Tabari
Terug naar surah 47, ayah 11

Tafseer van Mohammed · Muhammad · 47:11

ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ مَوْلَى ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَأَنَّ ٱلْكَٰفِرِينَ لَا مَوْلَىٰ لَهُمْ

Dat is omdat Allah de Beschermer van degenen die geloven is, en omdat er voor de ongelovigen geen beschermer is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا وَأَنَّ الْكَافِرِينَ لا مَوْلَى لَهُمْ (Dat is omdat Allah de Beschermer is van hen die geloven, en omdat de ongelovigen geen beschermer hebben) (47:11).

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: deze daad die Wij verricht hebben met deze beide groepen — de groep van het geloof en de groep van het ongeloof — door Onze hulp aan de groep die in Allah gelooft en het standvastig maken van hun voeten, en Onze vernietiging van de groep van het ongeloof, بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا (is omdat Allah de Beschermer is van hen die geloven). Hij zegt: omdat Allah de beschermer (walī) is van wie in Hem gelooft en Zijn boodschapper gehoorzaamt.

    Zoals Muḥammad ibn ʿAmr mij verteld heeft, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — beiden — op gezag van Ibn Abī Najīḥ, van Mujāhid, over Zijn uitspraak ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا (Dat is omdat Allah de Beschermer is van hen die geloven), hij zei: hun beschermer (walī).

    En ons is overgeleverd dat dit in de lezing van ʿAbd Allāh luidt: "Dat is omdat Allah de beschermer (walī) is van hen die geloven", en het woord "anna" dat in [soera] al-Māʾida staat, dat in onze maṣāḥif luidt إِنَّمَا وَلِيُّكُمُ اللَّهُ وَرَسُولُهُ (Voorwaar, jullie beschermer is alleen Allah en Zijn boodschapper), luidt in zijn lezing "innamā mawlākumu Llāhu" (voorwaar, jullie beschermer is alleen Allah).

    En Zijn uitspraak وَأَنَّ الْكَافِرِينَ لا مَوْلَى لَهُمْ (en omdat de ongelovigen geen beschermer hebben). Hij zegt: en omdat de ongelovigen in Allah geen beschermer (walī) en geen helper hebben.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا وَأَنَّ الْكَافِرِينَ لا مَوْلَى لَهُمْ (11) يقول تعالى ذكره: هذا الفعل الذي فعلنا بهذين الفريقين: فريق الإيمان, وفريق الكفر, من نُصرتنا فريق الإيمان بالله, وتثبيتنا أقدامهم, وتدميرنا على فريق الكفر (بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا) يقول: من أجل أن الله وليّ من آمن به, وأطاع رسوله. كما حدثني محمد بن عمرو, قال: ثنا أبو عاصم, قال: ثنا عيسى; وحدثني الحارث, قال: ثنا الحسن قال: ثنا ورقاء جميعا, عن ابن أبي نجيح, عن مجاهد, في قوله (ذَلِكَ بِأَنَّ اللَّهَ مَوْلَى الَّذِينَ آمَنُوا) قال: وليهم. وقد ذُكر لنا أن ذلك في قراءة عبد الله ( ذلك بأنَّ الله ولِيُّ الَّذِينَ آمَنُوا) &; 22-164 &; و " أن " التي في المائدة التي هي في مصاحفنا إِنَّمَا وَلِيُّكُمُ اللَّهُ وَرَسُولُهُ (إنَّمَا مَوْلاكُمْ اللَّهُ) في قراءته. وقوله ( وَأَنَّ الْكَافِرِينَ لا مَوْلَى لَهُمْ ) يقول: وبأن الكافرين بالله لا وليّ لهم, ولا ناصر.