Tafseer van Mohammed · Muhammad · 47:23
Zij zijn degenen die Allah vervloekt heeft en die Hij doof gemaakt heeft, en Hij heeft hun ogen blind gemaakt.
Zijn uitspraak ( أُولَئِكَ الَّذِينَ لَعَنَهُمُ اللَّهُ ) — "Dat zijn degenen die Allah heeft vervloekt" —: de Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: dezen die dit doen, dat wil zeggen degenen die verderf zaaien en de familiebanden verbreken, zijn degenen die Allah heeft vervloekt en die Hij ver van Zijn barmhartigheid heeft verwijderd, en Hij heeft hen doof gemaakt. Hij zegt: Hij heeft hun het begrip ontnomen van wat zij met hun oren horen aan vermaningen van Allah in Zijn openbaring. ( وَأَعْمَى أَبْصَارَهُمْ ) — "en hun ogen verblind" —. Hij zegt: en Hij heeft hun hun verstand ontnomen, zodat zij de bewijzen van Allah niet meer kunnen onderscheiden en zich niet meer herinneren wat zij zien aan Zijn lessen en Zijn aanwijzingen.