِمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ (15) يقول تعالى ذكره للأعراب الذين قالوا آمنا ولما يدخل الإيمان في قلوبهم: إنما المؤمنون أيها القوم الذين صدّقوا الله ورسوله, ثم لم يرتابوا, يقول: ثم لم يشكوا في وحدانية الله, ولا في نبوّة نبيه صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم, وألزم نفسه طاعة الله وطاعة رسوله, والعمل بما وجب عليه من فرائض الله بغير شكّ منه في وجوب ذلك عليه ( وَجَاهَدُوا بِأَمْوَالِهِمْ وَأَنْفُسِهِمْ فِي سَبِيلِ اللَّهِ ) يقول: جاهدوا المشركين بإنفاق أموالهم, وبذل مُهجِهم في جهادهم, على ما أمرهم الله به من جهادهم, وذلك سبيله لتكون كلمة الله العليا, وكلمة الذين كفروا السفلى. وقوله ( أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ ) يقول: هؤلاء الذين يفعلون ذلك هم الصادقون في قولهم: إنا مؤمنون, لا من دخل في الملة خوف السيف ليحقن دمه وماله. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني يونس, قال: أخبرنا ابن وهب, قال: قال ابن زيد, في قوله ( أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ ) قال: صدّقوا إيمانهم بأعمالهم.