Tafseer van Mohammed · Muhammad · 47:37
Als Hij jullie die (bezittingen) zou vragen en bij jullie zou aandringen, dan zouden jullie gierig worden en zou Hij jullie afgunst onthullen.
( إن يسألكموها ) — "Indien Hij ze van jullie zou vragen" —: de Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: indien jullie Heer jullie om jullie bezittingen zou vragen ( فيحفكم ) — Hij zegt: en jullie daarmee zou overbelasten met het vragen en bij jullie zou aandringen door het van jullie te eisen tot het uiterste — تبخلوا: Hij zegt: dan zouden jullie er gierig mee zijn en het Hem onthouden, uit vrekkigheid van jullie kant ermee. Maar Hij wist dat van jullie, en van de bekrompenheid van jullie zielen, en daarom heeft Hij ze niet van jullie gevraagd.
En Zijn uitspraak ( وَيُخْرِجْ أَضْغَانَكُمْ ) — "en Hij zou jullie wrok aan het licht brengen" —. Hij zegt: en de Verhevene, wiens lof verheven is, zou — indien Hij jullie om jullie bezittingen had gevraagd door dat van jullie te eisen — jullie wrok aan het licht brengen. Hij zei: Allah wist reeds dat in het vragen om het bezit het naar buiten komen van de wrok besloten ligt.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb berichtte ons, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak ( فَيُحْفِكُمْ تَبْخَلُوا ): al-iḥfāʾ betekent: dat je alles met je beide handen wegneemt.