Tafseer van Mohammed · Muhammad · 47:14
Is hij die zich op een duidelijk bewijs van zijn Heer beroept, gelijk aan degene wiens slechte daden schoonschijnend zijn gemaakt (door de Satan) en die zijn begeerten volgt?
De uiteenzetting over de uitleg van Zijn woord, verheven is Hij: «أَفَمَنْ كَانَ عَلَى بَيِّنَةٍ مِنْ رَبِّهِ كَمَنْ زُيِّنَ لَهُ سُوءُ عَمَلِهِ وَاتَّبَعُوا أَهْوَاءَهُمْ» (Is dan hij die op een duidelijk bewijs van zijn Heer staat, gelijk aan degene voor wie het kwaad van zijn daden fraai is gemaakt, en zij hun begeerten volgden?) (14)
De Verhevene zegt, geprezen is Zijn vermelding: «أَفَمَنْ كَانَ» (Is dan hij die) op een overtuigend bewijs, een bewijsgrond en een duidelijke verklaring stond «مِنْ» (aangaande) de zaak van «رَبِّهِ» (zijn Heer) en de kennis van Zijn eenheid, zodat hij Hem aanbidt met inzicht, wetende dat hij een Heer heeft die hem voor zijn gehoorzaamheid aan Hem het Paradijs vergeldt, en voor zijn kwaad en ongehoorzaamheid jegens Hem het Hellevuur, «كَمَنْ زُيِّنَ لَهُ سُوءُ عَمَلِهِ» (gelijk aan degene voor wie het kwaad van zijn daden fraai is gemaakt) — Hij zegt: gelijk aan degene voor wie de satan het verwerpelijke en slechte van zijn daden heeft verfraaid, zodat hij het hem mooi deed voorkomen, en hij dus volhardend is in het verrichten daarvan — «وَاتَّبَعُوا أَهْوَاءَهُمْ» (en zij volgden hun begeerten) — Hij zegt: en zij volgden datgene waartoe hun zielen hen opriepen aan ongehoorzaamheid jegens Allah en het aanbidden van afgoden, zonder dat zij voor hetgeen zij daaraan verrichten enig overtuigend bewijs of bewijsgrond bij zich hadden. En er is gezegd dat degene die bedoeld is met Zijn woord «أَفَمَنْ كَانَ عَلَى بَيِّنَةٍ مِنْ رَبِّهِ» (hij die op een duidelijk bewijs van zijn Heer staat) onze Profeet is, vrede en zegeningen zij met hem, en dat degenen die bedoeld zijn met Zijn woord «كَمَنْ زُيِّنَ لَهُ سُوءُ عَمَلِهِ» (degene voor wie het kwaad van zijn daden fraai is gemaakt) de veelgodenaanbidders zijn.